
Een 10-tal dagen geleden bracht WielerVerhaal een stuk over 5 hellingen in de Semois-vallei, met Bouillon als toeristische uitvalsbasis. Dit voor de fanatieke wielertoerist die zijn jaarlijkse fietsvakantie in de bergen wil voorbereiden. Nog dichter bij huis – op anderhalf uur van Brussel – exploreren we opnieuw 5 hellingen. Onze uitvalsbasis is dit keer het al even toeristische Dinant.


De halve Belg in Yvoir
Onze 1e helling vertrekt in Yvoir. Dat is vanuit Dinant 10 km stroomafwaarts langs de Maas over een perfecte fietsostrade. Yvoir was in 1975 het toneel van het WK Wielrennen. Roger De Vlaeminck was de Belgische kopman. Eddy Merckx kreeg na zijn verlies in de Tour een vrije rol. De overige 9 Belgen zouden knechten, werd op de ploegbespreking bepaald. “Achteneenhalf !” grapte Roger, wijzend naar de kleine Lucien Van Impe. Toen in de finale Hennie Kuiper ontsnapte uit een elitegroep, keek de Meetjeslander naar de pocketklimmer uit Mere om het gat op de Nederlander te dichten. Lucien antwoordde: “Ik kan niet meer, ik ben maar een halve…” Kuiper bleef voorop, De Vlaeminck werd knarsetandend 2e.
De renners reden in dat WK elke ronde de Côte d’Evrehailles op: 3,8 km aan gemiddeld 4,7%. De 1e km is de zwaarste met een stuk aan 9,5%. Helaas is de N937 een vrij drukke weg en kent amper 1 flauwe bocht, wat de klim onaangenaam maakt. Beter is om beneden in het stadje de weg door de vallei van de Bocq te kiezen. Je volgt de pijl richting Bauche en verlaat de bebouwde kom. Eens voorbij de steengroeve fiets je de natuur in. De weg stijgt bijna onmerkbaar terwijl je een paar keer het riviertje kruist.
Op een T-kruispunt kan je links richting Crupet, met zijn prachtig kasteel zeker een ommetje waard. Maar wij gaan rechts richting Bauche. Aan een splitsing volgen we rechts richting Evrehailles. We steken een laatste keer de Bocq over en zijn aan de voet van de klim, de Rue Haie aux Faulx. De 2,6 km lijken langer omdat je al een tijdje hoogtemeters had genomen. De klim haalt gemiddeld zo’n 5,5% en wijkt daar nauwelijks van af, wat je in staat stelt om echt een klimritme te pakken. Het wegdek is ruw, maar het decor maakt veel goed. Het steilste stuk volgt na een 1e haarspeldbocht. Die ligt in kassei, maar er ligt een betonstrookje naast. In de volgende haarspeldbocht krijg je rechts een prachtig panorama. We zien de eerste huizen van Evrehailles opduiken. De uitloper in vals plat eindigt in het dorp, met een imposante kasteelhoeve!




Vanuit Dinant
Halfweg tussen Dinant en Yvoir, in Anhée, raden we aan om het fietspad langs de vallei van de Molignée te nemen. Net voor de abdij ‘des Moulins’ begint links de klim naar Haut-le-Wastia en Sommière. De klim (zie grafiek hieronder) is in totaal 7,5 km lang, al moet gezegd dat er af en toe een klein stukje afdaling in zit. Het steilste stuk volgt na 1 km, dan geeft je fietscomputer 7,9% aan. Tot Haut-Le-Wastia blijft het stevig oplopen, maar bij het buitenrijden van het dorp kom je op een plateau. De kans dat de wind daar vol op je neus blaast is zéér reëel en maakt dit stuk écht lastig. Boven aan het T-kruispunt daal je links via Bouvignes terug naar de Maas af.

Aan de noordelijke stadsrand van Dinant bevindt zich de Abdij van Leffe. Wie het bier kent, zal onmiddellijk de klokkentoren herkennen. Daar rechts inslaand starten 2 beklimmingen: de N948 richting Spontin is de 4,5 km lange ‘Charreau de Leffe’. De klim begint vrij steil, met 7 tot 8%. Langs de rotswand zie je de abdij onder je verdwijnen. Je fietst de flank van de valleihelling uit en na 2,3 km, aan een wijde rechtse bocht, houdt de klim in. Je zit nu op een open plateau. Net voor het binnenrijden van het dorp Loyers geeft de helling er een flinke ruk aan en halen we net geen 9%. Bij het buitenrijden van het dorp vlakt de weg af en hebben we de top bereikt en een hoogteverschil van net geen 200 meter overbrugd.



Charreau de Lisogne
Kiezen we aan de voet van de abdij de weg richting Thymes, dan wacht ons een 7 km lange helling die twijfelt tussen ‘klim’ en ‘vals plat’. Het weggetje volgt het rustig kabbelende Leffe-beekje door een prachtige vallei. We vergapen ons aan de mooie rotspartijen links en de watermolens en visvijvers rechts. We kunnen op de ‘grote plateau’ blijven, maar moeten wel opletten om tussen de putten in het wegdek te laveren. Na 4,6 km bereik je een splitsing.
Neem je links de ‘Charreau de Lisogne’, dan moet je snel terugschakelen. Je krijgt immers een stuk van 8,4% voor de wielen geschoven. Maar wij peddelen rechtdoor steeds het beekje stroomopwaarts volgend. We snellen de impostante Moulin de Lisogne voorbij, daar is het even een ietsje steiler. Wanneer het dal wat breder wordt, komen we aan een kruispunt dat we schuin links oversteken. Daar wacht ons de finale. 400 meter aan 7,5%, met een piek van 10%, brengt ons aan de kasteelboerderij in het centrum van het dorp Thynes.
WielerVerhaal Giveaway: een paar Ergo 6 raceschoenen van SIDI!
