Bij sportieve fietsers duiken vaak dezelfde klachten op: lage rugpijn, nek- en schouderproblemen, kniepijn en slapende handen of vingers. In hun chiropraxiepraktijk in Lochristi zien Pierre Mercier en Maarten Lambrecht wekelijks coureurs passeren. Want aan ontregelde spieren en gewrichten is iets te doen. “Bij een val is de kans vrij groot dat je een letsel oploopt”, weet Mercier. “Hoewel de oorzaak niet altijd eenduidig is, zijn we wel gespecialiseerd om die op te lossen.”

Lagerugpijn
De ruggengraat is volgens Mercier het meest complexe stuk van het bewegingsapparaat. “Je hebt een toren van 24 wervels boven elkaar die allemaal een bepaalde mechanica hebben”, legt hij uit. “Bij een val is de kans groot dat je daar ontregelingen in spierspanning of zelfs ligamentaire letsels tegenkomt.”
Toch ontstaan rugklachten niet alleen na een val. Uren in dezelfde houding, zeker bij beginnende fietsers, kunnen hun rol spelen. “Bij amateurs zie je vaak dat de belasting en de belastbaarheid niet correct worden opgebouwd”, duidt Lambrecht. “Ze beginnen geweldig enthousiast te fietsen en maken direct heel veel kilometers. Maar je spieren en gewrichten moeten die belasting wel aankunnen.”
Combinatie
De klassieke diagnose is wat in de literatuur aspecifieke lagerugpijn heet. Op foto’s of scans is dan niets ernstigs te zien. “Vaak geeft een radiografie van de ruggengraat geen verduidelijking”, zegt Lambrecht. “Maar bij onderzoek merk je wel spierspanning en gewrichten die niet soepel bewegen. Mensen willen heel graag weten: is het mijn tussenwervelschijf, mijn spier, mijn gewricht of mijn zenuw? De realiteit is dat het vaak een combinatie is.”
Typisch bij fietsers: de pijn komt pas na een bepaalde tijd op de fiets. “Stel dat je begint te fietsen en na 3 uur pijn in de middenrug begint te krijgen”, geeft Lambrecht een gekend voorbeeld. “Je blijf trainen en telkens komt die pijn terug, ongeacht de fysieke conditie. Dan moet je beseffen: daar zit een stoornis, waarschijnlijk in spieren of gewrichten, die kan opgelost worden. Maar vaak enkel door het probleem manueel op te speuren en te behandelen. Met de technieken die wij toepassen, zouden die klachten dan moeten verdwijnen.”
Nek en schouders: dezelfde machine
Het is vaak lastig om een onderscheid tussen rug, nek en schouders te maken. “Het bewegingsapparaat is 1 machine. Als jij je nek beweegt of je rug, dat zijn dezelfde principes: spieren die gewrichten bewegen. Je kunt je nek beschadigen, je kunt een hernia hebben in de nek of in de lage rug. Het is hetzelfde genre probleem, alleen op een andere plaats.”
Waar de pijn precies zit – onder de schedel, meer tussen de schouderbladen, hoger in de nek – verschilt per patiënt. “Nekpijn kan overal zitten. Elke situatie is anders. Onze taak is voelen waar echt het probleem zit.” Knieklachten worden door sommige wielrenners als atypisch gezien, maar dat klopt niet, zegt Lambrecht. “Als je naar studies kijkt, krijg je altijd hetzelfde rijtje: lage rugpijn, nekpijn, slapende handen, kniepijn en heuppijn. Kniepijn is zeker niet atypisch.”
Spierspanning
De reflex van veel fietsers: aan de zadelhoogte beginnen draaien. “De 1e reflex is vaak: hoe staat mijn zadel?”, weet Lambrecht. “Dat kan zeker een rol spelen, maar volgens ons verleg je zo vaak het probleem. Je zet je zadel hoger, er komt minder spanning op je quadriceps, en je hebt minder last. Maar misschien zit het echte probleem gewoon in die spier zelf.”
Volgens Mercier is de knie in zekere zin eenvoudiger dan andere gewrichten. “Een knie plooit en strekt. De schouder heeft daarentegen een gigantische beweeglijkheid. De diagnostiek van knieproblemen is daarom vaak eenvoudiger dan bij een schouder of heup.” Een belangrijk onderscheid maken ze wél. “Wij zijn gespecialiseerd in het functionele van het lichaam”, benadrukt Mercier. “Als jij je meniscus afscheurt en dat stuk zit rond te flappen, dan moet je niet naar een chiropractor, maar naar een orthopedist.”
Slapende handen en tintelende vingers
Een klacht die bijna typisch is voor fietsers: slapende handen en tintelende vingers. “Je ziet dat heel vaak bij amateurs”, zegt Mercier. “Bij profs minder, maar bij recreanten wel. Na verloop van tijd beginnen de handen te slapen. De oorzaak kan op 3 niveaus zitten: in de pols (bijvoorbeeld carpaletunnelsyndroom), in de voorarm (spieren die tegen zenuwen duwen) of in de nek (waar de zenuwen ontspringen). “Die differentiatie doen wij”, duidt Mercier. “Door de houding op de fiets staan ze langdurig gespannen, en bij een onderliggend probleem krijg je dan tintelingen in de vingers. Een hockeyspeler zal dat niet op die manier merken, maar een fietser wel.”
Slapende vingers of tenen betekent dat er elders een probleem is – in pols, arm of nek. Dat hoeft absoluut niet altijd geopereerd te worden. Maar hoe behandelen chiropractors dat dan? “Elk probleem is anders”, zegt Lambrecht. “We werken aan het herstellen van gewrichtsbeweeglijkheid en het herregelen van spieren en vooral zenuwen.” Dat doen ze met een combinatie van apparatuur en manuele technieken. “We gebruiken apparaten die zeer snelle tikjes geven op spieren”, legt Lambrecht uit. “Daardoor ontspannen die spieren of worden contracturen hersteld. Daarnaast gebruiken we onze handen, en geven we soms stretching- of versterkingsoefeningen mee.”
Veel fietsers zoeken naar lijstjes met oefeningen en preventietips, maar veel nieuws is daar niet over te vertellen. “Er wordt veel geschreven over blessurepreventie”, weet Lambrecht. “Maar er zijn geen eenduidige antwoorden. Sterker worden, goede beweeglijkheid met stretching en oefeningen, goed slapen, gezond eten – iedereen weet dat dat interessant is. En toch ontwikkelen topsporters nog altijd blessures.”
Supplementen zoals magnesium en vitamines kunnen zinvol zijn in specifieke gevallen. “Als iemand met een normale behandeling niet verbetert, dán denk je aan zaken zoals voedingsproblemen of tekorten”, zegt Maarten Lambrecht. De kern blijft volgens Mercier eenvoudig, en tegelijk individueel. “De mens is de mens. Of je nu fietst, hockey speelt of schaatst: het bewegingsapparaat werkt altijd volgens dezelfde principes. Wij kijken: welk gewricht beweegt niet goed, welke spier is ontregeld? En dat proberen we te herstellen. Of dat nu in de rug, de nek, de knie of de pols is.”