
David Dekker kwam in 2021 bij de profs binnen langs de grote poort. Voor topploeg van Jumbo-Visma pakte hij bij zijn debuut meteen een 2e plaats in een WorldTour-wedstrijd. Een grote toekomst leek voor hem weggelegd. Maar vanaf 2023 liep het niet meer zoals het moest. Nu de oorzaak werd ontdekt én aangepakt, is hij weer helemaal klaar om voor een comeback. Dat doet hij in het shirt van de bescheiden continentale BEAT-ploeg.


Topdebuut in de Emiraten
We schrijven 21 februari 2021. David Dekker – zoon van Erik Dekker, ex-winnaar van de Amstel Gold Race – maakt zijn profdebuut bij de geelhemden van Jumbo-Visma. Hij mag meteen koersen in de UAE Tour, een rittenkoers op WorldTour-niveau. De forse wind in de woestijnvlakten zorgt ervoor dat er een 20-koppige waaier wegrijdt met een pak grote namen, waaronder dat fenomeen uit Slovenië.
In Al Mirfa wordt gesprint voor de zege en de jonge Dekker moet enkel de duimen leggen voor zijn landgenoot Mathieu van der Poel. 3 dagen later sprint Dekker zich nog eens naar een 2e plek. Na Sam Bennet, maar voor Caleb Ewan en Elia Viviani. Met nog eens een 4e plek in rit 6 pakt de debuterende Nederlander het puntenklassement. De hele wielerwereld noteert dat Nederland er weer een topsprinter bijheeft. Of hoe je in 1 week tijd jezelf een voornaam bij elkaar fietst!
“Dat is tot dusver hoe dan ook 1 van mijn mooiste herinneringen aan mijn wielercarrière”, vertelt Dekker. “Op dat niveau, in die ploeg, tegen die grote namen de puntentrui meenemen, was wel heel speciaal. Al twijfel ik om deze prestatie als mijn mooiste herinnering te vermelden. Mijn 2e plek in de 2e rit van de Giro 2023 was er ook eentje om in te kaderen. In San Salvo werd ik daar enkel geklopt door Jonathan Milan. Dat was toen nog een opkomende naam, intussen kennen we hem als 1 van de allersnelsten van het peloton. Maar ik liet in Italië wel Kaden Groves en Fernando Gaviria achter me. Ik fietste toen voor Arkéa en de ploegmaats hadden me die dag perfect vooraan gehouden en waren héél blij dat ik zo dicht kon eindigen.”


Van kwaad naar erger
De podiumplaats in een etappe van een Grote Ronde bevestigde dat David Dekker intussen was uitgegroeid tot een rassprinter. Maar helaas begon het van dan af wat te slabakken. “Vanaf de 2e helft van het seizoen 2023 liep het niet meer zoals het moest”, beseft hij. “Ook in 2024 ging het met ups en downs. Ik wist niet wat er scheelde, maar mijn niveau was niet meer hetzelfde. Ik zocht verwoed naar de oorzaak. Train ik te weinig of verkeerd? Broedt er iets onderhuids? Ik piekerde me suf. En begin dit jaar 2025 ging het van kwaad naar erger.”
“Ik was intussen ingelijfd bij de Baskische Euskaltel-ploeg, die iemand zochten die ook in vlakkere wedstrijden wat resultaten kon rijden. Die transfer naar de oranjehemden had mijn manager geregeld. Had je me 10 jaar eerder gezegd dat ik ooit voor de ploeg van Iban Mayo zou rijden, dat had ik nooit geloofd. Maar in plaats van punten te pakken voor de Basken, haalde ik een bizar laag niveau. Ik kreeg daardoor steeds meer en meer twijfels. Nooit had ik eens een fijne deftige trainingsweek kunnen afwerken… Ik heb nooit echt aan stoppen gedacht, maar op den duur ga je gewoon hopen dat ze iets vinden dat een verklaring kan zijn voor het minder presteren.
“Tot de diagnose van ‘vernauwde bekkenslagader’ kwam. Ik werd geopereerd in juni. Op dat moment weet je dat je voor een lange revalidatie staat, maar dat je tenminste hoop mag hebben dat het goed komt”, blikt de in Riemst (Belgisch Limburg) wonende Nederlander. Vader Erik was destijds al naar België verhuisd en zoon David besloot zich met zijn toenmalige vriendin, nu echtgenote, aan de Maasvallei te vestigen. “Van hieruit kan ik makkelijk zowel de Limburgse als de Ardennenhellingen in mijn trainingsparcours opnemen.” In de achtergrond horen we Dekkers 3 maanden jonge dochtertje intussen aandacht vragen…


Taihu Lake als laatste strohalm
Intussen naderde het einde van het seizoen en Dekker had nog geen contract voor 2026. “Ik begon eigenlijk maar pas terug te trainen in september en kwam niet verder dan wat duurtrainingen”, zucht hij. “Dan mocht ik nog starten in de Chinese Tour of Taihu Lake, een 2.Pro-rittenkoers. Ik wist dat dat zowat mijn laatste kans was om te bewijzen dat ik mijn plek in het peloton nog verdiende. Die comeback verliep boven verwachting. Van de 4 ritten eindigde ik 3 keer in de top 10, met een 3e plek als uitschieter. In het eindklassement werd ik 9e. Ik hoopte toen nog wel dat een procontinentale of WorldTour-ploeg me zou oppikken, maar de plaatsen waren erg duur geworden na alle struggles. Tot BEAT zich aandiende….”
Of dat een stapje terug is? “Goh, het is inderdaad een continentale ploeg, maar wel eentje met een heel professionele begeleiding en ondersteuning. Het was misschien wel mijn plan B, maar wel het beste plan B dat er was. Ik ben nu vooral blij dat ik terug op niveau ben.” Het enthousiasme waarmee hij ons te woord staat, zegt alles. “Ik kan niet wachten om weer te bewijzen waar ik sta. De meeste renners slepen zich in die ronde in China naar het einde van het seizoen, ik vond het jammer dat ik niet kon blijven voortkoersen. Nu goed, ik zal er alles aan doen om te tonen dat ik er terug sta. Volgende week vertrek ik even naar Spanje om op mezelf de conditie weer naar een volgend niveau te brengen. In februari gaan we op ploegstage. En laat de wedstrijden daarna maar komen!”
