Soudal Quick-Step trekt al enkele jaren naar de Ronde van Rwanda. Ook dit jaar 2026 doet de ploeg dat met zijn devo-team. Van 22 februari tot en met 1 maart zal onder meer Matthijs De Clercq koersen in het Land van de Duizend Heuvels, waar in 2025 het WK werd gereden. De jonge Oost-Vlaming blikt vooruit op de atypische rittenkoers, die hij eigenlijk niet zou rijden.


2 dagen stage
Maandag 23 februari 2026 wordt de 18e Ronde van Rwanda op gang gevlagd. Gedurende 8 dagen trekt het peloton door het Land van de Duizend Heuvels. De glooiende wegen omzoomd door palmbomen en de kenmerkende roodbruine ondergrond ken je misschien nog van het jongste Wereldkampioenschap. Dit jaar gaan we op zoek naar een opvolger voor de Fransman Fabien Doubey. In het peloton ook 3 Nederlanders en 6 Belgen.
1 van hen is Matthijs De Clercq. De 20-jarige renner van het Soudal Quick-Step Development Team kijkt enthousiast vooruit naar zijn 1e lange etappekoers. “Ik heb niet al te veel problemen gekend deze winter, ik heb alle trainingen kunnen afwerken zoals voorzien. Het is afwachten of dat zich zal vertalen in goede benen, maar ik heb alleszins vertrouwen dat we het goed gaan doen met de ploeg”, vertelt hij vanuit Rwanda.
De Clercq klinkt verrassend zelfverzekerd en rustig voor iemand die eigenlijk niet op de startlijst stond. “Normaal zou mijn 1e wedstrijd Le Tour des 100 Communes op 7 maart worden, gevolgd door de Grand Prix de la Ville de Lillers. Om die koersen voor te bereiden, trok ik vorige week nog mee op stage naar Spanje”, duidt de 2e jaars belofte. “2 dagen later mocht ik alweer terugkeren naar huis. 1 van de voorziene renners sukkelt wat met ziekte en ik was 1e reserve voor de Ronde van Rwanda.”


1.500 meter boven de zeespiegel
Nu staat de Oost-Vlaming – De Clercq is van Knesselare – aan de start van zijn allereerste 2.1-koers. “Hier zit een heel ander peloton dan in Europa”, weet hij. “Er zijn wel een aantal gekende Europese ploegen, maar de teams bestaan ook uit amper 5 renners, wat een peloton van 80 man geeft. Daardoor is het moeilijk in te schatten wat het de komende week zal geven.”
Het deelnemersveld is inderdaad minder gestoffeerd dan bij de doorsnee Europese koers, toch staan er enkele gevaarlijke klanten aan de start. “Zeker NSN Development Team en Lotto-Groupe Wanty hebben een goede ploeg. Ook het nationale team van Eritrea is sterk. Bij hen zal Henok Mulubrhan, prof bij XDS Astana en vorig jaar nog 2e de kopman zijn”, weet De Clercq. “Elke etappe is trouwens gevaarlijk. Een klein peloton zorgt ervoor dat controle moeilijk is. Daardoor maakt de vlucht elke dag kans om voorop te blijven.”
Verder spelen ook de omstandigheden in Rwanda een grote rol. “Je zit hier altijd op hoogte, minimum 1.500 meter boven de zeespiegel. Doe daar de temperaturen van om en bij 27 graden Celsius bij…. Ik heb het gevoel dat ik de hitte goed verteer, maar ben tegelijk blij dat we hier al enkele dagen zijn om te acclimatiseren. Tijdens trainingsrit 2 waren onze waarden al veel beter dan de dag ervoor. Op zo’n korte termijn merk je dus al verschil.”


De Clercq
In september 2025 maakte de wijde wielerwereld kennis met Rwanda. Tijdens het WK toonde het land nog maar eens dat het wielergek is. “Tijdens de trainingsritten moedigen heel veel mensen ons aan, echt leuk om zien. Als ik de verhalen van de afgelopen jaren mag geloven, zal dat tijdens de wedstrijd eens zo hard zijn. Met supporters die rijen dik langs het parcours staan”, glundert de Oost-Vlaming. “De sfeer binnen het team zit ook goed, hopelijk kunnen we dat zo houden. Ik wil deze week kopman Bravo bijstaan. Hopelijk kan ik ook meeschuiven in een vlucht en eens resultaat rijden”, uit de renner zijn ambities.
Typerend voor de Ronde van Rwanda zijn de soms korte, maar pittige etappes. Zeker rit 6 valt in dat opzicht op. Amper 84 km, maar met 2 cols die ver boven de 2.000m reiken, een loodzware etappe. “Ik ben benieuwd. Als etappe 5 wordt gereden zoals echte kermiskoersen, met demarrages links en rechts van bij het begin, dan wordt het zwaar. Die etappe valt wel al wat later op de week, waardoor de vermoeidheid waarschijnlijk al goed in de benen zal zitten.”
Afsluiten doet het peloton met een tweeluik in en rond de hoofdstad Kigali. Heel wat van de wegen en beklimmingen die het WK kleurden, staan ook nu op het menu. “In de voorlaatste rit finishen we op de Muur van Kigali. Daar zal geen 30 man meer meedoen voor ritwinst”, weet De Clercq. Daags nadien zal de aankomstboog boven op de Côte de Kimihurura staan, waar ook de finish van het WK lag.