Wat heeft de jeugd nog meer nodig om van de koers te genieten?

Ik schrijf zondag 21 augustus 2016, 7u45. De wekker loopt af. Waarom staat een 21-jarige in godsnaam zo vroeg op, op een zondagochtend? Voor de koers uiteraard! Logisch toch? 2 weken eerder werd Greg Olympisch kampioen, een held, een gouden God, maar hij bleef vooral Greg. Die zondag zou hij gevierd worden in Hamme en Dendermonde. Samen met mijn broer en neef vertrekken we per fiets, gehuld in een stevige regenjas en een vlag met de beeltenis van onze held, vanuit het naburige Zele richting Hamme.

gregvanavermaetddb1Daar staan we dan, 3 jonge 20’ers, op een zondagochtend aan het Hamse gemeentehuis, wachtend op onze held, een idool, een halfgod die o zo nederig blijft. Zo logisch is het voor onze leeftijdsgenoten toch niet om zo vroeg op te staan, zo blijkt als ik even rondkijk. Ik zie enkel oudere fans, opgegroeid met de verhalen van Briek Schotte, Eddy Merckx, Lucien Van Impe. Enkelen onder hen zullen de langst regerende wereldkampioen, ‘Zwarte Arend’ Marcel Kint, nog met hun eigen ogen zien fietsen hebben. Deze verhalen zijn van Vlaamse makelij, heroïsch! Maar dat boeit de jeugd blijkbaar niet meer. Is er dan, op enkele schaarse uitzonderingen na, geen enkele jongere meer die door de gietende regen wilt rijden om onze wielerkampioenen te huldigen?

2 maand eerder, Les Lacs de l’Eau d’Heure. Terwijl de dames finishen, staan de heren klaar voor de start. En ook daar staan wij weer, 5 jonge snaken, in alle vroegte vertrokken om van het Belgisch kampioenschap te genieten. Alweer zijn we een uitzondering tussen de ervaren wielerliefhebbers. Had de afstand er iets mee te maken? Misschien wel, maar weinig waarschijnlijk.

tomboonenddb2De kerktoren

Het is zeker niet de grote afstand die de jongeren tegenhoudt om naar de koers te kijken. Af en toe (veel te weinig) ga ik eens genieten van een wedstrijd bij de elites zonder contract, koersen die worden verreden onder de kerktoren. Geen grote afstand te overbruggen om te gaan kijken, en toch hebben de mensen die je tegenkomt op zo’n rondje 1 van volgende profielen: 1/ Gepensioneerde mannen met een bierbuikje, een koerstruitje waarvan de rits alle moeite van de wereld heeft om het te houden en een overjaarse fiets; 2/ Dames op leeftijd die hun klapstoeltje op de oprit plaatsen om naar de coureurs te kijken, want: “Het zijn toch schone mannekes, hé”. Geef ze maar eens ongelijk; 3/ Gefrustreerde autobestuurders die beginnen roepen en tieren tegen de seingevers, want: “Ge peist da ik niks anders te doen heb, zeker?”

Wat ik vooral niet tegenkom: jongeren die kunnen genieten van de geur van geoliede benen, het geluid van verspringende kettingen wanneer de renners optrekken na een bocht, en de steeds terugkerende “RODANIAAAAA”. Allemaal elementen die de sfeer op de koers zo uniek maken, en toch trekt dit de jeugd niet meer aan.

Saai?

Als ik leeftijdsgenoten aanspreek over de koers, word ik vaak raar bekeken: “Die kijkt nog naar koers?”. De meesten antwoorden dan ook met clichés: “Hoe kan je daar nu naar kijken, ze nemen allemaal doping! En zo saai dat koers is”. Koers, saai?!? Een hele dag op een smartphone tokkelen is interessanter, veronderstel ik? Na het bekijken van de afgelopen Tour de France kan ik hun standpunt enigszins begrijpen, de klassementsstrijd was een maat voor niks. De echte koersfans konden zich wel vermaken met de Belgische overwinningen. Maar ik veronderstel dat enkele uren kijken naar de lange vlucht voor jongeren saai is.

Naar mijn mening was dit wielerjaar verre van saai. Boasson Hagen die in Qatar opstaat uit de doden. Het klassieke voorjaar waar Sagan schittert en waar jongens van bij ons, Greg, Jasper, en Jens overwinningen boeken in onze klassiekers. Greg, Jasper en Jens. Kijk naar die namen, 3 gewone jongens, die uitblinken in een internationale topsport en toch door iedereen aangesproken kunnen worden. Dit is wat de koers zo mooi maakt.

Gewone jongens

De Giro bracht zoals elk jaar het verwachte spektakel, dit keer met een Nederlands drama. Je wenst het niemand toe maar het bracht toch animo in de strijd om de roze trui. Het wielerjaar was allerminst saai, uitermate boeiend zelfs! Wat houdt de jongeren dan tegen om van de koers te genieten? Er zijn heus wel nog jonge 20’ers die de koers appreciëren, maar steeds vaker merk ik dat er minder en minder interesse is in de sport die ons land zo nauw aan het hart ligt.

Wat zou kunnen helpen om een revival bij de jeugd in te zetten? Een aanpassing van de reglementen door de UCI? Meer extravagante figuren à la Peter Sagan? Een nieuwe Belgische Tourwinnaar waar we reeds 40 jaar op wachten? Een nieuwe kasseispecialist die de Bom van Balen opvolgt? Een Olympisch kampioen? Oh wacht, die hebben we al!

Leve Greg, leve de koers, de koers is van ons, en de koers moet en zal van ons blijven!

Getekend, een jonge wielerfanaat,
Robin Collewaert

 

Fotomateriaal: Davy De Blieck.

In this article