De herfst is bijna in het land. Tijd om af te kicken. Of net niet?

Al een geluk dat ik deze week stevig wat overuren maak. Na een zomer vol koersgeweld valt een mens in een diepe leegte bij het thuiskomen. Hoera voor de wereldkampioenschappen volgende week. Dan wacht er me weer ongeveer iedere avond een brok wielergeweld. Dan is het afkicken weer net iets minder zwaar. Maar de paniek doet stilaan z’n intrede. Het seizoen loopt op z’n eind en ik weet me geen raad meer met mezelf.

Er is er toch minstens eentje die blij zal zijn. De mama. Ik ben meer aanspreekbaar voor huishoudelijke taakjes in wat tijdens de koerszomer een perfect hotel leek te zijn. Ze ziet haar kans ongetwijfeld schoon om me meer aan het werk te zetten. En ze heeft gelijk ook. Ik ben meer dan lui geweest van eind juni tot nu. Thuis toch.

Thuis, dat stond voor: opgenomen koers kijken, ontspannen, op m’n lui gat liggen, slapen en eten. Dat laatste werd dan ook nog eens geserveerd. De was ging fris van de wasmand weer in de kast. Ik was haast een profwielrenner op stage. Werken, rusten en eten. Aan het schone leven komt een eind. Dat het huishouden ten huize Cleuren nu meer zal steunen op de oudste dochter is geen probleem. Dat de koers er enkele maanden tussenuit gaat, is een veel groter issue.

Cross!

Tuurlijk, er is het veldrijden. Kort. Krachtig. Tijd trouwens om mama nog eens in het hoofd te prenten dat stofzuigen tussen 14u30 en 16u30 van oktober tot februari de wereldvrede geen goed zal doen. Dat ene uur moet dan ook volledig tot z’n recht komen. In die zestig minuten moet ik mezelf verliezen en weer terugvinden. Dat moet snel gaan.

De cross is spannend, de cross is herkenbaar, de cross is apart. Veel mensen snappen het vaak niet als ik zeg dat ik dan toch een wegkoers verkies boven het veld. Als ik echt kiezen moet. Tuurlijk kijk ik uit naar het winters geweld in modder en zand. Vooral dat laatste trouwens. Maar mijn veldritenthousiasme is in niets te vergelijken met de adrenaline die begin februari stilaan de kop opsteekt. Als her en der weer over asfalt gekoerst wordt.

Aparte status

De regen. De wind. De snelheid. De tactiek. De discussies. De millimeters. De seconden. De lekke banden. De rode vod. De helling. De afdaling. De bocht. De streep. De tijdrit. De ploeg. De emotie. De afwisseling. De kracht. De inzinking. De pijn. Het geluk.

Ook in het veld? Ja. Ook in het veld. Maar anders. Zo anders. De fiets die over het asfalt dendert heeft iets speciaals. Het wegwielrennen heeft een aparte status gekregen. In m’n hoofd en in de tijdsinvulling thuis. Ik ben dan ook de enige die nu niet alleen ’s morgens, maar ook ’s avonds met een minder gezond humeur rondloopt.

Misschien kan ik inderdaad maar beter (leren) strijken. Dan zijn de mensen in mijn omgeving tenminste gelukkig. De donkere dagen in de winter dienen toch om depressief te zijn. Blue Mondays genoeg op komst. Het heeft geen zin om in paniek te slaan. Na de wereldkampioenschappen en Lombardije is het alweer voorbij. Zo zal het gaan. En zo zal het altijd zijn.

De herfst is bijna in het land. Tijd om af te kicken.

Eindelijk tijd om magazines en boeken te lezen.

Over de koers. Uiteraard!

In this article