
Van onze middelbare schoolexamens in de Paasperiode herinneren we ons niet bijster veel meer. Maar aan de laatste donderdag voor de Paasvakantie koesteren we nog hele warme herinneringen. Naar goede gewoonte stonden er die dag immers 2 (!) etappes in de Driedaagse De Panne-Koksijde op het programma. Het was de apotheose van het uitgestrekt voorprogramma richting de Vlaamse wielerhoogmis en het schrappen op de kalender doet vandaag nog altijd pijn.


Vaste rituelen
In onze herinnering maakte de Driedaagse De Panne-Koksijde integraal deel uit van de Vlaamse wielerweek, maar dat is een term die pas sinds de jaren ’90 wordt gehanteerd en de Driedaagse zag ook pas het levenslicht in 1977. Toch groeide deze rittenkoers uit tot een vaste waarde in de periode van eind maart of begin april. Er waren bepaalde vaste rituelen die bijdroegen aan de succesformule.
1, het deelnemersveld. Aan de start van de Driedaagse kreeg je doorgaans een mix van een aantal favorieten voor de Ronde, die eventueel louter kwamen warmdraaien, maar evengoed renners die een klassement ambieerden. Zo slaagden Peter Van Petegem, Alessandro Ballan en recenter ook Alexander Kristoff en Philippe Gilbert erin de dubbel te realiseren. Deze klassieke toppers kruisten in De Panne de wegen van de sprinters en de Vlaamse helden van de 2e rij. Het zorgde voor een unieke mix in het peloton.
2, Zottegem. Heel veel gemeenten in de Vlaamse Ardennen hebben hun eigen start- of aankomstplaats in de Vlaamse klassiekers en Zottegem was vaste partnerstad in de Driedaagse. De openingsetappe in de Egmontstad was op 1 of andere manier op het lijf geschreven van de Italianen, die er heel vaak scoorden. Op het parcours kregen hellingen als de Berendries en de Leberg een prominente rol. Dat was erg leuk, want in andere wedstrijden zijn ze helaas gedegradeerd tot ‘voorspel’ en verschoof de climax bijna overal naar dezelfde scherprechters. (Was het nu écht nodig om ook in de E3 2 keer over de Oude Kwaremont te gaan?)



Sprinters aan zet
3, marathonwoensdag. De 2e etappe van de Driedaagse was doorgaans een sprintersetappe richting de kust. Soms speelde de wind wel eens een rol of schrikte een valpartij het deelnemersveld op. Ook gebruikelijk waren de toppers die na de aankomst nog een drinkbus en vestje van de verzorgers kregen en gingen bijtrainen met oog op de Ronde. Het had een soort bijgeloof, dat voorbijgestoken is door de realiteit. Pogačar en Van der Poel gaan heus lijf en leden niet meer riskeren in een wedstrijd die op hun palmares zou vergelen tot al het moois eromheen.
4, een hele dag koers. Op donderdag kreeg je dan de reeds vernoemde dag vol wielrennen. Een voormiddagrit waarin het (door de wind) wel eens chaos troef kon zijn, maar die doorgaans toch eindigde op een sprint. En dan een namiddagtijdrit waar niet zelden een aantal toppers voor pasten omdat ze geen kans meer maakten op het eindklassement. Het leverde 3 dagen uren televisieplezier op en was ook voor de liefhebber de opwarming voor Vlaanderens Mooiste. Wie echt goed oplette, kon al mogelijke verrassingen bespeuren of leerde ‘per ongeluk’ een toekomstige klassiekersspecialist kennen.
Sinds 2018 is alles anders. De Driedaagse De Panne-Koksijde verschoof naar de woensdag na Milaan-Sanremo en moest een 2-daagse worden met een Sprint Challenge voor mannen en vrouwen op dinsdag. Op donderdag namen de vrouwen een dag over. De Sprint Challenge is er nooit gekomen vanwege geen belangstelling in het peloton. Moderniseren is allemaal goed en wel, maar het wielrennen heruitvinden, blijkt toch moeilijk. Kijk maar naar de Hammer Series.



Ommekeer
Het resultaat werd dus ‘de 1-daagse De Panne’, die nooit zo werd genoemd en vandaag de naam Ronde van Brugge draagt. Wat ooit bestond uit een prachtig 3-luik met een onderschat stukje Vlaamse Ardennen is vandaag een wedstrijd die je eufemistisch ‘het sprintersfestival’ kan noemen, maar dysfemistisch ook ‘de saaiste koers van het jaar’ of ‘het festijn der duizend valpartijen’. Oké, de wedstrijd is wel WorldTour geworden, maar het kind is met het badwater weggespoeld. Wie even een geheugensteuntje nodig heeft: in 2025 won Molano nadat er in de slotkilometers non-stop werd gevallen en nog amper 20 niet-gevallen renners naar de meet trokken.
Op nog geen 10 jaar tijd is de Driedaagse De Panne-Koksijde dus getransformeerd van een kleine rittenwedstrijd met een eigen identiteit, naar een 13-in-een-dozijn-sprinterskoers aan de kust waarvan je enkel de laatste kilometer moet gezien hebben. In West-Vlaanderen zullen ze dat tegenspreken, maar voor een Limburger voelt de Ronde van Brugge aan zoals Bredene Koksijde, de Elfstedenronde en eigenlijk ook de Scheldeprijs (zelfde concept, andere locatie). We vinden het een stukje wielererfgoed dat verdwenen is en missen een inhoudelijk debat over de meerwaarde van deze transformatie voor de liefhebber.

