
Een ongelukkige val in Lokeren zette zijn veldritseizoen abrupt op pauze, maar Fausto Delmé (18) uit Zemst weigert bij de pakken neer te zitten. Met een elleboog die langzaam heelt en een kersvers contract bij Stageco op zak, blikt de jonge renner strijdvaardig vooruit. “Ik wil volgend jaar echt een grote stap zetten, zowel in de cross als op de weg.”


Noodlot
Het noodlot sloeg toe tijdens de Rapencross van begin november 2025 in Lokeren. Een onschuldig lijkend manoeuvre kende zware gevolgen. “Ik had een renner uit Luxemburg ingehaald en ik denk dat hij me terug wilde inhalen”, vertelt Delmé. “Hij haakte in mij en daardoor zijn we gevallen. Normaal rol ik goed door, maar nu bleef ik wat haken.” De diagnose was hard: zijn elleboog was niet alleen uit de kom, maar ook gebroken. “De buitenkant van het kapsel was in een paar stukken gebroken.”
De genezing verliep moeizamer dan gehoopt. Een ziekenhuiscontrole enkele weken na de val bracht frustrerend nieuws. “Toen was er eigenlijk niks hersteld van die breuken. Het zat nog allemaal los.” Dat betekende vooral veel rusten. Na 3 weken in het gips kon hij de trainingen toch voorzichtig hervatten. “Ik ben nu een dikke maand terug aan het trainen. Het begint beter en beter te gaan, maar het is nog niet volledig hersteld. In putten kan ik soms nog wel eens last hebben.”
Door de blessure mist Delmé de showtime van het veldritseizoen, een periode waarin hij zich wilde bewijzen na een wisselvallig 2e jaar bij de junioren. Toch weigert hij te spreken van een volledig verloren winter. “Het is sowieso jammer dat het niet gelukt is, maar ik heb nog altijd een wegseizoen dat ik kan rijden. Ik zie dit als opbouw richting volgend jaar, om sterker te worden. Daar kijk ik wel echt naar uit.”


Reflectie en ambitie
De focus ligt nu op een voorzichtige terugkeer. “Ik ben nu bezig om richting Lille en Brussel nog te kunnen crossen, eind februari. Dat zou goed zijn als voorbereiding op het wegseizoen, zowel fysiek als mentaal.” Competitie is dus nog even uit den boze. “Wedstrijden rijden is absoluut nog niet aan de orde”, beseft hij.
Na een periode van bijna 10 jaar bij de Young Lions, zeg maar de jeugdploegen van de koepel Sven Nys, was het tijd voor een nieuwe stap. Delmé kijkt met een goed gevoel terug op die tijd. “Dat was super tof. Ik heb daar veel geleerd en de trainingen waren altijd plezant.”
De keuze om zijn 1e jaar bij de beloften bij een nieuwe ploeg, Stageco, te rijden, was resoluut. “Er zijn niet zoveel crossploegen in België, hé. Als je naar een goeie en pure crossploeg gaat, kom je ook al snel bij de toppers terecht. Dat is te hoog gegrepen voor mij. Cyclis-Van den Plas is dan interessant, maar die hebben zoveel renners dat ik daar ook niet veel kon gaan doen.” De aanwezigheid van zijn broer Mauro (die echter nog alleen op de weg rijdt, red) bij Stageco en de goede sfeer daar gaven de doorslag. “Ik ben direct bij Stageco gaan horen en dat klikte snel. Ik had er meteen heel veel zin in.” Bij zijn nieuwe ploeg zal hij de cross blijven combineren met een uitgebreider wegprogramma.

Plan B
De gedwongen rustperiode gaf Delmé tijd om te reflecteren, met name op zijn laatste seizoen als junior. “Mijn 1e jaar was op zich wel goed, maar van mijn 2e jaar had ik meer verwacht”, geeft hij eerlijk toe. “Ik vind zelf dat ik vorig jaar echt een slecht seizoen heb gereden. Ik had dagen dat ik echt goed was, en dan weer een periode heel slecht. Het was verre van constant.” De verklaring zoekt hij bij een gebrek aan rust. “Ik denk dat ik in de zomer gewoon te veel heb gekoerst, en ook te onstuimig heb gereden in wedstrijden als Herbeumont. Dat heb ik dit jaar anders gedaan, maar door die val helaas zonder resultaten.”
De doelen zijn wel duidelijk. Op korte termijn wil Delmé vooral weer de oude worden, maar de lange termijnambities reiken verder. “Mijn doel is om gewoon echt sterker te worden en een grote stap vooruit te zetten.” De ultieme droom is er ene die veel jonge renners koesteren. “Ik zou later heel graag prof willen worden, maar dat zal heel moeilijk worden. Daar moet je gewoon al heel veel geluk mee hebben.”
Mocht die droom niet uitkomen, dan is er een Plan B. Delmé is realistisch genoeg om verder te kijken dan de fiets. “Ik heb op school Houttechnieken gestudeerd. Als ik voel dat ik in de cross niet meer beter kan worden, dan ga ik werken.”