
Victor Vande Putte viel uit de boot voor een selectie voor het EK Veldrijden in Middelkerke. Ging hij maar UCI-punten rapen in het buitenland. In de podcast Kopstart van hosts Marten Schuurman en Koen Timmermans legt de Antwerpenaar uit waarom die uitstapjes ondanks zijn veelbelovende niveau nog steeds een must zijn. “Ik moet echt vechten voor die punten, ik heb geen andere keuze.”


Ranking als struikelblok
Het EK-weekend viel samen met 2 geplande wedstrijden in Tsjechië. De race op zaterdag werd afgelast, maar op zondag stond Vande Putte aan de start – en won. “Dat zijn 40 UCI-punten, wat echt wel een rij kan schelen voor mij”, duidt hij. “Helaas zijn dat zaken waar ik mee bezig moet zijn.” De keuze om zelfs voor wat UCI-punten tijdens een internationaal kampioenschap – waar nagenoeg alle toppers aanwezig zijn – in Tsjechië te gaan crossen, toont hoezeer renners buiten de top een andere logica moeten volgen dan de gevestigde namen die op automatische piloot Wereldbekers kunnen rijden.
Host Koen Timmermans legt de context bloot. “Vande Putte staat 41e op de UCI-ranking. Yordi Corsus en Kay de Bruyckere staan op dit moment boven Victor op de UCI-ranking. Zij pakken veel UCI-punten in het beloftencircuit. Zelfs zoveel dat zij meer punten hebben dan een eliterenner die tegen het topniveau aanhikt (Victor werd onlangs 4e in de Koppenbergcross, voor heel veel grote namen). Als zij dus volgend jaar of het jaar erop doorstromen naar de elite, dan staan die ook nog veel voor Vande Putte op de UCI-ranking. Waardoor selectie voor de wereldbekers alleen maar moeilijker wordt.”
Moraal van het verhaal is dat het een zegen is om in België crosser te zijn. Hij heeft een profcontract en kan leven van zijn sport. Dat is voor een Tsjech, Spanjaard of zelfs Nederlander niet zo snel mogelijk. Maar aan de andere kant zijn de plekjes voor selectie in de Wereldbeker, EK’s en WK’s duur voor een Belgische crosser. Terwijl een Tsjech, Spanjaard of Nederlander daar makkelijker voor in aanmerking komt.
Voor Vande Putte bevestigt dat vooral hoe broos het hele systeem is. “Top 20 of top 30 zou op termijn wel nodig zijn”, zegt hij. Maar die doelstelling klinkt zelfs al ambitieus zodra hij uitlegt wat de achterstand veroorzaakt. “Er blijft gewoon een groot probleem voor ons als Belgen. Ik weet niet hoeveel of welke Wereldbekers ik kan rijden dit seizoen. Dat is een probleem dat de meeste Nederlandse renners niet hebben. Die weten nu al: ik mag ze allemaal rijden.”



Scheef systeem
Die voorspelbaarheid bepaalt bijna de hele logica van de puntentelling. “Als je elke keer 20e wordt, heb je elke keer 40 UCI-punten. Terwijl: als ik in Essen had gewonnen, zou ik er ook maar 40 gehad hebben.” Het verschil is structureel: Nederlanders zijn zeker van startrecht, Belgen niet. “Dat is het systeem, er is al lang niks aan veranderd. Voor ons is dat moeilijk. En ik denk ook dat het niet meer helemaal klopt.”
Ook Timmermans ziet de scheeftrekking. Hij verwijst naar het Nederlandse vrouwenveldrijden, waar rensters die top 15 kunnen rijden soms niet mogen starten in Wereldbekers. Omdat er niet genoeg plekken zijn. Vande Putte vermoedt dat de UCI geen haast maakt met aanpassingen. “Ik denk dat het de UCI niet veel boeit. Zolang Wout en Mathieu maar enkele crossen komen rijden.”
Het wringt bovendien dat renners een Wereldbeker rijden in hun ploegtrui, maar toch afhankelijk zijn van een selectie door de nationale bond. Timmermans noemt het een bizarre constructie. Vande Putte bevestigt: “De bondscoach bepaalt, die maakt de selectie en heeft contacten met de renners voor die Wereldbekers.”
De realiteit is dat de nationale selectie enkel op papier bestaat. “Voor ons maakt het niks, wij moeten toch onze plan trekken. Wij slapen niet samen met de hele Belgische selectie ergens op hotel. We moeten gewoon zorgen dat we er staan en dat ons materiaal aanwezig is. ‘Veel succes’, zeggen ze dan.” Dat is volgens Vande Putte de kern van de absurditeit: een selectie die formeel macht heeft, maar operationeel geen rol speelt.



Individuele strijd binnen nationaal keurslijf
Toch ziet Vande Putte 1 mogelijk kantelpunt. Als vanaf 2027 de punten uit de Wereldbekers meetellen voor de globale WorldTour-licentie, dan kan dat het systeem dwingen tot verandering. Omdat ploegen dan belang krijgen bij de startzekerheid van hun eigen renner. “Want dan redeneren de teams dat hun renner er moet staan om punten te kunnen pakken”, schetst Vande Putte de situatie. Dat zou betekenen dat ploegen en niet de nationale bonden bepalen wie startgerechtigd is. “Ik hoop dat ze dan gaan zeggen dat iedereen die aangesloten is bij een profploeg sowieso startrecht krijgt voor die Wereldbekers.”
Opvallend in het gesprek is dat Vande Putte zijn kritiek niet verpakt in grote statements. Hij beschrijft hoe het systeem zijn carrière stuurt. Punt per punt, kalenderkeuze per kalenderkeuze. Het gesprek toont vooral hoe het internationale veldrijden nog altijd werkt op basis van een verouderde balans tussen ploegen, nationale bonden en de UCI. Renners als Vande Putte zitten gevangen tussen 3 logica’s: die van de bond, die van de ploeg en die van de UCI. En uiteraard is zijn eigen belang ook niet te onderschatten.
Beluister hier de volledige aflevering van Kopstart!
Schrijf je in op de nieuwsbrief van SKS en win een Speedrocker XL spatbordenset twv 60 euro. Meer weten?