
Velodome belicht regelmatig trouwe medewerkers, waaronder Niels Ost. De mechanieker leerde de fiets vanbinnen en vanbuiten kennen door zijn triatloncarrière. Een blik op de topsportschool, de band met Victor Campenaerts en de evolutie binnen Velodome van deze ‘rots om op te bouwen’.

Megavalanche
Onder de noemer ‘People of Velodome’ zet de gelijknamige winkelketen regelmatig 1 van zijn werknemers in de spotlight. Die eer viel onder andere mechanieker Niels Ost al te beurt. Velodome noemt hem een sterkhouder van hun atelier in Brasschaat, maar Ost heeft ook een sportief verleden. “Ik had, net als iedereen van mijn leeftijd toen, al basketbal en voetbal gespeeld, maar ik zocht eigenlijk een individuele sport om mij uit te leven”, vertelt hij.
“Ik wilde eens deelnemen aan een kleine triatlon, maar mocht van mijn vader enkel meedoen als ik goed genoeg kon zwemmen. Zo ben ik bij een triatlonclub terecht gekomen. Van het een kwam het ander”, aldus Ost. De Brasschatenaar belandde uiteindelijk op de Topsportschool in Leuven. “20 uur les en minimum 20 uur trainen per week. En uiteraard verplicht op internaat. Dan is het makkelijker om allemaal samen te trainen.”
Ost is nog steeds regelmatig terug te vinden op zijn fiets, maar grote sportieve plannen zitten er niet in. Of toch? “Ik zou graag Megavalanche of Mountain of Hell rijden”, zegt hij. Dat zijn massa-evenementen waarbij honderden fietsers tegelijk een berg afdalen op de mountainbike. In het geval van de Megavalanche dalen deelnemers in een dikke 20 km maar liefst 2.600 hoogtemeters op de flanken van Alpe d’Huez. “Het is echter heel moeilijk om in de zomer enkele dagen op een rij vrijaf te nemen omdat het zo druk is in de werkplaatsen.”

Victor Campenaerts
Ook Osts liefde voor het sleutelen aan de fiets komt voort uit zijn triatlonverleden. “Je hebt, afhankelijk van de periode, een mountainbike of koersfiets waarmee je moet rijden. Op internaat ben je voor bijvoorbeeld herstellingen op jezelf aangewezen”, luidt het. “Ik ben van Brasschaat, maar het internaat was in Leuven, dus moest ik op dat vlak mijn plan trekken.”
“In een later stadium waren er ook wedstrijden verder van huis. We gingen altijd een paar dagen op voorhand naar daar, om nog bij te trainen en het parcours al te verkennen. Als er dan iets mis is of je merkt dat je nog een andere cassette wilt steken omdat de hellingen toch zwaarder zijn dan gedacht, dan moet je dat zelf oplossen”, vertelt Ost. “Gelukkig ben ik altijd technisch sterk geweest. Dat heb ik wat meegekregen van thuis.”
Ost schoot tijdens zijn schoolcarrière goed op met 1 van de Belgische vaandeldragers in het peloton, Victor Campenaerts. “Hij is er volgens mij in het 4e middelbaar bijgekomen. Nadat we afgestudeerd waren aan de Topsportschool is hij zich meer gaan concentreren op het fietsen apart en niet meer op de triatlonsport. De jaren nadien zagen we elkaar nog regelmatig, ook omdat we van dezelfde regio zijn. Veel triatleten op school waren West-Vlamingen, waar je dan van nature minder mee sprak.”

Sterkhouder
Begin maart zagen we Ost opduiken op de sociale media van Velodome. ‘Een rots om op te bouwen en een sterkhouder van het atelier in Brasschaat’, klonk het. Die winkel opende in 2018, in de thuisbasis van Ost. “Ik begon ook ergens die periode bij Velodome, maar werkte eerst in de winkel in Berchem. Een jaar of 4 geleden maakte ik de overstap naar Beveren en nu sta ik al anderhalf jaar in Brasschaat.”
Bovendien beschikt Ost volgens Velodome over een work hard, play hard-mentaliteit. “Na dat topsportgebeuren was ik plots een vrije vogel, hé. In 1 seconde kon en mocht er veel meer. Plezier maken kan veel meer dan vroeger. Nu, het sportieve is er zeker nog, maar het competitieve is er wat af. Ik hanteer geen strak schema meer. Als het regent, wordt er niet gefietst”, lacht hij.
Ondanks zijn ervaring als fietsmechanieker en het feit dat hij zelf al proefde van de topsport, is er bij Ost geen ambitie om voor een wielerploeg of atleet te gaan werken. “Ik heb dat altijd afgehouden omdat dat heel vaak weekendwerk is”, aldus Ost. Al komen er regelmatig wel jeugdploegen aankloppen met specifieke vragen. “Moeilijke herstellingen of bepaalde wielen die gespaakt moeten worden, bijvoorbeeld. Dat doe ik wel, maar niet ter plaatse op de wedstrijden.”
