
Op een heuvelachtig terrein in het rustige Vermont, duizenden kilometers verwijderd van de modderige Vlaamse bossen, werkten 37 jonge Amerikaanse veldrijders begin augustus 2025 aan hun techniek, kracht en koersinzicht. Onder leiding van Andrew Strohmeyer, Tom de Kort en Ellen van Loy is het zomerkamp van Geoff Proctor meer dan alleen een fysieke voorbereiding, het ademt de filosofie van Sven Nys.


Svenhill – Vermont
Op het terrein van Vermont Academy, omringd door beboste heuvels en gravelwegen, ligt een korte maar meedogenloze klim die bekendstaat als ‘Sven Hill’. De naam verwijst naar een iconisch moment tijdens het WK Veldrijden van 2002 in Zolder. Toen koos Sven Nys in volle finale een onverwachte lijn: hij stuurde rechts langs een boom, schakelde bliksemsnel en reed als enige de steile helling op. Het publiek ging uit zijn dak, al werd Nys later nog gegrepen door Mario De Clercq, die zijn 3e wereldtitel pakte.
De Vermont-versie van Sven Hill volgt datzelfde principe. Renners beginnen vanuit stilstand, en sprinten 30 seconden maximaal een zeer steile helling op. Slechts een paar van de 37 deelnemers haalt de top. Coaches leggen uit hoe Nys destijds zelfs zijn materiaal had aangepast, met een kleiner voorblad om de klim zonder voet aan de grond te nemen. Hier in Vermont ontdekken de renners dat succes niet alleen in sterke benen zit, maar ook in slimme keuzes vóór de start.
Wie Sven Hill bedwingt, krijgt geen medaille, maar wel een speciale status binnen het kamp. Het is een verhaal dat blijft rondzingen, een klein stukje heroïek dat doorwerkt in het hoofd. Precies dat is de bedoeling: een training die niet alleen fysiek uitdaagt, maar ook mentaal voedt. Net zoals Nys in 2002 zijn moment van genialiteit had, kunnen deze jonge renners hier hun eigen mini-legende creëren.



Lichtaart – België
Die nalatenschap leeft ook voort in Lichtaart, het trainingsdomein waar Nys zijn vaardigheden tot in de perfectie polijstte. Jaar in, jaar uit reed hij er zijn rondjes in alle weersomstandigheden, totdat elke bocht, wortel en zandstrook in zijn geheugen gegrift stond. Voor Amerikaanse renners is Lichtaart een plek waar ze van dromen. In het klaslokaal worden beelden getoond van Nys die in het bos traint, en voor renners die in de winter met EuroCross naar Europa trekken, is een sessie in Lichtaart vaak hun 1e confrontatie met Belgisch terrein. Daar ontdekken ze dat kracht alleen niet genoeg is; beheersing en parcourskennis zijn net zo belangrijk.
Op Vermont Academy wordt dit principe nagebootst. Geen letterlijke kopie, maar een vast parcours wat keer op keer wordt gereden. Proctor bouwt het parcours in Europese segmenten: schuine kanten zoals in Niel, een zandbak vergelijkbaar met die in Merksplas, en een technische afdaling uit Beringen. Elk onderdeel is ontworpen om technische finesse op snelheid te perfectioneren.
De kernles van Lichtaart, en dus ook van Vermont, is dat herhaling meesterschap creëert. Door dagelijks dezelfde lijnen te rijden, bouwen de 37 renners een automatisme op dat hen straks in Europese modderpartijen voordeel kan geven. Wie in Vermont de ronde moeiteloos afrondt, begrijpt dat dit niet zomaar training is, maar een mentale investering in de stijl en precisie die Nys zijn hele carrière typeerde. De renners worden aangemoedigd thuis ook een vast crossrondje te ontwerpen, waarop ze hun eigen vooruitgang kunnen meten.



Behind the Stare
De link met Nys is geen toeval. Het WK van 2002 was het 1e waarin Proctor aan het roer stond van de Amerikaanse ploeg. Nog meer dan tijdens zijn carrière was hij gegrepen door de crosscultuur. De voormalig Engels docent besloot er een boek over te schrijven: Behind the Stare. Grote delen van zijn trainingsfilosofie komen naar voren in het boek waarin hij, aan de hand van persoonlijke verhalen en portretten, een beeld schetst van wat het betekent om op het hoogste niveau te crossen in Europa. Nys speelt daarin een hoofdrol, als voorbeeld van toewijding en strategisch denken.
Voor de coaches fungeert Behind the Stare als een soort cultureel handboek. Het legt de nadruk op discipline, koersintelligentie en het vermogen om omstandigheden te lezen, waarden die hier in Vermont in elke training terugkomen. De verhalen over Nys, Wellens en Vervecken helpen jonge Amerikanen begrijpen dat veldrijden in Vlaanderen niet alleen een sport is, maar een levensstijl.
Tijdens het kamp wordt regelmatig naar het boek verwezen. Fragmenten over koersvoorbereiding of materiaalkeuze sluiten naadloos aan bij de oefeningen. Zo wordt Behind the Stare de brug tussen wat de renners nu trainen en wat hen in de winter te wachten staat op Vlaamse parcoursen.
