Antwerpse ex-crosser kan geen kassei meer zien!

Sean De Bie is al lang geen onbekende meer voor de Vlaamse koerskenner. Lid van een echte wielerfamilie zoals je die alleen in Vlaanderen vindt, Belgisch kampioen veldrijden bij de nieuwelingen, Europees kampioen op de weg bij de beloften én lid van ‘Jonge benen’, een vrolijke bende van 4 talentvolle wielrenners die dit voorjaar hun eigen docureeks kregen. Op de ploegvoorstelling van Lotto Soudal blikte de Antwerpenaar terug op 2016 en kijkt hij vol enthousiasme uit naar het komende seizoen, dat er wel eens helemaal anders zou kunnen uitzien.

Goed begonnen

Sean De Bie: “Over het 1e deel van het jaar kan ik zeker niet klagen. Ik won de 3-daagse van West-Vlaanderen, stond mijn mannetje in de Vlaamse 1-dagskoersen en mocht met de Giro mijn 1e grote ronde rijden. Die is eigenlijk heel goed verlopen voor mij. De Giro is toch 1 van de zwaarste koersen op het hoogste niveau. Ik kon vlot uitrijden en ben zelfs nog sterk geëindigd. In de laatste km van de laatste rit zette ik nog eens alles op alles. Het was een chaotische sprintvoorbereiding en ik had even een gaatje, maar werd uiteindelijk nog net geremonteerd. Een Girorit had mijn seizoen extra glans gegeven. Na de Giro kon ik de goede lijn nog even doortrekken. Ik werd 2e in het algemene klassement van de ZLM Toer na Sep Vanmarcke en 6e op het Belgisch kampioenschap. Misschien jammer dat mijn prestaties niet altijd even op tv kwamen, maar over mijn eerste seizoenshelft ben ik best tevreden.”

Nooit meer 100%

Sean De Bie: “Nadien liep het wel wat minder. De zomer en het najaar verliepen een beetje met ups en downs. Een klein prijsje rijden lukte nog wel eens, zo werd ik nog 9e in Dwars door het Hageland en 6e in de GP Jef Scherens, maar echt het gevoel dat ik kon meestrijden voor de overwinning had ik niet meer. Misschien dat ik me wat geforceerd heb in het 1e luik van het seizoen. Na het voorjaar werkte ik meteen door naar de Giro, waardoor ik maar weinig rust heb gekend. Mijn 1e rustperiode kwam er pas na het BK. Het leek aanvankelijk wel nog in orde te komen, maar toen kreeg ik steeds af te rekenen met kleine kwaaltjes. Niks ernstigs, maar telkens kleine dingen die ervoor zorgden dat ik me nooit meer 100% voelde. En dat is toch nodig om op topniveau te kunnen presteren.”

Totaal anders

Sean De Bie: “Ik heb nu 3 seizoenen het Vlaamse voorjaar gereden en ik heb niet het gevoel dat het erin zit om ooit mee te kunnen strijden voor de zege in de klassiekers genre Ronde van Vlaanderen. De techniek om over kasseien te rijden heb ik wel mee vanuit het veldrijden, maar ik denk dat ik iets te licht ben gebouwd in vergelijking met de echte kasseispecialisten. Voor mij zou het iets meer bergop mogen. Daarom wil ik het in 2017 over een andere boeg gooien. Ik zit niet langer in de Vlaamse voorjaarskern en zal mijn seizoen starten in Australië. Daarna volgen nog enkele WorldTour-koersen zoals, Abu Dhabi en Catalonië, om dan toe te werken naar de Brabantse Pijl. Daarna zullen we wel zien of ik er ook in de Waalse klassiekers bij ben. Maar het niveau van koersen zal zeker niet lager liggen dan de afgelopen jaren, integendeel zelfs.”

“Ik ben wel benieuwd hoe ik het ervan af zal brengen in het voorjaar. Maar ook nadien volgen er nog mooie koersen. De Ronde van België moet mij wel liggen, want daar zit ook een proloog in, wat ik wel goed kan. En ook in Québec zou ik graag goed zijn. Daarnaast heb je nog koersen zoals Overijse, koersen zonder kasseien in Vlaanderen die me wel beter zouden moeten liggen.”

Jonge benen

Sean De Bie: “Net zoals de vorige jaren gaan we ook terug op stage met Jonge benen; wel zonder Tim Wellens, want die traint nu in Monaco. We hebben een huis gehuurd in Girona. Voor het volledige jaar in plaats van alleen in de winter. Voor mijn 1e koersen in Australië ga ik er zeker nog naartoe. Het is gemakkelijker dat we nu het hele jaar door naar daar kunnen trekken. Voor zware trainingsweken kan ik nu naar Girona om stevig door te trainen. Tijdens rustigere periodes blijf ik dan thuis bij mijn vriendin.”

 

Fotomateriaal: Davy De Blieck.

In this article