Ook in de winter beloven sommige weekends vrij zonnig en droog te worden, al stijgt het kwik vaak niet boven de 10 graden Celsius. Prima weer echter voor wielertoeristen om de weg op te gaan. De regenval van de voorbije weken schrikt mountainbikers en gravelriders mogelijks af: ploeteren in de modder laten velen liever aan de veldritprofs over. Tenzij je een voldoende groot heidegebied of bos vindt waar de neerslag voldoende in de bodem is getrokken. Het Zoniënwoud bijvoorbeeld.


Parking en Park van Tervuren
Starten kan je bijvoorbeeld in Tervuren aan het Afrikamuseum. Is je partner minder fietsgek, maar wel geïnteresseerd in cultuur: de boeiende expositie ‘Rethinking Collections’ is verlengd tot en met dit weekend!
Net achter het museum ligt het Park van Tervuren, met talloze paden in dolomiet, die winter en zomer in droge of natte periodes steeds perfect berijdbaar zijn met de gravelbike. Net achter het museum daalt het park in een aantal terrassen af naar de laagst gelegen vijvers. Die afdaling kan via licht hellende paden worden genomen. Wie echter over de juiste combinatie van techniek, durf en geveerde vork beschikt, kiest wellicht voor de diverse trappenpartijen. In dit deel van het park werd in 2006 het Belgisch kampioenschap Veldrijden betwist. Sven Nys toonde zich de sterkste en meest behendige. Erwin Vervecken en Bart Wellens bekleedden – in die volgorde – de overige podiumplaatsen. Niels Albert won dat jaar bij de beloften.
Na de afdaling bereik je de spiegelvijvers, het resultaat van de afdamming van het beekje De Voer, die via Vossem, Leefdaal en Bertem finaal in Leuven in de Dijle uitmondt. Langs dit beekje ligt trouwens quasi over de hele lengte een gravelpaadje, dat soms dermate smal is dat je van een echte singletrack kunt spreken.
Langs de zuidkant van die spiegelvijvers, aan de overzijde van het museum dus, ligt een heuvelrug met tal van paden die allen samenkomen bij ‘De Zevenster’. Een kolossale dolmen die helaas in een aantal stukken is gebroken. Vanaf dat oriëntatiepunt is het slechts een steenworp in zuidelijke richting om aan de lokaal zogenaamde Capucienenpoort te komen. Want het Park van Tervuren, ook wel Warandepark genoemd, is aan deze zijde geheel ommuurd. Het is eigenlijk een kunstmatig heraangelegd deel van het Zoniënwoud.



Parcheggio in het bos
Aan de overzijde van die Capucienenpoort begint ‘De koninklijke schenking’. Dit deel is al iets minder tuinarchitecturaal aangelegd. Het wordt wat ruiger, de paden kronkelen iets meer en vooral: de hellingen worden feller. In dit en het verdere deel kan de naar hoogtemeters zoekende offroad fietser zijn gading vinden. Wie niet doseert, moet opletten om niet snel parcheggio te staan op 1 van de nijdige hellingen.
De bewegwijzerde blauwe en rode MTB-routes van Tervuren doorkruisen dit deel. Die routes zijn respectievelijk 13 en 18 km. Wellicht onvoldoende voor de geoefende fietser, maar die heeft wellicht een gps-tracker en kan er dus een ‘oriëntatie-oefening’ van maken. Het Zoniënwoud is dan wel 4.400 hectare groot, echt verdwalen kan je er niet. Daar ‘helpen’ een aantal wegenassen mee. In dit deel kom je hoe dan ook terecht in 1 van volgende dreven: de Capucienendreef, Koninklijke Wandeling of Dronkemansdreef. Deze westwaarts volgend bereik je Jezus-Eik, gelegen aan de E411. Buig rechts af om een eind verder de autosnelweg onderdoor te gaan, of nog verder noordwaarts om uiteindelijk aan het Vierarmenkruispunt terecht te komen. Hier opent binnenkort de imposante houten fietsbrug, die het Tervuurse deel van het woud met het Brussels Gewest verbindt.
Links, in zuidelijke richting, dalen diverse wegen richting Rood Klooster. Onder het Herman Debroux-viaduct wordt weer een ander deel van het kolenwoud van destijds onder de wielen geschoven. Aan de westkant begrensd door het Solvay-park en het Terkamerenbos, aan de oostzijde door de ring R0. Het kompas wijst richting zuid. De N275, die van Sint-Genesius-Rode naar Groenendaal voert, doorkruist dit deel. Van hieruit gaat het westwaarts richting Halle, verder zuidwaarts richting Argenteuil, of oostwaarts naar Groenendaal.



Parcours als een speeltuin
Kilometers en hoogtemeterfreaks kiezen de zuidelijke richting. Dit is ook het meest veeleisende deel: de hellingen volgen elkaar sneller op, heel wat paadjes zijn wat technischer van aard, maar steeds goed berijdbaar. Ter hoogte van het genoemde Argenteuil, nabij de gelijknamige koninklijke residentie, leidt een viaduct over de Brusselse Ring.
Wat verder ligt het Kasteel van Hulpe, waar het museum van kunstschilder Folon gevestigd is. Rond dit kasteel ligt een ware gravelspeeltuin: prima dolomietwegen die fel op en neer golven en die het uiterste van benen en versnellingsapparaat vergen!
Stilaan wordt het tijd om weer noordwaarts af te buigen. Aan de N275, links volgend tot het station van Groenendaal en via het tunneltje meteen weer fors omhoog de volgende kuitenbijter bedwingen. Hou de Brusselse Ring aan de linkerzijde en finaal komen alle wegen weer bijeen ter hoogte van Jezus-Eik. Daar kan je weer aansluiten op de blauwe MTB-lus die hoe dan ook weer in Tervuren terecht komt. Zo’n 50 km en 500 hoogtemeters rijker op het conto!



