Vlaams toptalent van BMC maakt het meteen waar bij de beloften

We voorspelden het al na het WK tijdrijden vorig jaar: van Jasper Philipsen zouden we nog horen. In positieve zin dan wel, niet zoals in Qatar waar hij bezweek onder de hitte. En kijk, een half jaar later is het al zo ver. Want ook in zijn 1e jaar bij de beloften toont Philipsen dat hij gewoon een echte klasbak is.

De sympathieke BMC-renner kende al een uitstekend seizoensbegin, 5e in zijn 1e koers, 15e in Brussel-Opwijk, 4e in de Handzame Challenge, 2e in de Zuidkempische Pijl, 2e in de ZLM Tour,…. Niet evident als 1e jaars belofte, maar bij Philipsen lijkt het wel vanzelf te gaan. “Het doet wel deugd om zo aan het seizoen te kunnen beginnen”, zegt hij. “Zeker na wat er vorig jaar gebeurde op het WK. Ik had het misschien wel nodig om mijn gedachten eens te verzetten en een tijdje niet te veel met de koers bezig te zijn.”

Na deze rustperiode begon Philipsen met veel motivatie aan zijn voorbereiding op 2017. En dit bij een nieuwe ploeg, het BMC Development Team, 1 van de beste belofteteams ter wereld. “Eigenlijk heb ik qua training niet zo heel veel veranderd in vergelijking met de vorige jaren. Sterker nog, ik zou zelfs durven zeggen dat ik vorig jaar met betere benen aan het seizoen begonnen ben. Het is dan ook zeker niet zo dat ik tijdens de winter als een op en top prof heb geleefd. Ik deed wel mijn trainingen en BMC is superprofessioneel: het materiaal is top, op stage wordt alles voor je geregeld en ook als je thuiskomt wordt alles voor je gedaan,… maar het plezier stond telkens voorop bij mij. Al heb ik op de fiets ook plezier, natuurlijk”, lacht het 19-jarige toptalent.

1e zege bij de beloften

Het is dus geen leerseizoen voor de 1e jaarsbelofte. 2 weken geleden behaalde hij zelfs zijn 1e zege. En meteen een heel mooie. Hij won de 2e rit in de Tryptique des Monts et Châteaux en mocht een dag later ook het eindklassement op zijn naam schrijven. Erg knap, want de Tryptique is een hoog aangeschreven wedstrijd voor beloften, met een internationaal sterk deelnemersveld, pittige hellingen, enkele kasseistroken en een mooie erelijst met onder meer Stijn Devolder, Lars Boom, Thomas De Gendt, Kris Boeckmans, Tom Dumoulin en Bob Jungels. “Ik was eigenlijk niet de absolute kopman binnen mijn ploeg, maar ik voelde me de 2e dag heel goed en kon ook de rit winnen. Mijn koers was dan eigenlijk al geslaagd. Maar de volgende morgen reed ik een sterke tijdrit en zo kwam ik ook aan de leiding in het klassement. En dan wil je die trui ook verdedigen natuurlijk. Al kreeg ik het in de laatste rit nog behoorlijk lastig, zeker toen Stan Dewulf nog een ultieme gooi deed naar de eindzege. Gelukkig kon ik rekenen op een sterke ploeg die vol voor mij reed. We zijn dan wel een internationaal gezelschap, maar we komen goed overeen en vormen een echt team. Het zijn bovendien allemaal sterke renners. Ik voel me echt wel goed binnen de ploeg en ben blij dat ik deze kans gekregen (en gegrepen) heb.”

2e in de Ronde

Jasper Philipsen hield een uitstekend gevoel over aan zijn Tryptique, een gevoel dat hij ook meenam naar de Ronde van Vlaanderen voor beloften. “Ik had veel vertrouwen na mijn zege en ik kende ook een uitstekende dag. Bovendien zijn dat de koersen die me het best liggen. De beloftenversie is niet helemaal dezelfde als die bij de profs, maar er liggen toch ook 18 hellingen op het parcours. Hij is zeker lastig genoeg.” De nieuwe kasseispecialist werd uiteindelijk 2e in zijn eerste Ronde van Vlaanderen voor beloften. “In de finale reden we weg met een groepje van 12 waarvan ik de sprint zou winnen. Helaas was er al 1’tje gaan vliegen. De Ier Dunbar was die dag de verdiende winnaar. Jammer, want in de Tryptique kon ik hem wel kloppen. Al is een rittenkoers nog iets anders dan zo’n klassieker.”

Uitkijken naar Parijs-Roubaix

Jasper Philipsen hoopt nu vooral om zijn goede conditie nog even te kunnen doortrekken. “Ik vertrek nu met BMC naar Italië om daar 2 dagen te gaan koersen. Het wordt mijn 1e buitenlandse koers bij de beloften en het wordt er meteen 1 met veel hoogtemeters. Niet echt mijn ding, maar ik wil wel eens kijken hoever ik daar kan geraken.”

En veel verder wil hij nog niet vooruitkijken. “Paris-Roubaix, eind mei, is ook nog een mooie koers waar ik goed hoop te zijn. En daarna zullen we wel zien. Ik bekijk het liever dag per dag.” Ook met een mogelijke profcarrière is hij nog niet bezig. “Ik ben nog maar e1e jaars belofte, ik heb nog een hele weg te gaan en nog een paar jaar de tijd ook. Natuurlijk is het mijn droom om ooit prof te worden, maar ik heb ook nog mijn studies (Industriële Wetenschappen in Geel, red) die ik zeker wil afmaken. Alles op zijn tijd, hé”, besluit de goedlachse Limburger.

Fotomateriaal: Joeri De Coninck.

In this article