Sam Van de Mieroop is net terug uit Estland en maakt zich op voor de Ronde van Venezuela. Van de ’terror’ kasseien van Tartu tot een niet zo onwaarschijnlijke hittegolf in Zuid-Amerika, zeg maar. De 34-jarige renner uit Schoten combineert zijn job bij Decathlon met een wielercarrière die hem naar de meest exotische uithoeken van de wereld brengt. Geen jacht op wattages, maar een zoektocht naar avontuur, plezier en relativering. “Voor mij moet fietsen vooral leuk blijven.”


Van Tartu naar Táchira
Net terug uit de Baltische staten, blikt Van de Mieroop met een gemengd gevoel terug op zijn passage in de Ronde van Estland. “Niet per se het soort koers dat ik op papier graag zou rijden, maar ideaal om wat kilometers te malen en wedstrijdritme op te doen”, vertelt hij. Het land zelf was een aangename verrassing. “Alles is er heel netjes en zowel de gebouwen als de natuur zijn prachtig, net als de mensen. Ik had eerder een ietwat vuil en arm Oostblokland verwacht, om het brutaal te omschrijven.”
Sportief was het een ander verhaal, met dank aan het weer. “Als er 1 ding is waar ik op de fiets geen zin in heb, dan is het fietsen in de regen. Geef mij maar een hittegolf.” Die regen, in combinatie met een berucht lokaal circuit, deed hem de das om. “Daardoor staakte ik op de slotdag vrij snel de strijd op wat de meeste renners die er al geweest zijn het ’terrorrondje van Tartu’ noemen. Kasseien bergop, de slechtste kasseien die ik tot nu toe ooit heb gezien én gevoeld, en dat dan nog eens in de regen. Ik was blij toen ik eindelijk onder de douche stond.”
Nu verlegt hij de focus. Eerst het Belgisch kampioenschap in eigen streek, daarna een nieuw avontuur in Zuid-Amerika. “Na het BK trek ik half juli naar Venezuela. Daar was ik eerder al voor de Vuelta al Táchira, maar deze keer staat de Vuelta a Venezuela op het programma. Die ronde zou wat minder klimwerk bevatten, wat in mijn voordeel speelt. De ambitie is in de 1e plaats om die 8 dagen goed en heelhuids door te komen. En wie weet voel ik me op een dag echt renner en kan ik vanuit een vlucht meedoen voor een mooie uitslag.”

Wereld als wielerarena
Venezuela is slechts 1 van de vele stempels in het paspoort van Sam Van de Mieroop. Hij houdt geen lijstjes bij, maar schat dat hij in bijna 30 landen gekoerst heeft. Vooral de wedstrijden buiten Europa spreken tot de verbeelding. “Frans-Guyana, 8 keer, en Burkina Faso, 6 keer, zijn en blijven speciale plekken voor mij. Telkens wanneer ik de kans krijg om terug te gaan, twijfel ik geen seconde.” Het gevoel van thuiskomen in Frans-Guyana en de 1e kennismaking met Afrika in 2018 zijn herinneringen die hij koestert.
Ook de band met de “maatjes”, een vaste kliek van renners en begeleiders in het Afrikaanse circuit, is hem dierbaar. “Ik hoop hen nog zo lang mogelijk, zowel in het leven als op de koers, tegen te komen.” Gevraagd naar andere bijzondere bestemmingen, komen Madagaskar en Zuid-Korea naar boven. “Madagaskar is een ongelooflijk mooi land. Jammer genoeg kampt het met veel armoede, maar het land op zich is prachtig en uniek.”
Zuid-Korea overtrof dan weer alle verwachtingen. “Ik trok erheen met een vrij laag verwachtingspatroon, maar het heeft me enorm verrast. Het is een prachtige mix van indrukwekkende steden, mooie stranden en schitterende natuur.” Een unieke combinatie, met een opvallend detail voor de zonneklopper. “Zuid-Koreanen worden, net als veel andere Aziaten, liever niet bruin, in tegenstelling tot ons westerlingen.”

Met beide voeten op de grond
Het sociale aspect van zijn reizen is minstens even belangrijk, omdat het alles in perspectief plaatst. “Het houdt me met beide voeten op de grond. Zeker in Afrika kom je situaties tegen die moeilijk te vergelijken zijn met wat wij hier gewend zijn. Ik heb renners ontmoet die niet eens een koersfiets hebben en uren trainen op een oude stadsfiets om tijdens wedstrijden een fiets van de federatie te krijgen waar ze dan een week mee mogen koersen.”
Diepe bewondering heeft hij. “Hoe graag moet je dan met de fiets rijden? Ik zie mezelf niet elke dag op een omafiets met 1 versnelling dezelfde drukke weg op en af rijden.” De uitdagingen gaan verder dan enkel het materiaal. “En dan heb ik het nog niet over eten en drinken. Door de jaren heen heb ik heel wat mensen ontmoet voor wie het geen evidentie is om elke dag voldoende eten op tafel te krijgen. Toch blijven ze trainen, blijven ze koersen en blijven ze dromen. Uit pure liefde voor de fiets en de koers, maar misschien ook vanuit de hoop dat wielrennen ooit de deur opent naar een beter leven.”
Die verhalen zetten zijn eigen wereld in perspectief. “Als je dat allemaal ziet, besef je ook hoe goed wij het hier eigenlijk hebben. Hier krijg je meestal wel kansen. Kansen om naar school te gaan, een opleiding te volgen en iets van je leven te maken.” Het is de paradox van het geluk die hem het meest treft. “Wat mij daarbij altijd opvalt, is dat veel van die mensen ondanks alles oprecht gelukkig lijken. Niet omdat hun leven gemakkelijk is, maar omdat ze niet beter weten en tevreden zijn met wat ze hebben. Dat zet je aan het denken en helpt mij om mijn eigen situatie te relativeren. Het doet je beseffen hoeveel geluk wij hebben gehad door simpelweg hier geboren te worden.”