
Na onder meer de Benelux-titel bij de Elite 3 sloeg Limburger John De Schutter een nieuwe weg in. In het Elite 2-peloton, aankomend seizoen 2026 bij de ambitieuze fusieploeg The Kings of the Flemish Mountains, vindt hij naar eigen zeggen meer vrijheid om te koersen. Een bewuste keuze voor langere wedstrijden, meer uitdaging en af en toe meer in de anonimiteit. Sinds zijn liesslagaderoperatie in 2019 zet De Schutter elk jaar nog een stap vooruit.


Anoniem
De winter is goed verteerd. “Ja, ik heb geen klagen”, lacht De Schutter. De focus ligt alweer op het nieuwe seizoen, dat hij aanvat bij een vernieuwde ploeg. Zijn vorige team Thielemans-De Hauwere fuseerde met The Kings of the Flemish Mountains, het project van Wesley Van Dyck. Een project waar De Schutter volledig achter staat. “Bijzonder ambitieus”, omschrijft hij de ploeg. “We hebben begin november een kennismaking gehad. Er waren heel wat nieuwe gezichten en dat stond me wel aan, dat was wel plezant. Ik denk wel dat we onze ambitie kunnen gaan waarmaken.”
Waar De Schutter zeker tot 2023 nog voornamelijk bij de Elite 3 reed, met af en toe een uitstapje naar de Elite 2, maakte hij definitief de overstap. Sinds vorig jaar rijdt hij volledig bij de Elite 2 en dat zal ook dit seizoen zo zijn. De reden is duidelijk en puur sportief. De wedstrijden in de lagere categorie bieden hem niet langer de gewenste uitdaging.
“De wedstrijden van de Elite 3 zijn in tijd eigenlijk een beetje kort geworden”, vindt De Schutter. “Die zijn meestal 70 tot 90 km. Met de hoge snelheid tegenwoordig is dat echt maar een uur en een half wedstrijd, en dat wordt veel te kort voor mij.” Hij merkt een duidelijke evolutie in het wielrennen. “Bij de Elite 2 hebben we tegenwoordig op 2 en half uur die 120 km gedaan. Vroeger, 10 jaar geleden, was dat toch 2 uur en 50 minuten.”


Ambitie op alle fronten
Het is echter meer dan enkel de afstand. Na zijn titel in 2023 werd hij een gemarkeerd renner in het Elite 3-peloton. De overstap biedt hem een andere rol. “Bij de Elite 3 wordt er, zeker als je wedstrijden wint en met een kampioenentrui rijdt, heel snel naar je gekeken. Ik vind meer vrijheid in die Elite 2-koersen, om af en toe ook gewoon eens anoniem, tussen aanhalingstekens, te kunnen meerijden. Dat is een leukere uitdaging.”
De ambitie van de ploeg is torenhoog. De renners van Thielemans kregen de keuze om mee in het nieuwe project te stappen. “Ik wist het al rond half september, begin oktober. We hadden de keuze: stappen we ermee in of niet? Ik denk dat iedereen het wel gedaan heeft.” Het programma wordt navenant uitgebreid. “Er gaan nu een 10-tal interclubs bijkomen en daar ga ik er ook wel een paar van rijden. Eens kijken hoe het niveau geëvolueerd is, want dat is toch al een tijd geleden.”
De ploeg wil zich niet alleen op sportief vlak onderscheiden. Er wordt gewerkt aan een totaalbeleving voor partners en supporters. “Het is de bedoeling dat er mensen de wedstrijden meemaken vanuit de volgwagens en dat we rondom het hele gebeuren een zone opzetten waar wij ons klaarmaken. Zo kunnen de mensen een totale beleving krijgen van hoe alles te werk gaat.”


Kop3
Persoonlijk legt De Schutter, die nog steeds in een fietsenwinkel werkt, de lat hoog maar realistisch. “Ik zou toch graag 1 koers willen winnen. Dat lukt me ieder seizoen. Het liefst natuurlijk bij de Elite 2. En dan eventueel nog zo’n gravelwedstrijd, zoals die van Turnhout of Leuven.” De teamdoelstelling is nog scherper. “Ik denk dat we de ambitie hebben om de beste ploeg van België te worden qua overwinningen. Er zit potentieel in de ploeg om in die 1.12-koersen toch wel wat overwinningen binnen te halen.”
Concurrentie van andere sterke blokken schrikt hen niet af. “Ik denk dat we vooral van onze eigen kwaliteiten uitgaan en niet echt naar de anderen kijken. We willen ook gewoon samen winnen en elkaar helpen om die doelstellingen te bereiken. Daar draait het om.” De sfeer binnen de groep zit alvast goed. De Schutter merkt een positieve dynamiek tussen de verschillende generaties. “Ik heb ondervonden dat er ook jonge gasten bij zitten die heel veel respect tonen en echt wel interesse hebben in de ervaring van de oudere renners. Dat is een heel positief signaal.”
