Voor juniorenwereldkampioene Lise Révol eindigde de Wereldbeker in Benidorm met een zeldzame nederlaag. Na 3 ronden aan de leiding te hebben gereden, werd ze in de slotfase voorbijgestreefd door haar Italiaanse rivale Giorgia Pellizotti. Hoewel een nederlaag, pas haar 2e dit seizoen, normaal gesproken pijn doet bij de dominante Française, kwam Revol relatief tevreden over de streep. Haar blik is immers stevig gericht op een andere prijs: het verdedigen van haar regenboogtrui op het WK.


Vermoeidheid
Het seizoen van Lise Revol is tot nu toe niets minder dan totale dominantie geweest. Ze won 7 van haar 8 crossen, slechts eenmaal geklopt in het ijzige Tábor. Ze startte in Benidorm als topfavoriete, maar niet met frisse benen. De Franse nationale ploeg zit momenteel midden in een intensief trainingskamp, een strategie ontworpen om te pieken op het WK.
“Ik startte de race zoals altijd: snel, in de hoop een beslissing te forceren”, legt Revol uit. “Dit parcours was door de aanpassingen en modder fysieker en technischer dan voorgaande jaren. Ik hoopte te winnen, maar op de wegklim naar de finish voelde ik dat ik niet super was. Mijn benen reageerden niet zoals gewoonlijk. Ik wist het al aan het einde van de 1e ronde”, geeft de wereldkampioene toe.
“Ik had nog steeds een klein gaatje op Giorgia Pellizotti. Elke ronde kwam ze dichterbij op de weg, maar liep ik weg op de technische stukken. Dat werkte even, maar in de laatste ronde brak ik volledig”, geeft ze eerlijk toe. “Ik plaatste mijn aanval op het stuk bij de balken, maar ik loste haar niet. Toen we de weg op kwamen, lukte het me niet eens meer om te sprinten. Mijn benen waren leeg.”


Ingecalculeerd verlies
Ondanks het resultaat was er geen paniek in het Franse kamp. “Ik ben tevreden”, stelt Revol toch wat verrassend na het podium. “De laatste 2 Wereldbekers zijn niet mijn hoofddoel; dat is echt het Wereldkampioenschap. Ik had geen superbenen, dus ik ben tevreden. Ik heb ook het eindklassement van de Wereldbeker definitief op zak, dus dat is ook mooi. Dat was 1 van mijn doelen voor het seizoen begon.”
“Op dit moment doe ik veel intensieve trainingen, dus het is logisch dat ik niet op mijn best ben”, legt ze uit. “We zijn hier met de Franse ploeg in Altea en we hebben direct na de Franse kampioenschappen vrij veel getraind. Iedereen heeft zijn eigen trainingsplannen, maar ik rijd niet enorm veel uren op de weg. Als ik train, is het kwalitatief en met behoorlijk wat intensiteit om me voor te bereiden op het WK.”
Revol is vol vertrouwen dat dit plan werkt. “Vorig jaar was ik ook niet geweldig in de laatste 2 Wereldbekers, maar ik stond er wel op het WK. De veldritkalender vraagt om keuzes, je kan niet overal op je best zijn. Ik was dat hier in Benidorm niet, Giorgia heeft verdiend gewonnen.”


Nieuwe motivatie
In een openhartig moment merkt Revol op dat de nederlaag in Benidorm haar wellicht net goed van pas komt richting het WK. “François Trarieux (de Franse bondscoach, red) vertelde me dat dit me helpt om mezelf tot het uiterste te drijven, om mezelf fysiek echt pijn te doen. Door niet altijd te hoeven vechten voor de zege en elke race solo te winnen, kan de motivatie wat minder worden. Dit geeft me mijn motivatie terug en laat me beseffen dat ik 100% moet zijn om te winnen in Hulst.”
“Het vermindert de druk ook een beetje”, geeft Revol toe. “Elke keer wanneer ik start, denken mensen dat ik zomaar eventjes weer ga winnen. Maar ik moet er nog steeds heel hard voor werken; deze resultaten komen niet vanzelf. Er zijn genoeg andere sterke rensters. Pellizotti is er slechts 1 van. Barbora Bukovská versloeg me in Tábor en Anja Grossmann is ook goed, hoewel ze helaas niet meer crosst. Mijn seizoen is natuurlijk al geslaagd met zoveel overwinningen, dus dat vermindert de druk ook op een bepaalde manier. Ik probeer gewoon kalm te blijven voor het WK.”
De Franse ploeg blijft nog tot donderdag 22 januari 2026 in Spanje voor meer training voordat er eindelijk rust ingelast wordt voor het hoofddoel, het WK. “Ik kan niet wachten om alles te kunnen geven in Hulst”, besluit Revol. “En ik kan niet wachten om te proberen, bovenal, mijn trui te verdedigen.”