
Een opvallend beeld afgelopen zondag in de Amstel Gold Race. Hoewel Romain Grégoire zichtbaar op de limiet zat op de hellingen, werkte hij daarna op het vlakke gretig mee met Remco Evenepoel. Geen moment van aarzeling, geen spel, geen poging om zich te verstoppen. Gewoon draaien. Het lijkt een detail, maar het zegt veel over hoe de koers veranderd is.


In de tijd van Sagan
Remember het akkefietje tussen Peter Sagan en Niki Terpstra in Gent-Wevelgem 2017. Sagan kreeg het op zijn heupen, weigerde het gat toe te rijden, waarna Greg Van Avermaet en Jens Keukeleire steeds kleiner werden. De Nederlander en de Slovaak reden elkaar liever in het verlies dan toe te geven. Het was de tijd toen slepers nog een plek hadden in het peloton. Tot ergernis van Sagan. Iedereen wist dat hij de snelste was, waardoor tegenstanders koppig in zijn wiel hingen. Slim, berekend, soms irritant — maar het hoorde bij de koers.
De 3-voudige wereldkampioen vond het misschien niet leuk, maar de tactiek werd algemeen aanvaard. Pokeren, bluffen, rekenen en wachten op het juiste moment. Vandaag lijken de slepers verdwenen. Kijk naar Romain Grégoire in de Amstel Gold Race 2026: meedraaien, zelfs wanneer hij op elke helling op de limiet zat. Of Mathieu van der Poel die Tadej Pogačar in de Ronde van Vlaanderen als het ware richting Oude Kwaremont droeg, klaar om afgemaakt te worden.
Van der Poel senior vond het dan wel gepast voor een kampioen, in zijn tijd had hij wellicht wel gepokerd. Het toont dat de sociale norm in het peloton is verschoven. Niet meedraaien wordt sneller gezien als profiteren. Renners willen niet weggezet worden als passief of laf — zeker niet in een tijdperk waarin elke beweging wordt geanalyseerd en gedeeld. Media en commentatoren spelen daarin een rol. Ook fans verwachten spektakel, aanvallen, heroïek. De waardering voor sluwheid en geduld lijkt afgenomen.
Dat ligt onmiskenbaar aan de invloed van figuren als Pogačar en Van der Poel. Hun manier van koersen – zonder schroom aanvallen – heeft de norm verlegd. Slepen voelt bijna als verraad aan hun stijl. De romantiek van de slimme afwachter verdween naar de achtergrond. De moderne koers beloont lef, kracht en explosiviteit. Niet wachten, maar gaan.


Wetenschap en superteams
Slepen is gewoon veel moeilijker geworden – zoek het dus niet alleen in de cultuur. Het basisniveau in het peloton ligt hoger dan ooit. Renners rijden langer aan hoge intensiteit, ondersteund door wetenschappelijk uitgekiende voeding, ketonen en perfect afgestemde pacingstrategieën. Dan zijn er de uitzonderingen die daar nog een laag bovenop kunnen leggen. Renners als Pogačar, Van der Poel en Evenepoel rijden niet alleen hard. Ze versnellen op een manier die de rest dwingt tot het uiterste, waardoor zelfs in het wiel blijven geen herstelmomenten meer biedt.
De koers laat het slepen niet meer toe. Superteams als UAE Team Emirates, Visma | Lease a Bike en Alpecin-Deceuninck controleren wedstrijden met een precisie die we 10 jaar geleden nauwelijks voor mogelijk hielden – toch niet in de klassiekers. Het tempo ligt zo hoog dat wie niet meedraait, simpelweg wordt doodgeknepen en gelost.
Daarbovenop komt de aerodynamische revolutie. Strakkere kleding, geoptimaliseerde zithoudingen en steeds efficiëntere helmen verkleinden het verschil tussen kopwerk en in het wiel zitten. De slipstream loont uiteraard nog steeds, maar minder uitgesproken dan vroeger.
Slepen is niet langer een tactiek, maar een risico. Tegen Sagan kon je nog gokken op een sprintscenario. Blijf je anno 2026 zitten, dan betaal je dat op de volgende helling. Pogačar of Van der Poel zetten gewoon een tandje bij om je er genadeloos af te rijden. Dan liever zo lang mogelijk meedraaien en hopen dat je voldoende voorsprong pakt om de resterende podiumplek op te eisen.


Langgerekte finales
Het is geen geheim dat de finale steeds vroeger begint. Waar de echte koers voorheen pas losbarstte op 20 km van de meet, wordt nu al op 80 km gekoerst alsof het de laatste ronde is. Tegen de tijd dat de beslissende fase vroeger aanbrak, zijn de kaarten nu al geschud en de slepers weggeblazen.
De nieuwe generatie redeneert bovendien anders. Jonge renners zijn grootgebracht met wattages, trainingsdata en Strava-segmenten. Ze denken minder in scenario’s en meer in prestaties. Koersen is voor hen geen schaakspel, maar een vermogenstest. Dat vertaalt zich in een meer directe, offensieve stijl.
Zo ontstaat een paradox. Iedereen rijdt harder dan ooit, maar juist daardoor is er minder tactische ruimte. De koers wordt in zekere zin eerlijker, maar ook voorspelbaarder. Want als niemand nog wacht, dan blijven uiteindelijk alleen de sterksten over. De vraag stellen is ze beantwoorden: verdween slepen omdat renners het niet meer durven, of omdat het simpelweg niet meer kan?
