Helemaal in het oosten van België blijft de Ourvallei een geografische uitzondering. Het reliëf is ruw en diep, en de dorpen lijken eerder aan de hellingen vast te hangen dan erop gebouwd te zijn. Hier lijkt de tijd soms stil te staan. Tussen de heuvels ligt Lommersweiler, een klein gehucht van Burg-Reuland, dat enkele van de zwaarste beklimmingen van het land verbergt. En boven alles torent 1 klim echt uit boven de regio: Stinkel.


De muur die naar de hemel stijgt
De Stinkel-klim begint bijna zonder waarschuwing onderin de vallei. Al snel verlaat de weg de Our en duikt de natuur in. Op papier: 1,7 km aan 8,1%. In werkelijkheid is het iets heel anders. Vanaf de eerste meters ontploft de helling en bereikt ze 17% over meer dan 100 meter in de 1e km. Een zeldzame brutaliteit, zo’n begin waarbij je meteen begrijpt dat doseren geen optie meer is. Je moet gewoon overleven.
De 1e km is pure hel. Over 600 meter blijft de helling constant boven de 10%, met pieken tot 22%. De weg kronkelt door een dicht bos, zonder huizen, zonder omheining, zonder enig teken van leven. Je hebt letterlijk het gevoel naar de hemel te klimmen. De stilte is totaal, enkel doorbroken door ademhaling en kettinggeluid. Het is een pure inspanning, bijna los van de wereld, alsof de klim alleen bestaat om fietsers te testen.
Plots verandert het landschap. Je bereikt de eerste huizen van Stinkel. Ongeveer 300 meter wordt plots veel haalbaarder. Eindelijk tijd om te herstellen en opnieuw ritme te vinden. Maar de klim is nog niet voorbij. De laatste 600 meter hervatten tussen 6 en 8%, ditmaal midden in het dorp. Een regelmatige, lastige maar berijdbare helling die je op moet rijden met vermoeide benen. Boven wacht de beloning: een 360° panorama over de regio van Sankt Vith en Burg-Reuland.



Plateau van Lommersweiler
Stinkel is niet de enige manier om de hoogte van Lommersweiler te bereiken. Vanuit Maspelt vormt de Etteberg-klim een bijna even zware alternatieve route: 1,7 km aan 7,2%, met een maximum van 15%. Ook deze klim begint in het bos en deelt hetzelfde wilde karakter. Minder explosief dan de Stinkel, maar een lange, slopende inspanning die geleidelijk krachten wegneemt.
Een 3e mogelijkheid start in Steinebrück, het gehucht onderaan de vallei. Hier is de klim minder steil maar langer: 2,5 km aan 5%. Hij slingert geleidelijk naar het plateau en vormt een meer vloeiende toegang tot het dorp. Geen echte muur, maar zeker geen cadeau na een zware rit in de streek.
Belangrijk detail: de beroemde Vennbahn loopt precies langs de voet van Steinebrück en Stinkel. Wie deze voormalige spoorlijn fietst, doet er goed aan een kleine omweg te maken. In enkele minuten verlaat je het RAVeL-pad om 2 verborgen monsters van Oost-België te ontdekken. De natuur, de stilte en het gevoel van isolatie vormen daar een onvergetelijke ervaring bij.




Burg-Reuland, paradijs voor klimmers
De regio rond Burg-Reuland behoort waarschijnlijk tot de meest onderschatte fietsgebieden van België. De wegen zijn smal, rustig en duiken voortdurend naar de Our om daarna brutaal weer omhoog te lopen. Bijna elke afdaling betekent hier een zware klim. Echt vlak rijden bestaat er nauwelijks. Niet ver daarvandaan ligt bijvoorbeeld waar Maspelt Zuid een korte maar extreem steile klim biedt met een panoramisch uitzicht boven het plateau. Nog dieper in de vallei wacht de Rotheckberg, 1 van de zwaarste en meest verborgen beklimmingen van Oost-België, recht uit de Our omhoog.
Deze hellingen hebben 1 ding gemeen: ze zijn volledig natuurlijk. Niets werd aangepast voor fietsers. En net dat maakt hen uniek. Je rijdt hier in een landschap dat eerder aan de Luxemburgse Ardennen doet denken dan aan het klassieke Belgische wielerland. Het gevoel van avontuur en ontdekking is hier even groot als de fysieke uitdaging. Elke bocht biedt een nieuw uitzicht of een onverwachte test van je kracht en techniek.
Wie de Stinkel, de Rotheckberg en andere hoogtepunten wil ontdekken, kan dat via het parcours Les Monstres de l’Our.