De Australiër uit Lanaken die niemand ooit had verwacht, ginder op die legendarische piste

Amper 2 zeges heeft hij in zijn profcarrière verzamelt, maar Mathew Hayman is een graag geziene man in het wielermilieu. Niet alleen vanwege zijn kwaliteiten als wielrenner, maar ook door zijn aangename persoonlijkheid. Als er dan toch iemand Tom Boonen van zijn 5e kassei moest houden, dan mocht het gerust de Australiër uit Lanaken zijn. 39 is hij intussen maar nog lang niet uitgekoerst – noch uitgebabbeld.

Uiteraard is de Helleklassieker ons 1e uitgangspunt, wanneer we Mat Hayman ontmoeten op Eurobike in het Duitse Friedrichshafen. “Parijs-Roubaix winnen was toch wel belangrijk voor mij. Het heeft mijn leven veranderd. Niet zozeer als mens – ik ben steeds dezelfde gebleven voor mijn vrouw, mijn kinderen, mijn familie…. Maar ik geniet nu meer waardering bij de buitenwereld. Ik was voordien al meer dan tevreden met mijn carrière. Maar nu, met die kassei erbij… dat maakt het wel zo’n beetje af. Dat geeft iets extra’s aan mijn leven als coureur. Ik zou het helemaal niet erg vinden als dat het enige is dat de mensen later van mij zullen herinneren. Dat ze denken: Mmmm, Hayman… heeft die niet ooit eens Parijs-Roubaix gewonnen? Daar zou ik geen enkel probleem mee hebben.”

“Of er nu ook in het peloton anders naar mij wordt gekeken, weet ik niet echt. Er is sowieso al een soort hiërarchie. De oudere renners krijgen iets meer respect en daar mag ik me met mijn 39 jaar toch al een tijdje bijrekenen. Maar het kan inderdaad zijn dat die zege daarbij heeft geholpen. Ik durf ook al eens sneller mijn mening of advies te geven. Ik weet nu hoe je een klassieker moet winnen. Mensen luisteren nu éénmaal niet zo snel naar iemand die nog niets gewonnen heeft.” (lacht)

Geen eenzaat

Hayman: “Ik zit ondertussen al een hele tijd in het wielermilieu, maar ik kan niet zeggen dat ik er echte vrienden heb aan overgehouden. Dat klinkt cru, maar het is misschien wel zo. Let wel: ik ben zeker geen eenzaat. Ik trek regelmatig op met mijn ploegmakkers en ook met Paul Martens van LottoNL-Jumbo ga ik regelmatig trainen. Wij wonen bij elkaar in de buurt – hij in Rekem, ik in Lanaken -, we hebben kinderen van dezelfde leeftijd en samen trainen is nog altijd leuker. We motiveren elkaar en hebben ondertussen een goede band opgebouwd. Tijdens het trainen praten we een beetje over andere renners, de komende wedstrijden, de verschillen tussen onze ploegen…. Maar ook over zaken die niets met het wielrennen te maken hebben.”

“Ik heb ook wel contact met enkele ex-ploegmaats. Ik hoor nog regelmatig iets van Luke Rowe en Geraint Thomas, die ik nog ken vanuit mijn Sky-periode. In de koers slaan we geregeld eens een babbeltje. En recent heb ik Luke nog een hart onder de riem gestoken. Hij beleeft nu niet echt een leuke periode met zijn zware beenblessure, dus hij kan wel wat steun gebruiken.”

Nederlands kampioen

Wist u dat Mathew Hayman ooit beloftenkampioen werd van… Nederland? “Ex-ploegmaats uit mijn tijd mijn Rabobank hoor ik nog maar zelden. Maar dat is intussen al zo lang geleden…. (2000-2009, red). Ik denk dat ik bijna de enige actieve overblijver ben van die groep”, grapt hij. “Ten tijde van die Nederlandse titel reed ik met een Nederlandse licentie, dus mocht ik starten op het nationaal kampioenschap. En wie mag deelnemen, kan ook winnen. Ik voelde me nochtans niet super in het koersbegin, maar na verloop van tijd kwam ik er wat door. In de slotfase reden we met 3 Rabo-renners voorop, maar ik wilde per se winnen. En dat zei ik ook tegen onze ploegleider, Nico Verhoeven. Wie Nederlands kampioen wist te worden, werd later ook profrenner. En dat was mijn grote droom. Dus Australiër of niet, ik ging vol voor de zege. Niet veel later mocht ik dan mijn 1e profcontract tekenen.”

“Het is trouwens dankzij mijn broer dat ik toen naar Nederland ben gegaan. Hij was een amateurwielrenner, maar kon via zijn ploeg ook in Nederland komen koersen. Als junior ben ik hem gevolgd en toen ik belofte werd, begon Rabobank net met hun opleidingsteam. Ik kende dus heel veel geluk dat ik daar terechtkwam, want ze hebben toch enkele sterke renners afgeleverd. En ik ben hier blijven plakken. Eerste woonde in nog in Zeeland, maar om goed te trainen was dat niet zo evident. Veel jonge Nederlandse renners verhuisden in die periode naar Limburg en dus deed ik dat ook, in 2002 was dat. Een leuke periode, we deelden appartementen, gingen samen trainen richting Luik of op het parcours van de Amstel Gold Race, vertrokken samen naar het vliegveld….”

Team Sky

Hayman: “Mijn leukste jaren waren echter mijn 1e jaren als profrenner. Het was altijd mijn droom om prof te worden. Toen ik mijn 1e contract tekende bij het ‘grote’ Rabobank, voelde ik mij even de gelukkigste man op Aarde. Alles is nieuw, je hebt er keihard voor gewerkt, dat is wat je echt wil…. Een heel mooie periode, maar ook mijn jaren bij Sky waren heel interessant. We gingen voor een nieuwe aanpak, maar dat liep niet altijd van een leien dakje. Zeker de 1e jaren ging er nog vanalles fout. Maar het gaf wel een nieuwe stimulans aan mijn carrière. Ik ging nieuwe dingen uitproberen, ging voor een meer wetenschappelijke aanpak, viste dingen uit mijn Australische periode herop. En ook nu is het nog steeds heel boeiend: met veel jonge renners die hun neus aan het venster steken. Zoals Esteban Chavez, Caleb Ewan, de Yates-brothers,….

“Ik geniet dus nog steeds van de koers, al weet ik niet hoelang ik nog doorga. Ik heb nog een contract voor volgend jaar, dat kan zomaar eens mijn laatste zijn. Ik doe het ook al 20 jaar en heb 3 kinderen thuis…. Ik weet echt niet wat ik later zal doen. Momenteel doe ik het gewoon nog heel graag, maar ik wil het zeker niet blijven doen tot ik het haat. Maar dat zie ik eerlijk gezegd nog niet zo snel gebeuren.” (lacht)

Interview: Yves Brokken op Eurobike.
Tekst: Beau Vandevyvere.
Fotomateriaal: ASO.

In this article