Van Berlare naar Parijs: de fenomenale weg van de Belgische kampioen in 8 stappen

Oliver Naesen begint zaterdag aan zijn 2e Tour de France en vanaf zondag, na de proloog, mag hij ook de Belgische kampioenentrui aantrekken. De Oost-Vlaming gaat zo voort op zijn elan, een korte krachtige carrière met veel ups en bijzonder weinig downs. We fietsen met hem – figuurlijk – van Berlare naar Parijs.

Vertrek: Berlare

Niet geboren maar wel getogen in Berlare. “Berlare betekent alles voor mij”, zegt Naesen aan de vooravond van de Tour. “Hier heb ik mijn hele jeugd gespendeerd. En de mensen in Berlaar volgen er mijn koersen op de voet, dat is leuk.” Als favoriete plaats noemt hij spontaan het Donkmeer. “Hier hangen we na een training geregeld rond om een koffie te drinken.” Maar als hij straks het ouderlijk nest verlaat, gaat het wel even een andere richting uit. “Mijn vriendin Dorien en ik hebben een bouwgrond gekocht in Erondegem (een dorpje 20 minuten rijden in de richting van Aalst, red), want zij is van ginder.”

Pitstop 1: Sinaai

Sinaai, het is daar dat Oliver Naesen zijn 1e koers ooit reed nadat hij het judo voor bekeken had gehouden. Maar voorts werd het geen koers om te onthouden. “Het enige dat ik er nog van weet, is dat ik content was dat ik aan de finish was geraakt”, lacht Naesen.

Pitstop 2: Templeuve

In 2014 begint Oliver Naesen aan het seizoen in het shirt van het continentale Cibel. Vooral die zomerperiode werd er eentje om in te kaderen. “Ik won toen bij de elite zonder contract meer wedstrijden dan dat ik niet won”, lacht hij. “De wedstrijd om de Topcompetitie in Templeuve is daar misschien wel de belangrijkste van, al was de koers in Berlare (de Memorial Fred De Bruyne, red) later die zomer wel mijn persoonlijke hoogtepunt. Ik had eind juni of begin juli al mijn profcontract voor 2015 bij Topsport Vlaanderen-Baloise getekend en leefde in die periode wat op een wolk. Ik stopte ook meteen met werken als koerier en leefde dus al als een prof.”

Pitstop 3: Denemarken

Op 1 augustus 2014 mocht Naesen zijn kans wagen als stagiaire bij Lotto-Belisol. Zijn 1e koers was de Ronde van Denemarken, waarin hij meteen toonde dat hij wel degelijk kon koersen. “Ik heb daar enorm veel opgestoken”, weet Naesen nog. “Koersen als prof is eigenlijk een andere sport. Van die mannen van Lotto heb ik echt de stiel geleerd. Ik was wel telkens de 1e die op kop moest gaan rijden in het peloton, maar we hebben er met Lars Bak wel de 2e plaats in het klassement mee behaald.”

Pitstop 4: Polynormande

Onder de vleugels van Walter Planckaert blijft Oliver Naesen ontbolsteren. “De mooiste overwinning dat jaar boekte ik in de Polynormande, in Frankrijk”, weet hij nog. “De witte trui pakken in de Ronde van Luxemburg en elke dag met mannen als Andre Greipel op de 1e rij mogen starten, was natuurlijk ook wel mooi, maar het heeft toch minder cachet dan zelf een koers winnen. Maar in je 1e jaar bij een nieuwe ploeg is eigenlijk elke prijs een surplus.”

Pitstop 5: Zwitserland

Dat 1e jaar bij Planckaert was voorspoedig verlopen en dus kon Naesen al snel weer een stap hogerop. “In de Baloise Belgium Tour reed ik in een rit samen met de Spanjaard Vicente Reynes van IAM voorop. Ik had hem na de koers een berichtje gestuurd dat ik hem ging contacteren voor het jaar nadien. En mijn manager Yannick Prevost heeft dat dan eigenlijk behoorlijk snel afgerond met Rik Verbrugghe.”

Pitstop 6: Antwerpen

Door het stopzetten van IAM kwam Naesen bij het Franse AG2R terecht. Ondanks een sterk Vlaams voorjaar kon hij echter niet winnen, tot het BK in Antwerpen. Daar zette hij Sep Vanmarcke met een ultieme jump van de winst. “Maar ik ben die avond al om 11 uur in bed gekropen”, lacht hij. “In koerskleren ben ik gestopt aan mijn supporterslokaal en daar hebben ze mij een pint of 3 gegeven. En dan was het licht snel uit.” (lacht)

Aankomst: Parijs

Naesen begint nu dus aan zijn 2e Tour. “Vorig jaar geraakte ik vrij comfortabel in Parijs en dat moet nu ook weer lukken. Ik heb toch al bewezen dat ik een berg over geraak. Het zou eerder een ontgoocheling zijn mocht ik niet in de Lichtstad geraken.” Naesen moet vooral werken voor de Franse chouchou Romain Bardet maar ziet ook zelf wel kansen. “Ik moet het hebben van die ritten die ook Thomas De Gendt en Serge Pauwels liggen. We zullen vooraf wel eens afspreken.”

Fotomateriaal: WielerVerhaal.

In this article