Binnen de eigen piramide doorstromen van het devoteam naar de WorldTour-ploeg: ook Zeno Moonen droomt hiervan. De 21-jarige voormalig turner heeft met winst in de Zuidkempense Pijl in Mol al een streepje achter z’n naam. Om van de opleidingsploeg Wanty-Nippo-ReUz te promoveren naar Intermarché-Wanty zal er echter meer nodig zijn. Moonens Parijs-Roubaix U23 viel zondag 13 april 2025 wat tegen. Hij bolde als 33e binnen.


Chaos
Na een tocht door de Hel van het Noorden heeft iedereen een eigen verhaal. Zo ook Zeno Moonen, de 21-jarige renner uit Turnhout. Als 4e jaars stond hij in Le Cateau-Cambrésis een laatste keer aan de start van de beloftenversie van Parijs-Roubaix. “Het was hectisch, met veel valpartijen nog voor de 1e kasseistrook”, zucht hij. “Waardoor we nog met circa 50 man aan die 1e strook begonnen. Nadien werd de chaos alleen maar groter.”
Moonen hoopte tot op de piste in Roubaix mee te doen voor een plaats in de top 10. “Ondanks de hectiek kon ik me goed voorin handhaven”, gaat hij verder. “Jammer genoeg ging het fout op de kasseien van Mons-en-Pévèle. Met een ploegmaat kwam ik ten val. Daardoor viel ik terug naar de 2e of 3e groep. We probeerden op te schuiven, maar op Carrefour de l’Arbre stond plots een auto midden de weg. Daar lag het heel modderig. En sloeg ik weer om. Waardoor ik bijzonder veel plekken verloor.”
Uiteindelijk bolde Moonen als 33e over de streep, 4 minuten na Albert Withen Philipsen, de 18-jarige Deen die in 2023 in Glasgow wereldkampioen bij de junioren werd, en dien ploegmaat Robin Söderqvist. “Een ontgoocheling”, geeft de Antwerpenaar toe. “Ik ben helemaal gesloopt. Vooraf had ik gerekend op een mooie prestatie. Omdat het in deze categorie mijn laatste Parijs-Roubaix is. Een degelijk resultaat in een topklassieker als deze geeft hoop op een contract. Dat dit door 2 stomme valpartijen wordt gefnuikt, is wel zuur.”



Geen plan B
Veel tijd om bij deze teleurstelling te blijven hangen, krijgt Zeno Moonen niet. Woensdag komt hij met de hoofdmacht van Intermarché-Wanty aan de start van de Ronde van Limburg, de 1.1-wedstrijd tussen Hasselt en Tongeren die vorig jaar door Dylan Groenewegen gewonnen werd. Eerder dit seizoen kon hij ook al de 1.Pro-wedstrijden Clásica de Almería en Nokere Koerse rijden met het WorldTour-team.
“Neen, gesprekken met de ploegleiding van Intermarché-Wanty over een contract als prof zijn er nog niet”, geeft Moonen toe. “Je mag niet vergeten dat het om een ploeg uit de WorldTour gaat. Daar verwachten ze veel. En bij onze beloftenploeg zitten veel goeie renners. Het zal niet makkelijk worden om de stap te zetten. Prof worden is wel mijn ambitie. Op dit moment heb ik geen plan B. Ik zet alles op de koers en hoop mijn doel te bereiken.”
Met z’n spurtzege in Mol aan het einde van de Grote Prijs Fitte Peeters zette Moonen een stapje in de goeie richting. Die dag was hij enkele millimeters rapper dan Liam Van Bylen, de snelle man van het devoteam van Lotto. “Door die overwinning is de druk iets minder groot”, vindt hij. “Maar er is natuurlijk meer nodig. Om een kans te krijgen bij de profs moet je zo veel mogelijk proberen bewijzen.”



Tour de Bretagne
Dat hoopt Zeno Moonen te doen tijdens de Ronde van Bretagne, een 2.2-rittenkoers die op vrijdag 25 april begint en op donderdag 1 mei 2025 eindigt. Hij komt voor de 2e keer aan de start van deze Franse meerdaagse met niets dan opleidingsploegen van WorldTour-teams. “De Ronde van Bretagne is voor mij een groot doel”, benadrukt Moonen. “Want allemaal etappes op mijn favoriete parcoursen. Daarnaast is voor mij ook het Belgisch kampioenschap van zondag 28 juli in Rollegem heel belangrijk.”
Moonen hoopt daar Sente Sentjens te kunnen opvolgen. “In de loop der jaren kreeg ik meer kracht in mijn benen”, vertelt hij. “Dat voel ik goed. Vandaar dat ik denk klaar te zijn voor de overstap naar de profs. Alleen is dat geen beslissing die ik zelf kan nemen. Anderen moeten dat voor mij doen. Mijn overstap naar de opleidingsploeg van Intermarché-Wanty was alvast een goeie zet. Sedert die transfer ben ik met veel meer zaken bezig die een gunstige invloed op mijn prestaties kunnen hebben. Zoals voeding, materiaal en trainingen.”


