
Parijs-Roubaix kiest zijn winnaars zelf, zegt Juan Antonio Flecha. Soms is die keuze eerlijk, soms ook niet. De Spanjaard, geboren in Argentinië en jarenlang een vaste waarde in de Hel van het Noorden, weet daar alles van. Hij reed 11 keer Parijs-Roubaix, stond 3 keer op het podium en eindigde in 2007 als runner-up. Winnen lukte nooit, al kwam hij meerdere keren dichtbij. Een bijzondere relatie met de zwaarste klassieker van het voorjaar.


Liefde op videoband
Lang voordat Spaanse renners de klassiekers serieus begonnen te nemen, was Flecha al verkocht aan de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Op de middelbare school bekeek hij eindeloos videobanden die hij kreeg van een Deense vriend. In Spanje waren die koersen nauwelijks te zien, behalve soms via satelliettelevisie. Flecha leerde de parcoursen uit het hoofd en raakte gefascineerd door de sfeer, de kasseien en het onvoorspelbare karakter van de wedstrijd.
Die fascinatie maakte hem een buitenbeentje in het Spaanse peloton. Waar veel landgenoten Parijs-Roubaix zagen als een verplicht nummer of zelfs een strafexpeditie, wilde Flecha er juist heen. In zijn 1e jaar bij Banesto stapte hij naar ploegbaas Eusebio Unzué met de vraag of hij mocht starten in Noord-Frankrijk. Het antwoord kreeg iets profetisch mee: hij mocht pas rijden als hij goed genoeg was om te winnen.
Flecha groeide later uit tot een pionier. Hij won onder meer een Touretappe, de Omloop Het Nieuwsblad en het Kampioenschap van Zürich. Maar zijn naam bleef vooral verbonden aan Roubaix. Daar werd hij 3e in 2005 en 2010, 4e in 2006 en 2012, en 2e in 2007. Geen enkele Spanjaard of Latijns-Amerikaanse renner drukte zo nadrukkelijk zijn stempel op de koers, zonder hem ooit echt te kunnen claimen.
Voor Flecha is Parijs-Roubaix meer dan een wedstrijd die je wint of verliest. Alleen al aankomen in de Vélodrome van Roubaix beschouwt hij als iets groots. Veel renners dromen daarvan zonder het ooit mee te maken. Daarom kijkt hij niet verbitterd terug op zijn gemiste kansen. Volgens hem is Roubaix een koers met een eigen wil, die soms kampioenen beloont en soms outsiders naar voren schuift.



Boonen ver boven Cancellara
Hij spreekt daar opvallend nuchter over. Natuurlijk, er waren dagen waarop iemand sterker was. Er waren ook momenten waarop hij zelf fouten maakte. Maar hij wil er geen groter verhaal van maken. De koers, zegt hij, kiest zijn winnaars. Dat is soms hard, soms onrechtvaardig, maar het hoort bij het karakter van Parijs-Roubaix. Flecha heeft geleerd die uitkomst te accepteren, hoe zuur die soms ook was.
Toch was er 1 editie die hem lang bleef achtervolgen. Met name die van 2009. Tom Boonen had de koers toen opengebroken. Op Mons-en-Pévèle bleef een kopgroep van 6 over, met onder meer Boonen, Filippo Pozzato, Thor Hushovd en Flecha. De samenwerking liep goed en Flecha voelde zich sterk. Op Carrefour de l’Arbre wilde hij zijn moment kiezen, maar in de 1e bocht ging het mis. Hij kwam ten val, beschadigde zijn fiets en zijn ketting hield niet meer. Later, buiten het zicht van de anderen, barstte hij in tranen uit. Niet omdat hij zeker wist dat hij zou winnen, maar omdat hij zijn kans niet eens kon uitspelen.
Als Flecha 1 renner moet noemen die het meeste indruk op hem maakte in Roubaix, dan is het Tom Boonen. Hij stond erbij toen de Belg zijn 1e Parijs-Roubaix won en zag van dichtbij waarom de Kempenaar jarenlang de maatstaf was. In 2012, tijdens 1 van Flecha’s laatste deelnames, plaatste Boonen al ver van de finish een aanval. De renners van Sky probeerden hem terug te halen en Flecha zette zelf aan op Mons-en-Pévèle. Maar zelfs toen hij dichtbij kwam, lukte het hem niet om in het wiel te raken.
Dat moment bevestigde voor hem het verschil tussen een zeer goede kasseispecialist en een absolute grootheid. Fabian Cancellara, met wie Flecha 2 jaar ploegmaat was bij Fassa Bortolo, kon hij op de kasseien vaak wel volgen. Als de Zwitser wegreed, had dat volgens Flecha meestal met koerssituaties en timing te maken. Bij Boonen lag dat anders. Die was, in zijn woorden, gewoon nog een niveau hoger.



Boonen als maatstaf
Een andere naam die Flecha met warmte noemt, is Matthew Hayman. Met de Australiër reed hij het vaakst samen Roubaix, eerst bij Rabobank en later bij Team Sky. Toen Hayman in 2016 verrassend won, voelde Flecha vooral blijdschap. Voor hem was dat geen toevalstreffer, maar de beloning voor iemand die jarenlang het werk had gedaan voor anderen en altijd was blijven terugkomen in deze koers.
Wat Parijs-Roubaix volgens Flecha echt uniek maakt, is het gevoel van eenzaamheid. In de meeste koersen komt de zwaarte uit het terrein. In Roubaix zit die in andere dingen: de wind, de nervositeit, de pech, het constante risico dat je geïsoleerd raakt. Het is de koers waarin een renner zich het meest alleen voelt, zegt hij, zelfs als de ploeg overal langs het parcours mensen heeft staan.
Juist dat element spreekt hem nog steeds aan. Flecha is tegenwoordig geïnteresseerd in ultra-endurance en wedstrijden waarin zelfredzaamheid centraal staat. Daar herkent hij iets van Parijs-Roubaix in terug. Niet altijd is er meteen hulp. Soms moet je jezelf redden, soms helpt een toeschouwer je weer op gang en soms is pech simpelweg het einde van je dag. Dat avontuurlijke, bijna primitieve karakter ziet hij als de kern van de wedstrijd.
Aan zijn liefde voor Roubaix houdt hij uiteindelijk maar 1 echte spijt over: hij heeft de koers nooit in natte omstandigheden gereden. In 2005 lagen er wel modderige stroken, maar dat kwam door regen in de dagen ervoor. Een echt modderige editie maakte hij nooit mee. Toen hij stopte als prof, hoopte hij zelfs dat de eerstvolgende natte Roubaix niet meteen daarna zou komen. Dat had hem, geeft hij toe, behoorlijk dwarsgezeten.

