Je hebt bergen en je hebt bergen. Ons zal je niet horen beweren dat de hellingen van de Vlaamse Ardennen geen serieuze kuitenbijters zijn, maar het betere klimwerk moet je toch elders zoeken. De Ardennen vormen al een mooi opstapje, maar om de echte cols te betwisten moet je naar het buitenland.

Foto: Ziegler175Travail personnel, CC BY-SA 3.0, Lien

Mont Ventoux, Alpe d’Huez, Passo dello Stelvio, Mortirolo,… namen die klinken als een klok. Mythische cols op wiens flanken al een serieuze wielergeschiedenis werd geschreven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze op de bucketlist van de grootste wielerfanaten staan. Maar klimmen moet je leren en het is niet altijd verstandig om meteen de zwaarste bergen te betwisten.

De Col de Turini in de Maritieme Alpen – naar verluidt de favoriete col van Chris Froome – vormt misschien wel de ideale trainingscol. Niet de meest klinkende naam in het wielermilieu, maar bij motorsportkenners moet hij wel een belletje doen rinkelen. De Alpenreus is namelijk bekend voor zijn rit in de Rally van Monte Carlo. 31 km moeten er worden afgelegd tussen La Bollène-Vésubie en Sospel, onderweg de Turini met zijn smalle wegen en vele haarspeldbochten. En om voor extra spektakel te zorgen wordt de rit ook nog eens ‘s nacht verreden. Dat zorgde voor de toepasselijke bijnaam ‘Night of the Long Knives’, verwijzend naar de felle koplampen die door het duister snijden. Tel daar nog eens de winterse omstandigheden met sneeuw en ijzel bij en je weet: simpel is het niet!

Sospel

Dan kiezen wij liever voor een zomers zonnetje en onze trouwe 2-wieler. Want al fietsend is de Col de Turini echt een col waarop je kan genieten. Vanuit Sospel bijvoorbeeld is de klim 24 km lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,2% en een maximum van 9%. Lastig – het blijft bergop fietsen, maar zeker niet onoverkomelijk. Vooral de 1e helft is heel doenbaar. Pas rond km 14 krijgen we percentages van boven de 7%. Wie het echt niet meer ziet zitten, draait dan al terug. Al zou dat wel heel jammer zijn! Als echte wielerfanaat ga je toch gewoon door tot de top op 1.607 meter! Je kan toch niet thuiskomen met een halve klim in de benen?

Foto: Jérémie Forget – Photo prise lors d’un voyage de vélo à Nice, Dominio público, Enlace

Het gevoel tijdens het klimmen, het aansnijden van de vele haarspeldbochten, het adembenemende uitzicht onderweg, de voldoening eens je boven bent,…. En na de inspanning kan je wat gaan uitblazen aan de Côte d’Azur. Wie nog een klimvakantie wil boeken deze zomer, hier heb je alvast een serieuze aanrader! O ja, ook met de mountainbike kun je je in Sospel helemaal uitleven. Genoeg redenen om eens af te zakken naar dit schitterende dorpje in de Provence, tegen de Italiaanse grens en op amper 45 minuutjes van Nice.

Vésubievallei

Een andere startplaats om de Turini aan te vatten is L’Escarène. 30 km klimmen aan gemiddeld 5,1% met een maximum van 8%. Het langere klauterwerk dus. Het begin is nog opwarming, maar daarna krijg je een 10-tal km lang stroken boven de 7%. Gelukkig wordt het halverwege terug wat lopender, alvorens opnieuw boven de 7% te klimmeen in het slot van de col. Houd dus zeker nog wat over voor een goed eindschot!

De kortste, en dus ook de meest steile, weg naar de top is de westkant van de col, waarbij je start vanuit de Vésubievallei. Slechts 15 km klimmen, maar wel aan een gemiddelde van 7,2%. Behoorlijk stevig, zeker als je weet dat het de laatste 5 km niet meer onder de 7% duikt. Verkijk je dus niet op de afstand en ga zeker niet te furieus van start.

Foto: AnthospaceTravail personnel, CC BY-SA 4.0, Lien

Le Tour

Een rijke wielergeschiedenis heeft de Col de Turini evenwel niet. Hij werd bijvoorbeeld nog maar 3 keer opgenomen in het parcours van de Tour de France. De 1e keer was in 1948, toen Louison Bobet als 1e bovenkwam. De Fransman zou later 3 keer op rij de Tour op zijn naam schrijven, van 1953 tot en met 1955.

Ook in 1950 werd de Turini aangedaan door het Tourpeloton. Primus wat toen Jean Robic, Tourwinnaar van 1947 en in 1950 ook de allereerste wereldkampioen veldrijden. Robic stond ook bekend als de renner met zijn zelfgemaakte valhelm en zijn loden drinkbus om sneller te kunnen dalen.

In 1973 stond de berg voor het laatst in het roadbook van de grootste koers ter wereld. Vicente Lopez Carril was de 1e die de top bereikte. Een minder bekende naam, maar de Spanjaard won wel 3 Touretappes en behaalde in 1974 het eindpodium. Overleed jammer genoeg op zijn 37e aan een hartaanval….

Total
55
Shares

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*