Op zoek naar kaviaar en champagne: Tom Boonen

Bij iedere slipper in het peloton stokt de adem. Hij ligt er toch niet weer bij zeker? Net omdat hij er de laatste tijd zo vaak bij lag. En telkens deftig. Niet een schrammetje. Geen gewoon blutsje in de carrosserie. Wel een bumper die zodanig op elkaar gekletst is dat hij aan vervanging toe is. Of gelijmd met Pattex die wekenlang moet drogen. Wat het hart van de Vlaamse wielerwereld hoopt? Dat hij nog eens schittert, maar vooral dat Tom Boonen recht blijft.

Tom BoonenDie dekselse valpartijen. Ze deden hem lichtjes wegzakken in een zwart gat waarvan velen nu denken dat het zijn finish is. Hij duikelt op de grond en krabbelt recht. Iedere keer weer. Telkens denken wij: het zal die keer te veel wel zijn. Alleen al voor die inzet is er respect voor de kampioen Boonen. Want het hoeft eigenlijk niet meer. Hij zou kunnen zeggen: het is gedaan, ik heb gewonnen wat ik wilde winnen, waarom doe ik dit nog? Nee. De fiets is wat hem doet ademen in dit leven.

En nu? Dat hij verdorie nog naar een luxeproduct op zoek is. Eentje dat alleen voor de recordhouders op de markt gebracht is. Met een gouden label dat zijn plaats in de wielergeschiedenis benadrukt. Alleen is er de vraag: kan hij het nog? De stemmen uit de buik van de wielerwereld sluiten zich aan bij mijn mening: Roubaix? Ja. De Ronde? Ik vrees van niet. Al hoeft dat je er niet van te weerhouden het tegendeel te bewijzen, Tom.

Droom vooral van die kasseien. Van die hobbelend liggende stenen die de poep doen trillen en de handen doen verkrampen. Dat type ondergrond waar mijn lichaam helemaal niet van houdt op een fiets, maar wel daar waar hij boven zichzelf uitstijgt. De manier waarop hij op zijn fiets zit, geeft hoop. Hij krampt zich voorover. Hij laat het achterwerk over zijn dunne zadel schuiven. Hij is bedrijvig en gaat de inspanning niet uit de weg.

Maar. Fabian Cancellara is onwaarschijnlijk goed.

Het is toch stiekem het duel waar we allemaal op hopen. Al is het kransje kanshebbers zo gigantisch breed. Alleen al binnen de ploeg van Boonen. Maar het is zijn status die hem het nummer 1 geeft. Die het vertrouwen vanuit de ploeg op zijn schouders drukt. Met de jongere generatie die naast hem staat. Een trapje lager, ook al zitten ze op een dag met betere benen. Dat is geen kritiek. Het is de realiteit. Boonen is en blijft Boonen. Een naam als een klok. Ondanks de leeftijd. Ondanks de tegenslag. Omdat je hem nooit 100 procent zeker kan afschrijven.

Behalve als de valpartij straks toch weer ergens om de hoek loert. Dat is vooral niet waar we op zitten te wachten. Dat gouden label van Boonen is té interessant. Laat hem nog een keer kasseien vreten. Of alleszins een dominant dwingende rol spelen in de klassiekers. Kwestie van de bevestiging te krijgen bij dat gevoel dat meneer Lefevere er fout in was hem te vragen om na Roubaix te stoppen.

Het is zijn palmares dat hem tot het einde van zijn carrière een bank vooruit duwt. Al zal alleen winnen hem een kus van de juf opleveren. In Roubaix, Tom?

 

In this article