
Als je af en toe eens in de regio Limburg naar het werk fietst, is de kans groot dat je mij al hebt gezien. Dat is een understatement, want met dank aan mijn voorlamp heb je mij in de duisternis wellicht niet alleen gezien, maar ook vervloekt. Met dank aan 2.000 lumen lijkt het wel alsof de kernramp van Tsjernobyl nu pas de Vlaamse fietssnelwegen heeft bereikt. Althans, zo reageren mijn tegenliggers soms. Hoewel ik bij elke tegenligger naar de kleinste verlichtingsstand schakel, ben ik niet de aangenaamste om tegen te komen. Graag onderstreep ik even: dat is niet uit pure mensenhaat.


Fietssnelwegen zonder verlichting
De donkere maanden zijn nu écht gearriveerd. Midden november komt de zon pas op rond 8 uur en gaat deze onder rond 16u45. Dat betekent dus voor veel mensen minstens 1 verplaatsing per dag bij duisternis. Langs grote wegen helpt de straatverlichting een handje, zeker als het fietspad ook nog eens gescheiden ligt. Deze straatverlichting volstaat voor de fietser om het zelfs met een klein lampje vooraan en achteraan te stellen.
Heel anders is het op de nog steeds vele onverlichte fietssnelwegen. Op de F74 van Pelt naar Hasselt bevind ik me elke dag 2 keer in de grote, zwarte leegte. Ook op het militair fietspad door het militair domein van Kamp Beverlo is de maan de enige lichtbron aanwezig. De 2.000 lumen van mijn fietslicht (Lezyne Mega Drive 2400+ Koplamp) komen hier meer dan van pas.
Met een knopje schakel je als fietser gemakkelijk van de hoogste stand van het licht naar de laagste stand. Telkens ik in de verte een fietser – doorgaans ofwel een scholier, ofwel een speedpedelec – zie naderen, schakel ik tussen de standen. Met dikke handschoenen is dat niet altijd even gemakkelijk, maar ik maak er een erezaak van. Als het eventjes hapert, dek ik zelfs mijn verlichting af, zodat mijn tegenligger geen hinder ondervindt. Iedereen kent het fenomeen ‘blinding’ op de fiets en weet hoe aangenaam dit kan zijn.



Oscarwinnende performance
De Oscarwinnende performance die ik van mijn medefietsers – op de lichtste stand – ooit krijg, overtuigt me echter dagelijks van de rooskleurige toekomst voor de bloeiende Vlaamse filmsector. Mensen schreeuwen naar mij dat ik hen verblindt, slaan hun handen voor hun ogen of – dit zijn de durvers – wijken van hun lijn af en rijden recht op mij af. Aan iedereen in de 1e plaats: sorry. Ik zou doodgraag de verlichting uitschakelen, maar dan is een ongeval onafwendbaar.
In de 2e plaats toch even dit: ik zet niet speciaal mijn wekker om bij het ochtendgloren medemensen te verblinden op de fietssnelwegen. De 2.000 lumen zijn gewoon nodig om bij een snelheid van 28 km/u (ik wilde eerst 30 zeggen, maar we moeten eerlijk blijven) veilig rond te rijden. Deze tijd van het jaar liggen de fietspaden vol met bladeren die glibberig zijn en de grens tussen fietspad en berm doen vervagen.
Omdat er door de klimaatopwarming steeds vaker een storm (zoals Benjamin) plaatsvindt, ligt de weg niet zelden bezaaid met puin zoals afgewaaide takken, waardoor je gewoon een groot licht nodig hebt om niet je hele fiets aan gruzelementen te rijden. En bij een tegenligger is het dan gewoon zaak zo snel mogelijk te schakelen van stand.



Verdraagzaamheid
Naast noodzakelijkheid is er ook de kwestie ‘veiligheid’. Zien… én gezien worden. Want zo’n enorm licht, daarmee word je natuurlijk wel gezien. En dat is helaas nog elke dag nodig. Elke fietser kan ervan mee spreken: auto’s op het fietspad, bestuurders die bij het afslaan niet in de spiegels kijken of enthousiaste/gehaaste personen die eventjes vergeten dat ze in het verkeer zitten. Het zijn enkele situaties waarbij je in acuut gevaar verkeert. Dan zet je liever het licht in de grootste stand, zodat je wel een vloek naar je toegeworpen krijgt, maar tenminste niet omver gekegeld wordt.
Gelukkig gaat dit allemaal enkel over het voorlicht. Wat betreft het achterlicht (Lezyne Radar Drive Rear Achterlicht) is er minder discussie. Zelfs van politieagenten krijg ik geregeld complimenten voor de zogenaamde ‘radar’, een item dat op mijn fietscomputertje aangeeft wanneer er een wagen nadert. De bestuurders worden op hun beurt gewaarschuwd met een flikkersignaal. Dit systeem is voor iedereen een meerwaarde, al las ik recent dat het niet 100% conform de regels zou zijn (die schrijven een constant rood licht voor). Op een verdwaalde ochtend sprak een passant me ook aan omdat het licht epilepsie bij hem zou uitlokken, maar in zijn verhaal zou een pinker hetzelfde doen, dus klasseer ik dit onder de noemer ‘zeuren om te zeuren’.
Afsluitend is dit niet zozeer een middelvinger naar mijn medefietsers, maar een vraag om verdraagzaamheid. Gun me even de tijd om mijn verlichting bij te stellen en doe ondertussen dezelfde beweging. Steek misschien eens een hand of duim omhoog in plaats van me uit te kafferen. Uiteindelijk zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en vechten we allemaal tegen koning auto. En richting overheden toch de oproep: als jullie écht willen inzetten op woon-werkverkeer, verlicht dan ook gewoon de fietsostrades.
Schrijf je in op de nieuwsbrief van SKS en win een Speedrocker XL spatbordenset twv 60 euro. Meer weten?