
De Hel van het Noorden winnen is een levensdroom voor elke flandrien, maar de legende van Parijs-Roubaix wordt door meer renners geschreven dan enkel de winnaars. Steve Bauer is 1 van hen. De Canadees verloor de editie van 1990 met de kleinst mogelijke marge van Eddy Planckaert na een millimetersprint op de velodroom. Het beeld van 2 renners die met gesloten ogen hun fiets over de lijn gooien, staat in het collectieve geheugen gegrift. 3 decennia later jaagt Bauer, nu als sportief manager, nog steeds op dat succes in Roubaix.


De spannendste Roubaix ooit
Na een slopende wedstrijd van 265,5 km bereikten Steve Bauer en Eddy Planckaert samen de wielerbaan van Roubaix. “Planckaert had lange tijd voorop gereden en ik had het geluk dat Laurent Fignon die dag de koers hard maakte”, herinnert de Canadees zich. “Ik speelde het veel geduldiger dan andere jaren. Ik was aan het volgen, aan het kijken….” Zijn moment kwam op de kasseistrook van Cysoing. “Daar viel ik aan om de sprong naar voren te maken, wat op dat moment goed getimed was.”
Samen met een selecte groep denderde hij over de laatste cruciale sector, Carrefour de l’Arbre. “Ik geloof dat ik op dat punt de sterkste was, maar ik kon niet iedereen lossen”, beseft Bauer. Een sprint op de velodroom moest de beslissing brengen. De spanning was te snijden. Na de finish gooide niemand de armen in de lucht. Er volgden 10 minuten die aanvoelden als een eeuwigheid. “Het was een vreemd moment, want je weet gewoon niet wat je moet geloven, wat er gaat gebeuren.”
Uiteindelijk riep de jury Planckaert uit tot winnaar. “Ik was goed, fit en er klaar voor, maar het hangt ook af van hoe de wedstrijd evolueert. Ik denk dat ik de juiste beslissingen heb genomen tot aan de laatste meter”, reflecteert Bauer. “De enige manier waarop ik de race verloor, was dat ik de ‘bike throw’ niet goed timede. En Planckaert ook niet. Maar weet je, die ene centimeter die hij voor was, maakt het verschil in de wereld.”



Sprint als geen ander
Bauer had altijd het gevoel dat de Helleklassieker hem zou liggen. Met zijn achtergrond als criterium- en baanrenner voelde hij zich thuis op de velodroom. “Het is gewoon een fantastische manier om de wedstrijd te eindigen”, zegt hij met onveranderd enthousiasme. “Het is zo iconisch om te finishen op een velodroom, zeker een wedstrijd als Roubaix.” Die ervaring speelde hij uit in de finale sprint. “Ik ging meteen hoog in de bocht om te kunnen versnellen of elke aanval te kunnen pareren.”
Zijn tactiek leek te werken. “Ik zag de aanval van Edwig Van Hooydonck, het was belangrijk om me niet te laten verrassen. Ik kwam eronderdoor, wat me een voordeel gaf ten opzichte van Planckaert op het rechte stuk.” De 2 kemphanen stormden zij aan zij op de finish af. “We waren aan elkaar gewaagd en hij wist me net met een centimeter te kloppen.”
De inspanning was zo intens dat het vermogen om te oordelen vertroebelde. “Je duwt zo hard dat je alleen maar zwart ziet”, legt hij uit. “Ik verwachtte bijna dat de finishlijn iets verder op het rechte stuk zou liggen. Het is een baan van 400 meter en met mijn ervaring wist ik dat de lijn niet centraal lag, net voor de bocht. Maar daar timede ik het verkeerd. Toch heb ik nog een fantastische sprint gereden.”



Winnen of verliezen, de herinnering blijft
Elke keer als Bauer aan de start van Parijs-Roubaix stond, was dat met maar 1 doel. “Ik geloofde dat ik Roubaix kon winnen, en dat was het doel elke keer ik de wedstrijd reed”, zegt hij over zijn 11 deelnames. “Ik heb geleerd dat het 1 van de meest verbazingwekkende wielerwedstrijden ter wereld is. Als de renner geïnspireerd is, levert het echt een fantastisch stukje van je carrière op. Want het creëert verhalen.… En 1 van de grootste verhalen is mijn 2e plaats op een centimeter.”
De geschiedenis van Roubaix wordt niet alleen geschreven door de winnaars. “Natuurlijk had ik graag mijn eigen douchehokje en de kassei in mijn woonkamer gehad”, geeft Bauer toe. “Winnen is sport, het is het hoogste doel, en dat is wat iedereen ambieert. Maar ik kan uit Roubaix meenemen dat ik geweldige wedstrijden heb gereden. Er is niet alleen die 2e plaats, ik ben ook een keer en 4e en 8e geworden.” Die prestaties geven hem nog steeds voldoening. “Ik deed mee in de finale. Ik was geen helper. Ik reed echt om de wedstrijd te winnen, en dat is iets moois dat je kunt onthouden.”
3 decennia later observeert hij de dominantie van kampioenen als Van der Poel en Pogačar als sportdirecteur voor NSN. Zijn Roubaix-dromen zullen dit jaar worden gedragen door renners van het kaliber Hugo Hofstetter en Lewis Askey – na eerdere functies bij CCC (met wie hij Greg Van Avermaet begeleidde naar een 12e plaats in Parijs-Roubaix 2019) en Astana. “Het is belangrijk om de evolutie te zien naarmate de wedstrijd vordert”, besluit Bauer. “Het is een wedstrijd waarin je de hele tijd aandachtig moet zijn, er is nooit een saai moment. Tot het Bos van Wallers, en tot in de finale. Je mag nooit je waakzaamheid laten verslappen. Je moet de hele dag scherp zijn.”

