
12 jaar in dezelfde ploeg is een eeuwigheid in het moderne wielrennen. Jasper De Buyst (30) is het meubelstuk, de constante factor bij Lotto. Maar in een team dat na de fusie zoekt naar een nieuwe identiteit, staat ook de ancien op een keerpunt. Met een aflopend contract spreekt de ervaren rot over de nieuwe dynamiek, zijn rol als ‘ouderdomsdeken’ en een… voor het eerst in 10 jaar onzekere toekomst.


Hoger niveau, zelfde rol
Terwijl de fusie tussen Lotto en Intermarché-Wanty voor velen een periode van onzekerheid inluidde, bleef Jasper De Buyst opvallend kalm. “Ik heb me er eigenlijk relatief weinig zorgen in gemaakt”, stelt hij tijdens de ploegvoorstelling in de service-course in Temse. “Ik was vrij overtuigd dat ik nog een jaar contract had en dat het in orde zou komen. Dat is het voordeel van 12 jaar in dezelfde ploeg zitten. Ik heb de mensen gesproken die ik wilde spreken. En dat vrij vroeg in het proces.”
Het gevoel van een transfer naar een nieuwe ploeg heeft hij dan ook niet. Veel gezichten en structuren bleven vertrouwd voor De Buyst. De vrees voor 2 aparte clans binnen de nieuwe ploeg wuift hij weg. “Op de 1e bijeenkomst kom je een kamer binnen en zie je 2 delen. Het is logisch dat je in 1e instantie naar het groepje gaat dat je kent. Maar die mengeling is naar mijn gevoel vrij snel en vlot verlopen. Als je iedereen een paar dagen samen zet, dan krijg je daar geen problemen mee. Het is dus helemaal niet zo dat er 2 kampen zijn.”
De samensmelting heeft de ploeg volgens De Buyst sportief zelfs naar een hoger niveau getild. Niet zozeer aan de absolute top, waar met Arnaud De Lie en Lennert Van Eetvelt de kopmannen dezelfde zijn, maar vooral in de breedte. “Ik denk wel dat het algemene niveau van de renners die Intermarché heeft meegebracht, hoog is. Vooral een sterk middenveld, een aantal mature renners die wat body hebben. Dat ontbrak bij Lotto wel, denk ik. Jongens als Taco van der Hoorn en Georg Zimmermann. Ik denk dat de fusie het algemeen niveau van de ploeg ten goede komt.” Zijn eigen rol blijft onveranderd. “Mijn rol blijft hetzelfde als altijd. Ik blijf lead-out en geef mijn ervaring door aan de jeugd. Ik ben het ouderdomsdeken, denk ik.”


Zuurstof op de piste
Voor het eerst sinds 2017 rijdt De Buyst zijn laatste contractjaar in. Een unieke situatie voor een renner die zijn verbintenissen altijd voortijdig mocht en kon openbreken en verlengen. “Dat is mooi, daar ben ik me wel bewust van”, geeft hij toe. “Het is een apart gegeven. Ik word 33 dit jaar, wat toch al op leeftijd is in de wielrennerij.”
De situatie dwingt hem om na te denken over zijn toekomst, die niet per definitie bij zijn huidige werkgever ligt. “Laat ons heel eerlijk zijn, ik sta nu op een kruispunt. Het zal de keuze zijn tussen ofwel hier nog bijtekenen en hier mijn carrière uitdoen, ofwel vertrekken en ergens anders mijn loopbaan afsluiten.” De deur staat wijd open. “Ik ben niet getrouwd met Lotto, voor alle duidelijkheid. Ik sta open om met iedereen te praten. Zoals veel renners die einde contract zijn, zullen er gesprekken volgen met andere geïnteresseerden.”
Zijn wegseizoen start pas midden februari 2026 in de UAE Tour, maar eerst zoekt De Buyst zijn toevlucht tot de piste op het EK. Het is meer dan een hobby, het blijkt een noodzaak. “Het is zuurstof in een lange carrière”, legt hij uit. “Na al die jaren in dienst rijden, kom je in een herhaald patroon terecht. De piste doorbreekt dat. Dat is een puur persoonlijk doel, dat doe ik alleen maar voor mezelf. Mijn werk op de weg is in dienst van de ploeg. Ik doe dat graag, maar het baanwielrennen is een goede aanvulling. Een planning maak ik er echter niet voor op, ik bekijk het van kampioenschap tot kampioenschap. Het WK in Chili gaf voor mij niet geen voldoening, ik was er dus niet klaar mee. Dus wil ik nu graag naar het EK.”


Compliment
Wat verwacht hij van het voorjaar? De Buyst is realistisch, maar ambitieus. “Als ik mijn eerlijke opinie mag geven, dan denk ik dat het winnen van een voorjaarsklassieker met de ploeg mogelijk is. Dan spreek ik niet over de Ronde van Vlaanderen, maar over de Omloop, Kuurne, Wevelgem, Waregem. De niet-Monumenten, zeg maar. Want semiklassiekers kan je dat al niet meer noemen. Daar liggen mogelijkheden.”
Veel zal afhangen van kopman Arnaud De Lie. “De capaciteiten heeft hij, daar twijfelt niemand aan”, beseft De Buyst ook wel. “Het is aan hem om een manier te vinden om in het voorjaar zijn volle capaciteiten te benutten. Als hij dat doet, is alles mogelijk.” Tips geven doet hij niet zomaar. “Arnaud is ondertussen oud en wijs genoeg om zelf de vinger op de zere plek te leggen. Het is niet aan mij om te zeggen hoe hij het moet doen. Hij is een beter coureur dan mezelf, ik moet hem niks zeggen.”
De ploeg is er volgens hem klaar voor. De professionalisering die enkele jaren geleden werd ingezet, wordt nu verder verfijnd. “De grote stappen waren al gezet”, vindt De Buyst. “Nu worden er kleine stapjes bijgezet. Er zijn bijvoorbeeld meer trainers. En waar de performance-rol vroeger gecombineerd werd met die van ploegleider, is daar nu iemand fulltime mee bezig. Het zijn geen reuzenstappen meer, en dat is eerder een compliment. Het betekent dat we al goed aan het werken waren.”
