Fietssnelwegen zijn ideaal voor woon-werkverplaatsingen. Maar uiteraard ook voor veilig recreatief fietsen. Want fietsen tussen het autoverkeer wordt steeds gevaarlijker, zo vertellen ons de cijfers van het VIAS. Daarom verkent WielerVerhaal graag dergelijke exclusieve fietsroutes in Vlaanderen en Wallonië. Vandaag trokken we naar het Waasland voor een rondje van 40 vlakke kilometers bestaande uit nagenoeg enkel fietssnelwegen.


De kolentram van Lokeren naar Moerbeke
Als vertrekpunt kiezen we het station van Lokeren. Ofwel kom je met de trein (je fiets meenemen kost 10 euro), ofwel parkeer je aan de achterkant van dat station. Daar vind je ook het Park ter Beuken, waarin ook elk jaar het parcours van de Rapencross is uitgetekend. Maar wij gaan niet crossen, dus nemen we de fietssnelweg F4 in oostelijke richting. We moeten via een fietsstraat een 300 meter tussen het verkeer om het kleine provinciestadje te verlaten, tot waar de F4-pijl ons afzet aan de echte start van onze lus. 100 meter verder, onder een viaduct door, gaan wij rechtdoor de F412 op, waar de F4 rechts gaat. Straks komen we vanuit die kant terug.
Het spoorwegpad leidt ons kaarsrecht door de buitenwijken van Lokeren en zet ons op weg naar Daknam. Het wegdek bestaat uit keurig asfalt maar is niet al te breed. Om die reden is het aan te raden om deze tocht eerder tijdens de week te doen, om niet te veel hinder te hebben van gezinnen met kinderen die over het pad zwalpen. Dat het fietspad niet erg breed is, is logisch: we rijden over de bedding van het vroegere smalspoor naar Moerbeke, het tramspoornet van de Nationale Maatschappij der Buurtspoorwegen. Daarop reden stoomlocomotieven, ook wel ‘kolentrams’ genoemd. In 1945 telde dat bijna 5.000 km geëxploiteerde lijnen, maar van dan af werd het stelselmatig afgebouwd tot het zo’n 50 jaar ophield te bestaan. Vele van die voormalige tramspoorbeddingen zijn intussen omgetuned tot fietssnelwegen, wat wij uiteraard enkel maar kunnen toejuichen.
Intussen zijn we ter hoogte van Daknam de Durme/Moervaart overgefietst. Die rivier werd in de Middeleeuwen deels gekanaliseerd om het moerassige Waasland droog te leggen en turf te winnen en te vervoeren. Turf, of ‘moer’ (vandaar ‘moeras’, ‘Moerbeke’ en ‘Moervaart’), werd destijds als brandstof gebruikt. Even na Daknam bereiken we Eksaarde. Het fietspad is uiteraard autovrij, maar kruist op verschillende plaatsen de openbare weg en dus moeten we telkens wel inhouden, links en rechts kijken, eer we terug kunnen optrekken. Zo wordt onze rit toch nog een stukje intervaltraining. Als we Moerbeke bereiken, kruisen we opnieuw die Moervaart. We gaan het pittoreske bruggetje over en slaan aan het rond punt rechtsaf, de pijlen ‘Klein-Sinaai’ volgend. Dat is onze volgende tussenstop.



Wielermuseum in voormalige kerk
De bewegwijzering leidt ons naar de fietssnelweg F41, waar we rechts afslaan. Ga je links, dan zou je tot Arcelor Mittal nabij Zelzate kunnen rijden, langs de prachtige Heide- en Kloosterbossen. Ook een aanrader. Maar het pad naar Klein-Sinaai en Stekene is ook erg mooi en rustig. In Klein Sinaai vind je in de voormalige kerk van het dorpje een uniek wielermuseum met 550 truien, 40 fietsen, wielermemorabilia, krantenknipsels en talloze andere fietsattributen. Beroemdheden als Eddy Merckx, Lucien Van Impe, Alberto Contador, Francesco Moser, Fabian Cancellara, Remco Evenepoel, Wout van Aert, Mathieu van der Poel en nog vele andere schonken een wielertruitje. Tussen 1 april en 1 oktober kan je elke zondagnamiddag het museum bezoeken.
We fietsen verder, deels door het zanderige heidegebied dat dit noordelijk deel van het Waasland zo typeert. We blijven steeds rechtdoor rijden, ook als we in Stekene arriveren. We zetten onze noordoostelijke koers verder tot we net voor Sint-Gillis-Waas op een T-kruispunt komen met de fietssnelweg F411, die van Hulst naar Sint-Niklaas leidt. Wij gaan rechts, richting de hoofdstad van het Waasland. We fietsen nu door een gebied met heel wat peren- en appelboomgaarden. Wanneer we de stad naderen, moeten we extra opletten bij het kruisen met het gewone verkeer. Plots komen we op een druk kruispunt waar vele wegen onder een spoorwegviaduct samen komen.



Belsele en Sinaai
De weg wordt wel ‘Plezantstraat’ genoemd, maar voor een fietser is er weinig plezant aan. We houden het veilig en wachten geduldig tot de verkeerslichten op groen springen, om dan de uitstekende bewegwijzering te volgen die ‘F4: Belsele-Gent’ aanduidt. Na letterlijk een paar honderd meter leidt die F4 ons veilig de stad uit. We volgen de nog druk bereden spoorlijn van Antwerpen naar Gent en komen snel in Belsele, waar we even de andere kant van de spoorlijn moeten volgen. We zullen tot ons eindpunt nog een paar keer van kant moeten switchen.
Zo ook bijvoorbeeld in het volgende dorp: Sinaai. In het treinstation daar bevindt zich de Zwitserse Treinclub, een modeltreinvereniging, waar je in het weekend verschillende werkende modelbanen met modeltreinen kunt bewonderen. Maar wij willen ons gemiddelde hoog houden en zetten verder koers richting westen, richting Lokeren. Ons start- en eindpunt bereiken we na 40 km. Een geoefend fietser doet daar zowat anderhalf uur over, want uiteraard hebben we onderweg een paar tientallen keren moeten afremmen aan dwarswegen. Maar van die 40 km hebben we geen 5 km de weg met ander verkeer moeten delen!
