
Voor elke flandrien is het winnen van Parijs-Roubaix een levensdroom. De Helleklassieker is een legende gesmeed op de meedogenloze kasseien van Noord-Frankrijk. De erelijst is er enkel voor de allergrootsten. Maar het verhaal van de Hel wordt net zo goed geschreven door de kampioenen die er nét naast grepen. Adrie van der Poel bijvoorbeeld. Een man met een palmares om van te dromen, met overwinningen in de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik. Maar die ene kassei uit Roubaix ontbreekt. 14 keer stond hij aan de start, maar de Vélodrome bracht nooit de ultieme verlossing.


Ferdi Van den Haute
Het is 1986 en Adrie van der Poel, 26 jaar jong, is in de vorm van zijn leven. Een week eerder heeft hij op indrukwekkende wijze de Ronde van Vlaanderen gewonnen, waar hij de grote Sean Kelly de baas was. Wanneer hij in Compiègne aan de start verschijnt, is hij 1 van de topfavorieten. Het vertrouwen is torenhoog en zelfs het weer lijkt aan zijn kant te staan. “Dat waren de omstandigheden die ik verkoos, een droge zondag na een week van regen”, glimlacht hij. “Ik hield ervan. Sommige renners houden van klimmen, ik hou van rijden op natte kasseien.”
Gedurende de koers omzeilt Van der Poel in zijn Kwantum-truitje alle valkuilen. Hij voelt zich goed, heeft geen tegenslag gekend en rijdt vol vertrouwen richting de finish, die dat jaar uitzonderlijk in de stad Roubaix ligt. In de finale blijft een kleine kopgroep over. 4 mannen sprinten voor de overwinning. Ferdi Van den Haute zet aan op 300 meter van de streep. Van der Poel volgt in zijn wiel, maar het is Sean Kelly die iedereen klopt en zijn 2e kassei verovert.
Van der Poel wordt 3e en is op dat moment niet eens ontevreden. “Ik heb wellicht niet de slimste sprint uit mijn carrière gereden”, geeft hij toe. “Ik was al heel blij dat ik vooraan zat, bijna zeker van een podiumplaats. Daardoor was ik niet 100% gefocust op het winnen van de koers.” Het was een gemiste kans, maar dat besef zou pas later komen. Op dat moment overheerste de tevredenheid van een sterk voorjaar.



De onvermijdelijke Sean Kelly
De naam Sean Kelly duikt voortdurend op in het verhaal van Adrie van der Poel. 4 keer deelden ze het podium van een Monument, en 3 van die keren stond de Ier op het hoogste schavot. Alleen in de Ronde van Vlaanderen van 1986 wist de Nederlander hem te verslaan. De bewondering voor zijn grote rivaal is echter onmiskenbaar en oprecht. “Hij is misschien wel de beste renner van de jaren ’80 en ’90.”
“Ik heb een enorm respect voor hem. Natuurlijk koerste ik om te winnen. Maar als ik 2e of 3e werd achter Kelly, was ik toch nog tevreden. Voor mij is hij echt 1 van de grootste renners uit de geschiedenis”, vertelt Van der Poel. De veelzijdigheid en de onverzettelijkheid van de Ier maakten diepe indruk. “Hij was er altijd, van de Ster van Bessèges tot in Lombardije. Of het nu sneeuwde of warm was, hij klaagde nooit en hij koerste altijd.”
Die rivaliteit op de fiets groeide na hun carrières uit tot een hechte band. “Sean was werkelijk buitengewoon. Na onze loopbaan hebben we veel gesprekken gevoerd en zijn we goede vrienden geworden.” Het respect was en is wederzijds, een kenmerk van een strijd tussen 2 groten uit de wielersport. Een strijd die de klassiekers in die periode kleur gaven.



Spijt en een eeuwige liefde
30 jaar na zijn laatste deelname blijft het knagen. “Ik heb echt gedacht dat ik deze wedstrijd ooit zou winnen”, bevestigt Van der Poel. “En toch is het 1 van de weinige klassiekers die ik nooit heb gewonnen. Als je Vlaanderen, de Amstel, San Sebastián en Luik wint, heb je een geweldig palmares. Maar voor mij had Roubaix er echt bij gemoeten. Het was mijn favoriete koers.” Het contrast met Luik-Bastenaken-Luik is treffend. “Ik had nooit gedacht dat ik Luik zou winnen, maar Roubaix wel. Zo zie je maar.”
De spijt groeide met de jaren. Direct na de koers van 1986 overheerste de voldoening van een sterk voorjaar, met winst in Vlaanderen en een 2e plek in Luik. “Maar een paar jaar later, en zeker aan het einde van je carrière, denk je: ‘Verdorie, daar heb ik een kans laten liggen om een geweldige wedstrijd te winnen, mijn favoriete nog wel. Dat is echt zonde.’” Ook zijn 18e plek in 1988 voelde als een gemiste kans. “Dat was 1 van de beste keren dat ik ooit in Roubaix reed. Achter de koplopers trokken alleen Sean Kelly en ik door. We reden volle bak, maar kraakten in de laatste 10 km.”
Ondanks het uitblijven van de overwinning is de liefde voor de Hel nooit verdwenen. Vanaf zijn 1e kennismaking was de Nederlander verkocht. De unieke uitdaging van de kasseistroken, die je maar 1 keer per jaar tegenkomt, maakte de wedstrijd speciaal. “De Arenbergstrook, die passeer je maar 1 keer per jaar. En dat was voor mij echt bijzonder.” De Hel van het Noorden wachtte op een nieuwe generatie om eindelijk een Van der Poel te kronen. Maar voor Adrie blijft het voor altijd “de mooiste wedstrijd”.

