“Als de rensters vroeg moeten opstaan, dan moeten de organisatoren dat ook maar doen”

De finale van het Belgisch kampioenschap voor vrouwen in Antwerpen werd mede gekleurd door 2 veldrijdsters: wereldkampioene Sanne Cant en… de 36-jarige Ellen van Loy (Telenet-Fidea Lions). Die was zelfs zo goed dat ze op de laatste kasseistrook nog eens alle registers open trok; uiteindelijk legde ze beslag op de 10e plaats. “Dat vroege opstaan vind ik niet zo erg, maar wel dat ze dan de start moeten verlaten omdat de organisatoren hun werk niet goed hebben gedaan.”

“Ik ben blij dat ik hier weer aan de start kon staan, want ik rijd altijd goede BK’s en dat is vandaag nog maar eens gebleken”, opent Ellen van Loy haar analyse. “Het is niet mijn persoonlijke hoogtepunt van het wegseizoen, maar dat ik hier de finale kon kleuren, is natuurlijk wel mooi. De ploegen toonden in het begin veel aanvalslust, maar nadien waren het naar mijn mening toch vaak de individuele rensters die veel werk opknapten en de koers probeerden te maken. Ik vind dat de grote blokken daar wel wat meer initiatief hadden mogen nemen. Maar het was een mooie koers, zeker als je ziet dat er zoveel rensters de eindstreep niet haalden.”

Vol doortrekken

In het 2e stuk viel de koers wat stil, maar op de laatste kasseistrook langs de Waalse Kaai achtte Van Loy haar moment gekomen. “Ik zat ook al op kop op de laatste passage op de D’Herbouvillekaai en ik zag even later dat Sanne (Cant, red) nog in mijn wiel zat. Ik zei haar vooraf dat ik de bocht erna op de Waalse Kaai stevig zou doortrekken. Dat lukte ook en de rest kwam niet, op Sanne en nog een renster van Sport Vlaanderen-GuillD’or na. Maar het was helaas nog iets te lang tot de meet. De grote sprintsters zaten nog vooraan, dus eigenlijk was het een onmogelijke opdracht voor ons 3 om naar de meet te rijden. Jammer, want ik wist dat Sanne ambitie had en had haar als collega-veldrijdster graag geholpen. Het was mooi geweest als er 2 crosssters op het podium hadden gestaan. Maar ik ben zeker tevreden met mijn top 10-plaats.”

Met het vroege uur om op te staan – de start was al voorzien om 8 uur – had Van Loy geen moeite. Of toch? “Ja en nee. Ik klaag er ook over, maar ofwel moeten ze er iets aan doen ofwel moet iedereen eens stoppen met daarover te zagen. Ik had mij ook kunnen afmelden en uitslapen, maar ik wilde koersen. Het is voor iedereen gelijk. Wat ik wel vind: als ze de start op 8 uur zetten, dan moeten ze die geen kwartier verlaten omdat ze het parcours niet vrij krijgen. Dat vind ik er echt over. Sorry, maar als wij vroeg moeten opstaan, dan moeten de organisatoren dat ook maar doen. Dat ze een kwartier voor de start nog panelen moeten ophangen aan de nadars en dat die dan vlak voor de start omwaaien, dat kan toch niet? Dat is slechte reclame voor het vrouwenwielrennen.”

Geen sprake van stoppen

Van haar topniveau is Van Loy ondanks haar zeer behoorlijke prestatie nog ver verwijderd. “Op de weg rijden is totaal anders. Als ik nu zou crossen, zou ik bij wijze van spreken na een halve ronde in de kant hangen. Pas binnen enkele weken vat ik de crosstrainingen weer aan.” Bij de start van het veldritseizoen wordt Ellen van Loy er 37, maar aan stoppen denkt ze nog niet. “Helemaal niet! Ik voel me daar nog veel te goed voor en dat hebben mijn resultaten vorige winter ook wel aangetoond, denk ik. Maar als ik ooit stop, moet het wel na een mooi en volledig crossseizoen zijn.”

Fotomateriaal: Franky Schoonvliet.

In this article