Johan Jacobs (20) is dan wel opgegroeid in Zwitserland, voor het veldrijden én voor de liefde kwam hij naar België. Door zijn voormalig ploegleider Mario  De Clercq ooit omschreven als het grootste beloftetalent, samen met Eli Iserbyt, is Jacobs, die intussen zo goed als perfect Nederlands praat, op zoek naar zijn beste vorm. In tegenstelling tot zijn veel kleinere concurrent heeft de hoog opgeschoten Zwitser het nog niet kunnen waarmaken. “Als mijn fysieke leed voorbij is, moet ik richting het niveau van de allerbeste beloften kunnen groeien”, hoopt de crosser van Pauwels Sauzen-Vastgoedservice. “Volgend jaar moet hij elke week podium rijden”, bevestigt zijn huidige ploegleider Tom Vannoppen Jacobs’ talent.

Zijn 6e plaats in Diegem toont aan dat Johan Jacobs stilaan weer de oude wordt, al moet hij dat nog zien te bevestigen, want in Baal raakte hij met moeite de top 15 binnen. “Ik ben in de 1e plaats blij dat ik weer wedstrijden à bloc kan uitrijden”, verwijst Jacobs meteen naar zijn rugproblemen van de laatste tijd. “Het probleem was dat ik vaak wat scheef liep, zo bleek uit verschillende onderzoeken. Ik draag nu steunzolen en dat lijkt de oplossing. Mijn rug is sterker geworden en dat begint nu te renderen. Moeilijk te zeggen wel hoe ver ik van mijn beste vorm zit, al denk ik wel dat ik al redelijk goed ben. Er kunnen zeker nog een paar procenten bij, zeker om vooraan mee te kunnen koersen. De procentjes die ik in het begin van het seizoen verloor, moeten er nog bij.”

Liefde

Jacobs is een Flandrien-type. “Ik hou van modder, stoempen en lopen. Dat kan ik heel goed. Man van de macht, noemen ze mij ook wel. Ik geraak desondanks wel goed bergop, maar snelle en technische parcoursen zoals bijvoorbeeld Oostmalle zijn minder mijn ding.” Hij kan zich nu ten volle toespitsen op zijn passie. “Ik heb mijn studies in Zwitserland afgerond. Het was een opleiding te vergelijken met Economie-Moderne Talen, maar het Zwitsers onderwijssysteem ziet er wel wat anders uit. Het is moeilijk te vergelijken, het was ook iets tussen basis- en middenonderwijs, een opstapje naar de universiteit.”

Niet alleen voor de cross kwam Johan Jacobs naar België. “Ook voor de liefde”, lacht hij. “Ik woon nu voltijds bij mijn vriendin in Middelkerke. En ja, waar kan je beter zitten om te crossen dan in hét land van de cross?” Dat de belofte zijn liefde in Vlaanderen vond, is echter niet zo’n toeval. “Mijn vader is van Sint-Katharina-Lombeek, een deelgemeente van Ternat, provincie Vlaams-Brabant. Mijn moeder is Zwitserse maar werkte destijds als inkoopster bij C&A in Brussel. Zo hebben mijn ouders elkaar leren kennen. Het was liefde op het 1e gezicht. Mijn vader is dan naar Zwitserland verhuisd voor haar en daar ben ik ook ter wereld gekomen.”

Iserbyt

Terug naar de cross. 2 jaar geleden noemde Mario De Clecrcq, zijn toenmalig ploegleider bij Sunweb, Jacobs de grootste belofte van het peloton, samen met diens ploegmakker Eli Iserbyt. “Talent bestaat uit verschillende factoren. Alles moet kloppen: omkadering, training, motivatie,…. Puur technisch talent is niet voldoende. Je moet ook medisch geschikt zijn en zeker op dat vlak heb ik de voorbije jaren wat pech gekend”, beseft Jacobs. “Op dat niveau ben ik zeker nog niet top. Of ik het potentieel heb van Iserbyt? Dat moet je maar aan De Clercq vragen. Als hij dat zegt, zal dat wel zo zijn, hé.” (knipoogt)

“Maar Iserbyt en ik zijn wel totaal verschillende renners”, maakt Jacobs duidelijk. “Eli is de man van korte explosieve inspanningen en ik heb een dieselmotor. Als ik Iserbyt zie rijden…. Dat kan ik toch niet. Dan denk ik wel eens dat ik een trein gemist heb. Maar ik werk er wel elke dag voor om dat niveau te bereiken. Misschien kan ik hem op een dag toch eens kloppen.”

De mening van zijn ploegleider Tom Vannoppen

“Johan is 1 van de grootste talenten van het peloton. Hij is een paar jaar op de sukkel geweest, maar zijn zomer was wel goed en daarom hebben we de lat weer wat hoger gelegd”, zegt ex-prof Tom Vannoppen, die nu Jacobs’ ploegleider is bij Pauwels Sauzen-Vastgoedservice. “Je ziet nu dat zijn talent stilaan weer naar boven komt. Vooral mentaal is het voor hem niet altijd makkelijk geweest, omdat hij moest pendelen tussen Zwitserland en Vlaanderen. Qua training moet zijn souplesse nog wat beter, voor de rest is hij goed bezig. Hij heeft een body als Van Aert, dus dat zal geen nadeel zijn. Volgend jaar is hij nog een jaartje belofte en moet hij elke week kunnen meedoen voor het podium. Bij de juniores kon hij het niveau van Iserbyt aan, en die kwaliteiten zijn niet zomaar weg.”

Fotomateriaal: Kristel Van Gilst.