
De Vlaamse Wielerschool, al een halve eeuw de kraamkamer van het Vlaamse wielrennen, staat op een kruispunt. Voorzitter en ex-profwielrenner Marc Wauters legt uit waarom de succesvolle werking, ooit opgericht door Rik Van Looy, onder druk staat van een gedwongen fusie. De organisatie wordt door de minister van Sport verplicht om te fusioneren met Cycling Vlaanderen, omdat men gelooft dat er sprake is van dubbele subsidiëring. Die visie spreekt Wauters met klem tegen. Een gesprek over de fundamenten van de wielerpiramide, onbegrip in de politiek en de strijd voor het behoud van een unieke identiteit.


Doorn in het oog
De kern van het probleem is een politieke beslissing. “Men wil nog maar 1 overkoepelende wielerfederatie subsidiëren”, legt Wauters uit. “Nu zitten wij daar als aparte vzw nog onder. Men denkt dat we dubbele subsidies krijgen, maar dat klopt niet.” De Vlaamse Wielerschool ontving historisch gezien provinciale subsidies. Toen de bevoegdheid sport van de provincies naar Vlaanderen verschoof, verhuisde de geldstroom mee. Dit creëerde de perceptie van 2 aparte subsidies voor het wielrennen, 1 voor de federatie (Cycling Vlaanderen) en 1 voor de wielerschool.
Wauters benadrukt een cruciaal verschil met andere sporten. “Voetbal, basketbal of zwemmen ontvangen aanzienlijke gemeentelijke subsidies. In de wielersport is dat zo goed als onbestaande. Onze Vlaamse subsidie is dus geen extraatje, maar een compensatie voor het gebrek aan lokale investeringen.” De Vlaamse Wielerschool vervult een totaal andere rol dan de federatie. “Wij zijn de absolute basis, de instap. Wij doen aan laagdrempelige initiatie, terwijl Cycling Vlaanderen zich richt op de competitie en vergunningen.”
Het is die unieke, laagdrempelige functie die de ziel van de organisatie vormt. Het doel is niet om kampioenen te kweken, maar om kinderen het plezier van het fietsen te laten ontdekken. “Of een kind nu als 1e of als laatste over de meet bolt, maakt ons niet uit. Het kind telt, het feit dat het op de fiets zit”, voert Wauters zijn betoog. “Onze filosofie staat in schril contrast met de prestatiegerichte wereld van de wielerwedstrijden, waar de federatie zich op toelegt.”



Meer dan alleen een opstapje naar de koers
De werking van de Vlaamse Wielerschool is diep geworteld in alle Vlaamse provincies. Met 5 voltijdse personeelsleden en een indrukwekkend netwerk van 170 vrijwilligers slagen ze erin om de drempel tot de wielersport zo laag mogelijk te houden. “We willen kinderen op de fiets krijgen, op een speelse manier, zonder de druk van reglementen of wedstrijden”, aldus Wauters. De focus ligt op begeleiding en training, waarbij plezier en ontwikkeling vooropstaan.
Een essentieel onderdeel van hun sociale rol is het aanbieden van huurfietsen. “Wielrennen is een dure sport. Ouders die het niet breed hebben, kunnen de aankoop van een dure fiets vaak niet dragen. Via onze provinciale werkingen kunnen zij voor een klein bedrag een fiets huren, zodat ook hun kinderen kunnen meedoen.” Dit aspect van de werking toont aan dat de Vlaamse Wielerschool een maatschappelijke functie vervult die veel verder reikt dan louter sportieve initiatie.
Voor een jaarlijks subsidiebedrag van 311.000 euro wordt een immense impact gerealiseerd. “Dat lijkt misschien veel geld, maar als dat bedrag zou wegvallen uit de basis van het wielrennen, zou dat een enorme klap zijn. We hebben die middelen echt nodig. En zodra een kind de stap wil zetten naar competitie, wordt het doorverwezen naar Cycling Vlaanderen om een vergunning aan te vragen. Onze school levert de basis, de federatie bouwt erop verder.”


Fusie vol praktische bezwaren
Onder druk heeft de Vlaamse Wielerschool een intentieverklaring tot fuseren ondertekend. “De minister had het zo gevraagd, anders zouden we onze subsidies voor dit jaar niet krijgen”, stelt Wauters. Gelukkig beschikt de organisatie over een spaarpotje om een jaar te overbruggen, maar de onzekerheid blijft. De fusie moet voor 2029 een feit zijn. Dat geeft enige ademruimte, maar de weg ernaartoe is bezaaid met obstakels. “In de praktijk zou onze werking hetzelfde blijven, maar dan onder de vzw van Cycling Vlaanderen. We zouden onze subsidies behouden, maar de structuur verandert volledig.”
De praktische en financiële gevolgen van zo’n integratie zijn niet min. “Een fusie kost geld. Je hebt advocaatkosten om 2 vzw’s in 1 structuur te gieten. Er moet een nieuwe website komen, nieuwe kledij. Dat loopt allemaal op.” Wauters wijst ook op een potentieel pijnlijk punt: de sponsors. “Wij hebben onze eigen sponsors die ons al jaren steunen. Wat gebeurt er met hen? Komen die niet in conflict met de sponsors van Cycling Vlaanderen? Het is allemaal niet zo evident.”
De toekomst is dus in het ongewisse. De Vlaamse Wielerschool heeft de garantie gekregen dat ze haar jaarlijkse subsidies kan behouden tot 2029, maar de zorgen over het verlies van autonomie en de praktische rompslomp van de fusie blijven. Na 50 jaar goed werk, waarin talloze kinderen de liefde voor de fiets vonden, moet de organisatie vechten om haar eigenheid niet te verliezen in een door de politiek opgelegde structuur. De fundering van de wielerpiramide wankelt, maar staat nog recht.
Ontdek de Vlaamse Wielerschool!

