Springen vs. zweven: de gladiatoren zijn aan zet

Het gebeurt niet vaak dat hij hijgend de streep vindt. Tot nu. Het gezicht lichtjes verkrampt. De benen ongetwijfeld nog veel meer. Oh zo vaak gaat hij spelenderwijs tekeer. Oh zo vaak lijkt winnen voor Mathieu van der Poel kinderspel. Maar nu kregen we een weekend waarin hij het onderste uit de kan moest halen. De modderspatten op het gezicht maken het beeld compleet. De cross nadert zijn hoogtepunt en kan rekenen op 2 toppers die elkaar nu al wekenlang het vuur aan de schenen leggen.

Van der Poel haalde wel de bovenhand. In een weekend van extremen. Extremen in parcoursen. Extremen in afzien. En 2 keer zat ik op het puntje van mijn stoel. Zat ik te staren naar een show van een uur die tegelijkertijd zo snel, maar ook zo traag voorbij ging. Geen solo’s. Geen overduidelijke machtsverschillen. Wel nek-aan-nekraces. Die de zenuwen op volle toeren lieten draaien.

Ik rijd zelden met de fiets. Ik heb geen flauw idee hoe het voelt om af te zien. Ik heb geen flauw benul van de overdosis adrenaline die eraan te pas komt. En toch. Ook mijn hartslag gaat de hoogte in. Van puur geluk. Mijn linker middenvinger en duim spelen met de ring rond 1 van m’n rechter vingers. Ze draaien hem naar links. En naar rechts. In een poging de adrenaline te onderdrukken. De voeten zitten niet stil. Ze kruipen van ligpositie naar ijsberend voor een zetel. De nagels moeten eraan geloven. De zucht weerklinkt. De adem stokt. Kort. Maar krachtig genoeg.

Galdiatoren

Op het beeld zijn twee gladiatoren aan zet. De schrik dat cross minder populair zou worden mag nu opzij gezet worden. Ze hebben zelfs de arena in Namen zo ver gekregen om luidkeels hun naam te scanderen. En ergens heb ik de indruk dat het publiek hen beiden kan smaken. Ergens heb ik het gevoel dat het vijandige dat sport soms in zich draagt er nu niet is. Dat voor- en tegenstand niet meer bestaan. Maar dat ze elkaar omarmd hebben. Dat ze elkaar vonden. Middenin een generatiewissel.

 

 

 

De 2 tenoren zijn zo aan elkaar gewaagd. Maar ook zo verschillend. De Nederlander heeft meer frivoliteit. Durft datgene waarvan je denkt dat het niet kan. En doet het ook. De Belg boenkt op pure kracht. Werkt vanuit de onderrug en gebruikt zijn sterke bovenbenen. In snelheid en in techniek. Ook al moet hij daarin zijn meerdere erkennen in Mathieu. Voor Wout liggen de balken te lastig. Voor Wout is het springen. Voor Mathieu is het zweven.

Denderende trein

Mentale oerkracht, die bezit de Belg. De kracht om niet op te geven. Om door te stoempen en het gat telkens weer te dichten. Wout kan Mathieu mentaal doen buigen. Wout kan ademen in de nek van de Nederlander en hem zo onzeker maken. Alleen staat Mathieu tot nu toe sterk in de schoenen. En laat hij zich niet omver blazen door de denderende trein die in zijn rug op komst is. Hij heeft de cool om het moment te bekijken als het er is. Om zich niet druk te maken in wat misschien komen gaat. Om het pas een zorg te maken als het probleem zich stelt.

Puur lichamelijk gezien maakt het onderstel van Van Aert meer indruk. Heeft hij de Romeinse benen waar de gladiator in se stevig op kan bouwen. De voeten vast in de grond en de kracht vanuit de dijen. Een stevige loopstijl waar Van der Poel ook in de toekomst nog voor zal moeten buigen. Een voordeel dat Van Aert met intelligentie handig gebruikt. Waar Van der Poel een stevige dosis lef tegenover zet. De magneet om de concurrent op te zoeken, hem tot het gaatje te drijven en zelf nog net iets verder te gaan. De limieten strelen met de ogen. De handen. De benen.

Diegem

En de gemene deler in het hele verhaal is hun drang naar elkaar. Ze kunnen niet zonder elkaar. Ze hebben elkaar nodig om boven zichzelf uit te stijgen. Om hun lichaam zo ver te drijven dat het op het punt van breken staat. Maar de adrenaline de bovenhand neemt. En toch. Voor het eerst moest Mathieu hijgen. Voor de camera. In beeld. Omdat Wout op de loer lag. En het de Nederlander verdomd lastig maakte. Zo lastig dat ook Mathieu weet dat de rollen volgende week weer helemaal omgekeerd kunnen zijn.  Kunnen, maar ook niet kunnen. Dat is aan Mathieu zelf.

Te beginnen nu vrijdag. In Diegem. Waar ik voor het eerst dit seizoen deze prachtige sport live kom aanschouwen. Wat wordt het Mathieu? Nummer 14?

 

Fotomateriaal: Davy De Blieck.

In this article