
Een weekend met 2 gezichten voor Shana Van Glabeke van Kasseien Fiets Huis. In het Vermarc Cycling Project sprintte ze op zaterdag naar een 2e plaats, haar 1e podium sinds haar terugkeer in het peloton. Een dag later moest ze tevreden zijn met de 2e plek in de pelotonsprint, nadat de beslissende ontsnapping was gaan vliegen. “Een gesprek over centimeters, puzzelen met het werk en het hervonden zelfvertrouwen. “Dit geeft me veel vertrouwen voor de komende wedstrijden”, klinkt het.

Centimeters
Op zaterdag leek Van Glabeke op weg naar de overwinning en de leiderstrui. Ze mengde zich met succes in de tussensprints en positioneerde zich voor de eindsprint. “De bedoeling was om mee te doen voor de tussensprinten en vol voor de eindspurt te gaan”, vertelt ze. “Dat ging vrij vlot, al was er met Lea Waldhoff van KDM-Pack een sterke concurrente die telkens een volledige lead-out kreeg van haar team. Het was moeilijk om de trui te veroveren.”
In de finale sprint leek het dubbeltje haar kant op te vallen, tot in de laatste meters. “Ik werd een klein beetje gehinderd en moest even remmen. Daardoor had Julie Hendrickx van Carbonbike Giordana aan de rechterkant al een paar meter voorsprong.” Van Glabeke zette alles op alles om het gat nog te dichten. “Ik kwam echt maar 10, misschien 15 centimeter tekort. Toen heb ik wel even gevloekt in mezelf.”
De ontgoocheling maakte snel plaats voor een positief gevoel. Na een 2e plaats in de rit en ereplaatsen in de tussensprints, mocht ze de volgende dag toch in de groene puntentrui starten. “Ploegleider Jake zei me dat ik overal 2e stond. Dat was even verwarrend, maar het was een mooie beloning.”


Realiteit van de koers
Met goede benen, geslepen na een zware trainingsweek in Tsjechië, hoopte Van Glabeke op een nieuwe massasprint op zondag. De dag draaide echter anders uit. De strijd om de tussensprinttrui was bikkelhard. “Op een gegeven moment was er nog maar 1 punt verschil met Lea. In de voorlaatste ronde was het alles of niets, maar die Duitse had opnieuw een perfecte lead-out met 4 of 5 rensters voor haar. Toen dacht ik: oké, daar gaat de zwarte trui.”
Kort na die laatste tussensprint barstte de koers open. “De sprint was aan de finish, en 500 meter verder begon de klim al. Daar trok Carbonbike met een vrouw of 6 door en reden ze weg met een groep van 9. Ik heb net niet kunnen aanpikken.” De kopgroep werd nooit meer teruggepakt. Van Glabeke won de sprint van het peloton net niet en werd zo 12e. “Ik was wel teleurgesteld, eerlijk gezegd, want de benen voelden echt goed aan.”
Ondanks de gemiste kans overheerst de tevredenheid. “Ik had niet verwacht dat ik dit nu al zou kunnen. Ik heb nog niet zoveel grote wedstrijden gereden dit seizoen, dus ik ben heel blij dat ik gisteren 2e sprintte en vandaag de sprint van het peloton win. Op zich mag ik heel blij zijn dat ik nu al zo ver sta.”


Lien Schampaert en Dina Scavone
Het podium van zaterdag was haar 1e sinds haar comeback als renster. Een mijlpaal die duidelijk deugd doet. “Ik ben er een tijdje uit geweest, dus dit doet enorm veel deugd, ja. Het is goed voor mijn zelfvertrouwen.” De voorbije weken waren niet altijd makkelijk. “Ik ben een paar weken een beetje ziek geweest, maar nu gaat het steeds beter.”
De prestatie in het Vermarc Cycling Project geeft goesting in meer. “Ik hoop dat ik nu vertrokken ben om me vaker te mengen in de sprint. De positionering is soms nog een struikelblok, maar ik heb dit weekend bewezen dat ik het nog kan. Ik hoop dat ik deze lijn kan doortrekken.” Het Belgisch kampioenschap staat omcirkeld, al blijft ze realistisch. “Er zijn nog goede sprinters, zoals Lien Schampaert en Dina Scavone. Die zijn heel moeilijk te kloppen.”
Naast de sportieve uitdagingen is er ook de dagelijkse realiteit. Van Glabeke combineert haar wielercarrière met een job in de zorg. “Ik werk bij het Wit-Gele Kruis in de thuisverpleging. Ik werk ook in het weekend, dus het is soms echt puzzelen om aan de start te kunnen staan. Voor deze ronde heb ik gelukkig met een collega kunnen wisselen, waarvoor ik heel dankbaar ben. Anders had ik niet kunnen koersen.”