Het verhaal van Hans Jurgen Verselder bewijst dat talent ook op latere leeftijd komt bovendrijven. Pas op zijn 39e reed hij zijn 1e wedstrijd, ondertussen verzamelde hij Belgische titels in 3 verschillende offroad disciplines. Daarbij bleek de opkomst van het UCI-gravelcircuit misschien wel dé missing link die hem succes in strandraces opleverde.


Onverharde ondergrond
Hans Jurgen Verselder is een man van de onverharde ondergrond. Zijn passages op de weg bleven beperkt tot een aantal wedstrijden in voorbereiding op het strandraceseizoen. Wegens het te grote gevaar zocht hij al snel terug onvaste grond op. Het startte allemaal in het Marathon MTB, een discipline die hem nochtans niet op het lijf geschreven is.
“Ik ben eigenlijk te zwaar gebouwd en moest altijd opboksen tegen gasten die 10 kg minder wegen”, verduidelijkt hij. Toch wist Verselder in 2020 het BK MTB naar zijn hand te zetten op een Ardennenparcours. “Echt een epische race! Door de zware regenval veranderde het parcours in 1 grote modderpoel”, graaft hij in zijn geheugen. “Het BK werd in het najaar gereden, toch lag de gevoelstemperatuur maar net boven het vriespunt. Daar was ik met mijn extra laagje in het voordeel.”
Verselder reed pas zijn 1e wedstrijd op zijn 39e, al illustreert een anekdote dat het competitiebeest in hem gewoon zijn tijd afwachtte. “Na mijn studies studeerde ik nog een jaar in de buurt van Cordoba. Ik trok daar eens de bergen in met geoefende fietsvrienden. Na 3 km moest ik al afstappen! Ik trainde stiekem 3 maanden elke dag, want dat zou mij geen 2e keer overkomen. De volgende keer reed ik iedereen naar huis”, lacht hij. “Toen voelde ik voor het eerst dat er iets inzat.”

Strand versus Gravel
Zijn hart ligt vooral bij het beachracen, waar hij recent de hattrick voltooide van 3 opeenvolgende Belgische titels in de categorie M50. Om goed te presteren in zijn favoriete discipline ruilde Verselder de mountainbike in voor de gravelfiets. “Van het mountainbiken in de zomer kweekte ik een ongelooflijke uithouding, maar je wordt er echt traag van”, beseft hij. “Ik miste daardoor de snelheid in de strandwedstrijden. Toen kwamen de gravelraces op, waarbij de inspanning veel dichter ligt bij het beachracen.”
Dat vraagt toch om wat meer uitleg. “Als je het 1e half uur en laatste uur van een strandrace opknipt, dan kom je aardig dicht bij de inspanning van een gravelwedstrijd. In het begin van een gravelrace moet je all-in durven gaan. Daarvoor heb je zowel de startpunch als techniek nodig”, klinkt het logisch. “Het laatste uur moet je dan weer stevig kunnen doortrekken. Alleen zit daartussen natuurlijk wel een lang stuk dat een beroep doet op je uithouding.”
Gravelen is de enige discipline waar amateurs en profs zij-aan-zij om de zege strijden. Daar ligt de echte aantrekkingskracht voor Verselder. “Ik vind het best kicken om samen met die profs aan de start te staan”, legt de Oost-Vlaming uit. “Je rijdt natuurlijk in verschillende categorieën, maar als er eens ene pech heeft, dan kan je een eind aanpikken in het wiel.”
Zo had hij de eer om van dichtbij getuige te zijn van het stunt- en vliegwerk van Bram Tankink. “Ik dank mijn overwinning op het EK in Oud-Heverlee eigenlijk aan hem. Door een heel eind in zijn wiel mee te schuiven, kon ik een kloof van 10 minuten slaan met mijn concurrenten. Echt magistraal hoe hij zich tussen de menigte bewoog”, klinkt het nog steeds vol bewondering. “Achteraf raakten we aan de praat. Hij vertelde dat hij als knecht een jarenlange leerschool in het peloton kreeg. Toen hij mijn leeftijd vroeg, grapte hij dat het hem niet meer zou overkomen dat iemand van 50 zijn wiel zou houden”, lacht Verselder.

VIA Gravel Team
Voor wie echt de strijd met de profs wil aangaan, heeft Verselder een tip in petto. “In Zweden reed ik een 3-daags gravelevenement waarbij de leeftijdscategorieën op de 3e dag wegvallen. Ik startte er tussen kleppers zoals Niki Terpstra en Laurens ten Dam. Zalig! Die gasten kijken ook helemaal niet op je neer. Ze vinden dat ook iets hebben om in die grote bende te racen.”
Sinds dit jaar mag Verselder zich de trotse mede-eigenaar noemen van zijn eigen VIA Gravel Team. Dat dankt hij aan de goede contacten die hij over de jaren heen als ambassadeur van verschillende merken opbouwde, waaronder ABUS. “Dat ambassadeurschap doe ik niet voor het geld”, verduidelijkt hij. “Als ik een goed gevoel heb bij een merk, dan laat ik dat graag zien. Daardoor stapte ABUS naar me toe met de vraag of we konden samenwerken.”
Dat vertrouwen komt duidelijk van 2 kanten. “Kurt van de fietszaak Velodroom en ik droomden al een tijd van een eigen gravelteam. We hebben echter allebei geen tijd voor de zoektocht naar sponsors. Zo kwam het idee om onze partners aan te spreken. Die sprongen direct op de kar, wat toch toont dat ze ons echt waarderen.”
