
Amper 15 lentes jong, maar Lars Villers heeft het fietsen van geen vreemden. De renner uit Denderleeuw maakte dit seizoen 2026 de overstap naar het gerenommeerde Crabbé-Dstny en liet zich meteen opmerken. Met een kersverse provinciale tijdrittitel op zak timmert deze nieuweling aan de weg naar boven. “Mijn vader heeft ook altijd gekoerst, hij helpt mij wel om mijn droom te proberen bereiken.”


Beter dan verwacht
Bij zijn overstap naar Crabbé-Dstny sprak Villers de ambitie uit om als 1e jaars nieuweling de strijd aan te gaan met de oudere 2e jaars. Een doel dat hij met verve lijkt te halen. “Dat gaat beter dan ik verwacht had”, vertelt de renner. “Mijn uitslagen zijn goed en ik kan toch goed meedoen met de beste 2e jaars. Ik ben dus zeker wel tevreden.” Die progressie komt er niet zomaar. De aanwezigheid van ervaren ploegmaats speelt een cruciale rol. “Op stage hebben de 2 van de beste 2e jaars mij sterker gemaakt door samen testen te doen”, vertelt hij trots.
Die interne competitie is gezond en stimulerend. “Elkaar plagen zou ik het niet durven noemen”, lacht Villers. “Het is gewoon tegen elkaar proberen koersen. Kleine zaken. Wie het eerst boven is. Dat soort dingen.” De sterke collectieve prestaties, zoals een recente koers in Lierde waar de ploeg als 2e, 3e en 4e eindigde, smaken naar meer. De sfeer is goed, maar de focus blijft. “We wachten toch op een overwinning, dus de sfeer kan altijd wel beter. In principe zijn we meestal tevreden. De ploeg is ook heel erg bezig met de organisatie.”
De vormcurve van Villers zelf gaat duidelijk in stijgende lijn. Enkele dagen geleden werd hij nog 5e in de sprint ondanks dat hij eerder in een lange vlucht zat. Hij voelt dat het potentieel er is om nog een stap te zetten. “Het betert koers per koers. Ik hoop dat het nog een tikkeltje beter kan, dat ik misschien nog een paar overwinningen kan pakken”, aldus de veelwinnaar bij de aspiranten. Zijn uitstekende conditie nam hij mee naar het provinciaal kampioenschap Tijdrijden, waar hij als 1 van de favorieten aan de start stond.


Logische titel
Het parcours van het PK was op het lijf van een complete renner geschreven. “Het was wel redelijk uitdagend, met 2 stevige klimmetjes. Het was een relatief korte tijdrit, dus het was direct van in het begin alles geven”, analyseert Villers. De tegenstand was niet te onderschatten. “Bij de 1e jaars heeft onze provincie misschien wel de sterkste lichting. In Wallonië heb je wel nog Eliot (Siegers) en Jules (Mathieux) die echt goed zijn.”
Ondanks de druk koos Villers voor een duidelijke strategie: niet te veel nadenken en voluit gaan. “Lastig is het sowieso, maar voor mij maakt het niet echt veel verschil dat het bergop is of niet. Ik heb gewoon gereden en niet nagedacht, zoals ik altijd doe. Dat is de beste optie voor mij.” Die aanpak loonde. Hij kroonde zich tot provinciaal kampioen, een overwinning die hij deels had zien aankomen. “Aan de ene kant had ik het al een klein beetje verwacht als ik de vorige tijdrit zag. Op de 2e van gisteren (Lex Lambrecht van Avia-Rudyco, red) had ik al 25 seconden voorsprong.”
Toch was het wachten op de officiële bevestiging. “1 van de andere favorieten, Mats Becqué, kon ik vooraf moeilijk inschatten. De titel is dan ook een opluchting en een belangrijke bevestiging van mijn kunnen als 1e jaars tussen de gevestigde waarden. Het bewijst dat mijn veelzijdigheid een belangrijk wapen is.”


Lange weg
Villers beseft dat hij zich op zijn leeftijd nog volop moet ontwikkelen. Specialisatie is voor later. “Dat is sowieso belangrijk. Je moet als coureur op deze leeftijd eigenlijk zo goed als alles kunnen, want als je later iets wilt bereiken, moet je overal toch ene beetje je streng kunnen trekken.” Die brede ontwikkeling staat centraal in het traject dat hij volgt bij het Crabbé-project, waar hij begeleid wordt door een persoonlijke trainer. “Ze maken mijn trainingen op en dat is eigenlijk wel veel variatie. Elke week is gericht op de koers die eraan komt. Dat verloopt allemaal perfect.”
“Ze proberen ons nu nog rustig te houden, zodat we elk jaar kunnen verbeteren”, laat Villers horen. Het doel is om renners klaar te stomen voor een eventuele overstap naar het devo-team van Alpecin-Premier Tech, waar Crabbé-Dstny mee samenwerkt, en later de profploeg. Overhaasting is daarbij uit den boze. “Voeding is nu nog niet zo belangrijk. Ze willen zo veel mogelijk marge hebben richting later, zodat we nog veel kunnen verbeteren.”
Die toekomstvisie bevat alvast enkele grote dromen. Een overwinning in een mini-versie van Parijs-Roubaix voor zijn leeftijdscategorie heeft een blijvende indruk nagelaten. “Ja, de laatste 30 km was dat toen, met al die lastige stroken.” De Helleklassieker staat dan ook hoog op zijn verlanglijstje. “Dat zou sowieso heel mooi zijn.” Op de vraag of hij een ronderenner of klassiek coureur is, lijkt het antwoord al duidelijk. “Ik denk toch dat ik richting het klassieke type ga. Met mijn bouw, ik ben iets steviger gebouwd, is dat denk ik wel logisch.”
