De mooiste anekdotes van Sporza-commentator Carl Berteele op de motor

Duizenden kilometers volgde Sporza-radioverslaggever Carl Berteele het spoor van het peloton en zag hij de ongelofelijkste krachttoeren tot de meest onverwachte inzinkingen met eigen ogen gebeuren. In vijf etappes schetst hij zijn vijf hoogtepunten.

koersddb10Carl Berteele: “Mensen vragen me dikwijls hoe het voelt om een beslissende demarrage voor je ogen te zien afspelen. Ik probeer dan de vergelijking te maken met een voetbaljournalist die de finale van het wereldkampioenschap voetbal live meemaakt, wat voor hen het summum is. Maar eigenlijk klopt dat niet. Wat ik voel op de motor is met niets te vergelijken. Als voetbalverslaggever zit je vaak hoog in de tribune, ver weg van het speelveld. Als wielerman op de motor maak je zelf deel uit van het spel. In het zog van de renners klauteren we over de legendarische Muur van Geraardsbergen, dokkeren we over de fameuze kasseien van Parijs-Roubaix en klimmen we mee naar de top van de mythische Mont Ventoux. De meest memorabele momenten beleven vanop de eerste rij en daarover via de radio kunnen vertellen, is magnifiek. Ook nog steeds na tweeëntwintig jaar.”

Omloop Het Volk 1993

Carl Berteele: “In het voorjaar van 1993 begon het allemaal voor mij. Een jaar eerder had Jan Wauters te kennen gegeven dat hij stopte met radioverslaggeving over de koers en iemand anders moest zijn plaats achterop de motor invullen. Ik zag dat wel zitten en samen met collega Kurt Vanlangenhove wisselden we af. Ik deed aanvankelijk de kleinere koersen. De Omloop het Volk van 1993 was mijn vuurdoop. Vooraf kreeg ik nog gouden raad van Jan Wauters himself. Hij zei me: ‘Vanaf het moment dat je in de ether bent, zeg je wat je ziet.’ Die tip heb ik altijd onthouden en die geef ik nog altijd door aan beginnende verslaggevers.”

“Met die raad van de grootmeester stapte ik ’s morgens achterop de motor voor een dag die ik niet snel zou vergeten. Plots kwam ik in een compleet andere wereld terecht. Je zit midden in de koers, rijdt langs de renners en hoort ze soms vloeken van miserie. Ongelofelijke momenten. Uiteindelijk won de pijlsnelle Wilfried Nelissen in de spurt.”

Waalse Pijl 1999

Carl Berteele: “Ik hoor vaak de opmerking dat ik een droomjob heb – wat ik zeker niet wil ontkennen – maar als ik in hondenweer of in vrieskou een hele dag in het spoor van het peloton zit, hoor ik niemand dat nog zeggen. (lacht) De meest extreme wedstrijd was ongetwijfeld de Waalse Pijl van 1999. Sneeuwregen en temperaturen rond het vriespunt maakten van die koers een calvarietocht. Nochtans had ik me er goed op voorbereid: twee paar handschoenen, twee paar kousen, dikke motorlaarzen…. Alles ten spijt. Hoewel ik er alles aan deed om me warm te houden, kreeg de koude me toch te pakken.”

“Het was afzien. Een van de zwaarste, zo niet de zwaarste wedstrijd, uit mijn hele carrière. Ik weet nog goed dat we onderweg langs de ploegwagen van Lotto reden en toenmalig ploegleider Jean-Luc Vandenbroucke ons een bidon toestak, gevuld met hete thee. En geloof me: die deed verschrikkelijk veel deugd. Maar hét beeld van de dag zag ik pas in volle finale. Wereldkampioen Oscar Camenzind zat in de kopgroep die streed voor de overwinning. In een afdaling wilde hij snel nog een extra regenvestje aantrekken, maar door zijn bevroren handen sukkelde hij minutenlang vooraleer hij toch even stopte om de rits dicht te trekken. De koers had hij toen al verloren. Allemaal door dat barre weer. Zelfs nu ik erover praat, krijg ik nog rillingen.” (lacht)

Ronde van Vlaanderen 2005

Carl Berteele: “De Ronde van Vlaanderen 2005 was nog zo’n memorabel moment. Die van Boonen, weet je wel. Vooral de reactie van Boonen op de alles-of-niets aanval van Peter Van Petegem zal me nog lang bijblijven. Hoe hij als jonkie het gevaar meteen opmerkte toen Klier het gat liet vallen voor zijn trainingsmakker Van Petegem en Boonen nadien op en over de tweevoudige Rondewinnaar sprong en doorstoomde tot Meerbeke was geweldig.”

“Wat het extra mooi maakt, is dat ik dat allemaal live via de radio heb kunnen vertellen. Daarvoor doe je het. Ik sprak toen over het moment van een generatiewissel. Van Petegem kon geen klassieker meer winnen, terwijl Boonen net zijn eerste won. En toen wisten we nog niet dat hij een week later Parijs-Roubaix zou winnen en enkele maanden later de regenboogtrui zou veroveren.”

Tour de France 2006, rit naar Alpe d’Huez

Carl Berteele: “Tijdens de Tour de France van 2006 stond er een zware bergrit op het programma met onderweg de ellendig lange Col de la Madeleine en aankomst bovenop Alpe d’Huez. Het plan was om aan de voet van de Madeleine de hele karavaan te laten passeren en van achteruit op te schuiven om info te geven van geloste landgenoten. Tot mijn grote verbazing was het Tom Boonen die in zijn regenboogtrui als allerlaatste de Madeleine aanvatte. Enkel ploegleider Wilfried Peeters reed nog achter de zwoegende wereldkampioen. Maar voor de rest? Niemand. Geen ploegmaat, geen jury. Boonen was volledig achtergelaten.”

“We plaatsten ons in zijn spoor. Je zag dat hij een slechte dag had. Met veel moeite rondde hij de top en na de afdaling kneep hij de remmen dicht. Abandon Tom Boonen. Ik beschreef elk detail op radio én televisie. Ook het pijnlijke moment waarop een jury-official op Boonen afstapte en zijn rugnummer met een stevige snok van zijn truitje rukte. Dat was echt om te zeggen: ‘Voila, nu is het gedaan’.”

Parijs-Roubaix 2012

Carl Berteele: “Veel van mijn hoogtepunten hebben te maken met Tom Boonen, maar dat is eerder toeval. Ik werk nu eenmaal in de periode waarin Boonen hot is. Parijs-Roubaix 2012 was zijn laatste grote klassieke overwinning. En dat op grootse wijze, met die indrukwekkende solo van 53 kilometer. Daarvan heb ik de laatste vijftig live kunnen beschrijven.”

“De Helleklassieker is vaak een hectische wedstrijd. Net als voor de renners is het ook voor de motards belangrijk om zich goed te positioneren. Daarvoor bepalen we zelfs een tactiek. Maar toen de wedstrijdradio ons meldde dat Boonen zich samen met Terpstra had losgewerkt, gooide ik de geplande tactiek overboord en raadde de motard aan om naar de bochtige aanloop van kasseistrook 11 te rijden. Daar pikten we in in het zog van de koplopers. We deden dat zonder medeweten van de regulateur, aan wie je altijd toestemming moet vragen om zo’n move te doen. We werden er bijna voor uit koers gezet, toen de regulateur ons in volle finale een uitbrander van jewelste kwam geven. Enkel door ons als een heilig communicantje te excuseren mochten we Boonen blijven volgen tot in Roubaix.”

In this article