Op papier leek het WK veldrijden van 2026 een stap terug voor Canada. De Canucks noteerden geen enkele top 5-notering en behaalden het minste aantal top 10-plaatsen sinds 2021. Toch weigert bondscoach Michael van den Ham de noodklok te luiden. Volgens hem is de sport in zijn land springlevend, fungeert het als cruciale kweekvijver voor toptalent en is er met Alexa Haviland alweer een nieuw talent opgestaan.


Leven na de tweeling
Terwijl de wedstrijdspanning in Hulst om te snijden was, fungeerde Michael van den Ham als baken van rust voor zijn junioren. De 3-voudig Canadees kampioen staat inmiddels 3 jaar aan het roer als bondscoach en greep het WK aan om de staat van de cross in zijn thuisland te duiden. “In België lijkt de perceptie dat het Canadese veldrijden werd geboren met de 1-2 van de tweeling Holmgren op het WK in Hoogerheide, en dat het stierf met hun afwezigheid deze winter”, vertelt hij. “Daar wil ik echt tegenin gaan.”
“We waren voordien al present in Europa met rensters als Ruby West en Maghalie Rochette, die geweldige resultaten behaalden”, vervolgt Van den Ham. “Natuurlijk wil ik het succes van de Holmgrens niet bagatelliseren, maar het effect van Maghalie op de sport is ook enorm geweest. Zij liet zien dat je het als Canadese crosser in Europa kunt maken en op het podium van de Wereldbeker kunt staan.”
Volgens de bondscoach werpt dat nu zijn vruchten af. “Ik durf te stellen dat onze junioren- en beloftencategorieën beter zijn dan ooit tevoren. Tijdens de kerstperiode hadden we 3 verschillende renners in 3 verschillende categorieën op het podium. Dat is een primeur voor Canada.” Die groei in de breedte is ook zichtbaar in eigen land. “We krijgen veel aanmeldingen voor onze nationale ploeg en zien een grote opkomst bij de kampioenschappen. De jongens junioren hadden dit jaar 53 deelnemers, wat voor ons echt heel veel is.”


Ian Ackert
Toch heeft het succes ook een keerzijde. “Veel van onze renners focussen op het mountainbiken en rijden daarom weinig crossen. En dan bedoel ik niet alleen de Holmgrens of Ian Ackert, maar ook onze huidige junioren”, zegt Van den Ham met enige spijt. Hij ziet het veldrijden daarom vooral als een essentiële opleidingsschool.
“Dit jaar had meer dan 75% van onze renners die het WK Mountainbike reden op enig moment een verleden in de cross”, legt hij uit met een veelzeggende statistiek. “We zien enorme aantallen renners van de ene discipline naar de andere gaan. De cross is zo’n geweldige kans om vaardigheden te ontwikkelen, Wereldbekerstarts te maken en WK-ervaring op te doen.”
Het ultieme bewijs van die kruisbestuiving is Magdeleine Vallieres, die in 2026 de wereldtitel op de weg bij de elites veroverde. “Zij reed in het verleden ook de kerstcrossen. Dat was misschien niet de hoofdmoot van haar ontwikkeling, maar het was er wel een onderdeel van”, stelt de bondscoach trots. “We proberen in Canada goede wielrenners op te leiden, en veldrijden is simpelweg een geweldige sport om dat te doen.”


Olympische droom
Ondanks het optimisme ziet de coach ook waarschuwingssignalen, vooral bij de elites. “Ik zou zeggen dat de sport daar een beetje stagneert. Er is gewoon niet zoveel steun voor atleten die professioneel als elite willen koersen in Noord-Amerika. Mijn hoop is dat renners die nu voor andere disciplines kiezen, op termijn de weg terugvinden naar het veld.”
Een mogelijke gamechanger zijn de Olympische Spelen van 2030. “Als we de Spelen krijgen, kan dat het plaatje volledig veranderen”, blikt Van den Ham vooruit. “Veel van onze financiering is gebaseerd op medaillepotentieel. Een Olympische status zou veel budget vrijmaken. Bovendien zou een fabrieksteam in het mountainbiken of een WorldTour-ploeg op de weg renners als de Holmgrens en Ackert dan sneller laten crossen, omdát het Olympisch is.”
Maar ook zonder die Olympische stip op de horizon is er reden tot optimisme. In Hulst zorgde Alexa Haviland voor het Canadese lichtpuntje. De 1e jaars juniore reed naar een verrassende 9e plaats, ondanks een start die ontsierd werd door meerdere valpartijen. Het bevestigt voor Van den Ham dat er altijd nieuw talent opstaat. “Jonge atleten zien veldrijden als een geweldige kans. Ze krijgen de kans om voor het eerst met de nationale ploeg op pad te gaan en een WK te rijden. De basis is sterk, en we blijven bouwen aan de volgende generatie.”