Nick Nuyens over Johan Museeuw, Eddy Bosberg, Stijn Devolder, Dennis Verschueren en Leif Hoste

Nick Nuyens en wielerjournalist Guy Van Den Langenbergh presenteerden op de Boekenbeurs in Antwerpen hun unieke werkstuk ‘100 keer Vlaanderen (2013-2016)’, waarvan u via WielerVerhaal al twee exemplaren kon winnen. De geschiedenis van de Ronde telt onnoemelijk veel historische anekdotes, maar wat blijft Nuyens en Van Den Langenbergh nu het meeste bij?

 

nicknuyensNick, Guy. Waaraan denken jullie in de eerste plaats als we ‘Ronde van Vlaanderen’ zeggen?

Nuyens: “Johan Museeuw! En dan vooral zijn tweede plaats in de Ronde van 2002. Dat is eigenlijk speciaal vanwege de tweede plaats van Museeuw, een man die met ook drie eindzeges zoveel betekent heeft voor de Ronde als monumentale koers. Hij had die sprint met Gianni Bugno nooit mogen verliezen. En dan was alleen hij met vier zeges de recordhouder van de Ronde geweest. Een ander moment van Museeuw dat me bijblijft is zijn enorme versnelling op Tenbosse, in de Ronde van 1998. Een gemakkelijke helling, en toch rijdt hij daar van iedereen weg. Impressionant. Ook het duel Museeuw-Vanderaerden blijft me bij. Wat nog direct in me opkomt is ‘Eddy Bosberg’, de machtsvertoning van Edwig Van Hooydonck op de Bosberg, waardoor hij twee keer de Ronde wint. Dat is een van de eerste beelden die me bijblijven.”

Van Den Langenbergh: “Het is echt niet omdat ik dit boek met Nick geschreven heb dat ik het zeg, maar de laatste 20 kilometer van de Ronde van 2011 (die Nuyens won, red) vond ik ronduit beklijvend. Daarin zat alles wat koers moet hebben: spanning, wisselende scenario’s, aanvalspogingen, krachtexplosies zoals die van Gilbert op de Bosberg,…. Bovendien zaten alle grote namen aan boord, denk maar aan Cancellara, Boonen, Gilbert, Leukemans en Nuyens. Daarnaast denk ik aan de Ronde van 2007 waarin Leif Hoste de spurt verliest van Ballan, de twee zeges van Van Hooydonck, de duels tussen Cancellara en Boonen en de solo’s van Stijn Devolder. Ook de solo van Jacky Durand in 1992 is op zijn eigen manier heel mooi. Ik ken eigenlijk geen enkele saaie Ronde.”

Wie zien jullie als de mooiste winnaars?

Nuyens: “Het is moeilijk om te oordelen over de winnaars van voor mijn tijd, maar voor mij zijn bijvoorbeeld de zege van Boonen in het shirt van wereldkampioen en die van Devolder als Belgisch kampioen wel uniek. Langs de andere kant vind ik Museeuw onlosmakelijk verbonden met de Ronde, en omgekeerd, hoewel ze allebei natuurlijk veel meer bieden dan elkaar.”

Van Den Langenbergh: “Ik zeg: Cees Bal. (lacht) Een Nederlandse playboy met een schitterend verhaal. Bal wordt in de laatste rit van de Ronde van Catalonië uit de leiderstrui gefietst door zijn ploegmaat Joop Zoetemelk, waarna hij weigert om met Zoetemelk op de kamer te slapen en op zaterdag naar huis fietst in Zeeuws-Vlaanderen, op zondagochtend met de fiets naar Brugge rijdt en vervolgens de Ronde wint. Geweldig. Nadien heeft hij bijna niks meer gewonnen omdat hij zijn status van ‘populaire Hollander’ bij de vrouwen nogal goed verzilverde. Onwaarschijnlijk mooi!”

Welke verhalen zijn ook zeker de moeite?

Nuyens: “De Reus van Itegem. Dennis Verschueren wint in 1926 de Ronde, maar kent vervolgens heel veel pech in zijn leven. Een zoon wordt geëxecuteerd door de Duitsers en een dochter overlijdt aan een ongeneeslijke ziekte. Hij verteert zelf weg door verdriet en overlijdt op relatief jonge leeftijd.”

Van Den Langenbergh: “Het verhaal van Ritte Van Lerberghe, die met een geleende fiets voor de start van de Ronde van 1919 iedereen uitlacht en meldt dat hij toch gaat winnen. Op 120 kilometer van de meet rijdt hij alleen weg, stopt onderweg in een café om 2 pinten te drinken, wordt vervolgens door zijn eigen ploegleider uit het café gejaagd, roept het publiek toe om naar huis te gaan omdat hij toch een halve dag voorop ligt en wint uiteindelijk met 14 minuten voorsprong. Ook het verhaal van Michel D’Hooghe, die in 1939 wint, is opmerkelijk. Hij wordt door het peloton niet als vol aanzien om hij een kermiscoureur is. Wanneer hij beslist om toch eens deel te nemen aan de Ronde wint hij prompt. Hij komt thuis bij zijn moeder met voor die tijd behoorlijk wat geld en enkele dagen later overlijdt die van de emoties.”

Wie zijn de grootste pechvogels?

Nuyens: “Leif Hoste hoort daar zeker bij. Als je 3 keer 2e kunt worden, wil dat zeggen dat de Ronde je fantastisch goed ligt. Dat is echt om uw bidon in twee te bijten, want het verschil tussen winnen en 2e worden, is enorm groot.”

Van Den Langenbergh: “Erik Dekker had in 2001 toch ook moeten winnen. Dat hij die sprint van Gianluca Bortolami verliest, is onbegrijpelijk.”

 

Lees hier verder waarom ‘100 keer Vlaanderen‘ in uw boekenkast thuishoort!

Lees hier ons sfeerverslag over de Ronde van Vlaanderen 2015.

In this article