Nu het wereldkampioenschap een week achter ons ligt, nadert het veldritseizoen zijn einde. Renners, media en fans richten hun blik steeds meer op het wegseizoen. Toch wordt er nog gecrosst. Na Maldegem en Lille staan er nog enkele wedstrijden op de kalender. Hoewel de strijd, met name in Middelkerke, van hoog niveau was, rijst de vraag hoe lang het nog rendabel is om veldritten te organiseren nadat de regenboogtruien zijn uitgedeeld.


Vergeten climax
Afgelopen zaterdag kende de Superprestige een fenomenale ontknoping in de vrouwenwedstrijd in Middelkerke. Amandine Fouquenet begon met een bijna onoverbrugbare achterstand van 7 punten op Aniek van Alphen. Ze moest winnen, terwijl Van Alphen niet beter mocht eindigen dan de 9e plaats. Het werd een duel dat niet zonder controverse zou eindigen. Fouquenet deed wat ze moest doen en reed al vroeg in de wedstrijd weg, maar zag Ceylin Alvarado tot 2 keer toe gevaarlijk dichtbij komen. De Française hield stand en won de wedstrijd.
Ondertussen kende Van Alphen een moeilijke dag. Na een goede start zakte ze ver terug in het klassement, tot buiten de cruciale top 8. Het leek voorbij, totdat ze in de slotfase hulp kreeg. Eerst wachtte haar ploeggenote Annemarie Worst op haar, en in de laatste meters liet haar vriendin Inge van der Heijden, rijdend voor een ander team, haar passeren. Hierdoor eindigde Van Alphen als 8e en stelde ze, op basis van meer deelnames, de eindzege in de Superprestige veilig.
Onder normale omstandigheden zou een dergelijke ontknoping, waarbij een concurrente de eindzege schenkt, voor grote krantenkoppen hebben gezorgd. Nu kreeg het incident opvallend weinig aandacht. Dit komt deels doordat de vrouwenwedstrijd minder aandacht krijgt en in België achter een betaalmuur zat. De belangrijkste reden is echter dat de veldritwereld na het WK langzaam uitdooft.


Uittocht van de sterren
De tanende aandacht voor de crossen in februari is een relatief nieuw fenomeen. 10 jaar geleden streden toppers als Sven Nys, Niels Albert en Bart Wellens na het WK nog volop voor de eindzeges in de klassementen. Zelfs een jonge Mathieu van der Poel en Wout van Aert lieten de laatste crossen niet links liggen in hun jacht op de Superprestige of de toenmalige Bpost Bank Trofee.
De opkomst van multidisciplinaire renners heeft de sport en de kalender ingrijpend veranderd. De focus van zowel organisatoren als toprenners is volledig verschoven naar de drukke kerstperiode. De crossen in het vroege seizoen bouwen op naar een climax, terwijl de wedstrijden na het WK aanvoelen als een epiloog. De grote verhaallijnen zijn geschreven, de klassementen zijn zo goed als beslist en het deelnemersveld wordt met de week zwakker.
Het zijn niet alleen Van der Poel en Puck Pieterse die hun seizoen vroegtijdig beëindigen. Zoe Bäckstedt rijdt al de UAE Tour op de weg, beloftenwereldkampioen Aaron Dockx is op trainingskamp en Toon Aerts heeft zijn laatste cross gereden met het oog op zijn wegseizoen. Ook Lucinda Brand rijdt nog 1 weekend en focust zich daarna op de Strade Bianche. De lijst met afwezigen wordt steeds langer.


Organisatoren luiden de noodklok
De gevolgen van deze leegloop zijn het hardst voelbaar bij de organisatoren. In Middelkerke luidde men vorig jaar al de noodklok en dit jaar opnieuw. Het aantal toeschouwers daalde er van 20.000 in 2006 tot minder dan 6.000 dit jaar. Om een faillissement te voorkomen, verhuist de organisatie de cross volgend seizoen naar een weekdag in november. In de hoop op een sterker deelnemersveld en meer publiek.
Ook in Lille klinken er zorgen. De organisatie zag het toeschouwersaantal in 10 jaar tijd dalen van 10.000 naar slechts 3.000 en vraagt zich af hoe lang het nog zinvol is om de wedstrijd te organiseren. Enkel de organisator van de Sluitingsprijs in Oostmalle, een kleinere cross zonder klassement, is tevreden. Deze wedstrijden bieden voor de fulltime veldrijders nog een belangrijk podium en inkomen, maar de dominante zege van Niels Vandeputte in Lille vond grotendeels buiten de schijnwerpers plaats.
De problemen van deze organisatoren komen op een interessant moment. Er zijn gesprekken gaande om veldrijden toe te voegen aan de Olympische Winterspelen van 2030 in de Franse Alpen. Mocht het veldrijden een Olympische status krijgen, dan zal de sport een sterkere eigen identiteit moeten ontwikkelen, met een kalender die op eigen kracht kan bestaan en niet volledig afhankelijk is van de agenda van de wegwielrenners.