
De oudste nog actieve wielerwedstrijd ter wereld, dat is Milaan-Turijn. In 2025 keerde de organisatie na enkele sprintersedities terug naar de mythische Colle di Superga. Dit jaar 2026 greep Pidcock de macht op de flanken van de klim. Net als die Superga staat Milaan-Turijn zelf vol van de geschiedenis en opvallende statistieken.


Identiteitscrisis
Milano-Torino is een oerklassieker in de wielerwereld. De Noord-Italiaanse wegwedstrijd wordt al georganiseerd sinds 1876 (!) en is daarmee de oudste koers die nog steeds verreden wordt. Hoewel de wedstrijd dit jaar 2026 zijn 150-jarig bestaan viert, werkte men pas de 107e editie af. Daar zitten onder meer enkele oorlogen, politieke geschillen, ongeziene regenval en een recente pandemie voor iets tussen. Mede dankzij die gezegende leeftijd staan de analen van Milaan-Turijn boordevol interessante statistieken.
De wedstrijd, die het peloton van de ene Italiaanse metronoom naar de andere leidt, heeft al meermaals te maken gehad met een identiteitscrisis. Maart of oktober? Hoogtemeters opzoeken of toch een sprintersbal? Ook in de recente geschiedenis wist de organisatie het niet zo goed. Zo bulkt de erelijst de laatste jaren van rasechte klimgeiten als Rigoberto Urán en Alberto Contador, maar vind je iets verderop ook Arnaud Démare en Mark Cavendish terug. De laatste sprinteditie, in 2023, werd gewonnen door Arvid de Kleijn, zijn 1e grote overwinning in een eendagswedstrijd.
In 2024 keerde Milaan-Turijn deels terug naar zijn roots. Er stond opnieuw een finale boordevol heuvels op het menu, al werd de legendarische Superga dat jaar niet beklommen. Thuisrijder Alberto Bettiol knalde met een solo van 30 km naar de winst. De voormalige winnaar van de Ronde van Vlaanderen was pas de 1e Italiaanse laureaat sinds 2015, de 74e in totaal. Bettiol won voor Jan Christen en Marc Hirschi en luidde zo een prima voorjaar in met nog een 5e stek in Milaan-Sanremo en een 9e plaats in de Ronde van Vlaanderen.



Mark Cavendish
In 2025 trok de organisatie dan eindelijk weer de finishlijn boven op de mythische Superga. Met 4,9 km aan een dikke 9% is de klim niet voor doetjes. Isaac del Toro troefde Ben Tulett en Tobias Halland Johannessen af en begon zo zijn veroveringstocht in de laars. De Mexicaan reed niet veel later een geweldige Giro – die hij eigenlijk had moeten winnen – en won in het najaar nog 7 (!) Italiaanse eendagskoersen.
Johannessen keerde dit jaar 2026 terug om beter te doen en slaagde in zijn opzet. Van een bronzen plak ging het naar een zilveren exemplaar. Hij moest enkel Tom Pidcock laten voorgaan. Zo is hij de 1e Noor ooit die voor een tweede 2e op het podium van Milaan-Turijn staat. Dag Erik Pedersen, 3-voudig ritwinnaar in de Giro, en Alexander Kristoff deden het elk 1 keer, respectievelijk anno 1989 en 2022.
Pidcock haalde op 700 meter van de streep, nadat Cian Uijtdebroeks de knuppel in het hoenderhok had gegooid, verschroeiend uit en legde zo de basis voor zijn winst. Deze Milaan-Turijn is de 12e profzege voor de Britse alleskunner, de 2e van 2026, na ritwinst in de Ruta del Sol in februari. Ook is het zijn 2e zege ooit (op de wegfiets) op Italiaanse bodem. In 2023 won hij tevens de Strade Bianche. Bovendien is Pidcock de 2e Britse winnaar van de wedstrijd. Enkel Sir Mark Cavendish, dit jaar eregast, deed het hem voor.



Roger De Vlaeminck
Opvallende statistiek: winnaar Pidcock is amper 24 dagen ouder dan runner-up Johannessen, beide geboren in de zomer van 1999. Zij werden op het podium geflankeerd door oude rot Primož Roglič, die de wedstrijd won in 2021. Roglič is trouwens de enige Sloveen die ooit het podium van Milaan-Turijn haalde. Editie 2026 was met een gemiddelde snelheid van 45,639 km/u de 6e snelste editie van de wedstrijd ooit. Het was De Kleijn die de allersnelste jaargang winnend afsloot, met een duizelingwekkende snelheid van 48,194 km/u.
Beste Nederlander afgelopen woensdag was Wout Poels op een 12e plaats. Met zijn 38 lentes was Poels verrassend genoeg niet de oudste deelnemer aan de start. Die eer ging naar landgenoot Bauke Mollema, die in november 40 wordt, maar op de fiets nog lang niet versleten lijkt. Cian Uijtdebroeks was met zijn 5e stek de 1e Belg, nadat hij op de flanken van de Superga de debatten had geopend.
België stond wel al 4 keer op het hoogste schavotje van Milaan-Turijn. In 1971 won Georges Pintens als 1e de klassieker. Amper 1 jaar later won er opnieuw een Belg. Roger de Vlaeminck pakte toen zijn 1e van 2 overwinningen in de wedstrijd. Rik Van Linden was in 1977 de laatste Belg die de zegeruiker mee naar huis mocht nemen.

