Winst in Kester, Bierbeek, Wezemaal en Alt-Hoeselt. 2e jaars junior Yentl Ruijgh van TigeRR Cycling verkeert in de vorm van zijn leven. De zoon van ex-prof Rob Ruijgh won zijn laatste 4 wedstrijden en rijdt aankomend weekend een koppel internationale koersen. “We maken telkens goeie afspraken binnen de ploeg, maar naar volgend seizoen toe moet ik nog bekijken waar ik het beste kan doorgroeien.”


Indrukwekkende reeks
Zijn recente zegereeks begon in Kester. “Daar was ik in de laatste ronde alleen weggereden”, vertelt Ruijgh. Een solo leek in de maak, tot het scenario op 2 km van de streep een andere wending kreeg. “In de laatste afdaling kwamen er 2 renners uit het peloton aansluiten. Ik heb op hen gewacht en het vervolgens in de sprint afgemaakt.”
Een week later in Bierbeek toonde Ruijgh een ander wapen. Hij maakte deel uit van een vroege vlucht met meerdere ploegmaats. “We hebben samen goed teamspel gespeeld in de koers”, klinkt het. De beslissing viel op het zwaarste punt van het parcours. “Op de laatste klim ben ik solo weggereden. Niemand kon volgen en zo ben ik alleen naar de aankomst gereden.”
Het meest memorabele verhaal uit de reeks is ongetwijfeld de overwinning in Wezemaal. Ruijgh demarreerde op een klim, maar het liep mis. “In de afdaling ging ik tegen de grond. Ik heb denk ik een minuut stilgestaan om mijn ketting er weer op te leggen.” Met hulp van een ploegmaat keerde hij terug in het peloton, om een ronde later in zijn eentje de sprong naar de kopgroep te maken. “Uiteindelijk kwamen we met 3 ploegmaats voorop. We hebben toen beslist dat degene die als 1e bovenkwam op de klim, mocht winnen. Dat was ik.”

Teamwork als sleutel tot succes
Ook de 4e zege, afgelopen weekend in Alt-Hoeselt, was het resultaat van een collectieve prestatie. “Na 30 km ben ik samen met mijn ploegmaat Nick Koenis en 3 andere renners weggereden”, legt hij uit. In de finale toonde hij zich opnieuw de snelste. “Ik heb het in de sprint kunnen afmaken.”
Al dat ploegenspel is een bewuste strategie bij TigeRR Cycling. “We proberen altijd als team te koersen. Als er iemand van ons voorop is, gaan we uiteraard niet meerijden in de achtervolging.” Richting de finale worden de kaarten op tafel gelegd. “We bespreken wie het sterkste is en voor wie we gaan rijden. Voor de grotere wedstrijden wordt er vooraf een goed plan gemaakt dat we proberen uit te voeren.”
Komend weekend wacht een dubbele internationale opdracht met Romsée-Stavelot-Romsée en Ledegem-Kemmel-Ledegem. Een test op een hoger niveau. “Dat is een ander kaliber, ja”, beseft Ruijgh. “Een 5e keer op rij winnen wordt moeilijk, denk ik.” Toch is het zelfvertrouwen groot. “Ik voel me op dit moment goed door de trainingen die we samen doen. Ik ga proberen zo goed mogelijk te rijden en dan zien we welk resultaat het brengt.”

U23
De 4 recente overwinningen tonen de veelzijdigheid van de jonge Ruijgh. Hij kan een sprint winnen na een zware koers, maar ook solo aankomen na een demarrage bergop. “Ik ben eigenlijk nog alles aan het ontdekken”, zegt hij zelf. “Ik kan het in een sprint afmaken, maar ik kan er ook alleen vandoor gaan op een klim. Vooral die lange beklimmingen liggen me wel goed.”
De appel valt wat dat betreft niet ver van de boom. Toch ziet hij vooral verschillen met zijn vader, die onder meer voor Rabobank, Vacansoleil en Tarteletto koerste. “Papa en ik zijn 2 compleet verschillende renners. Hij was bij de junioren steviger gebouwd, terwijl ik nog in mijn groei zit.” 1 duidelijke gelijkenis is er wel. “Ik denk dat het klimmen iets is dat ik van hem heb.”
De sterke prestaties komen er na een seizoensbegin dat gekenmerkt werd door tegenslag. “In alle grote wedstrijden heb ik tot nu toe veel pech gehad. De laatste weken valt alles wel in de plooi.” De blik is nu gericht op de toekomst, met als logische volgende stap de beloftencategorie. “Een overstap naar de U23-ploeg hier bij TigeRR, de ploeg van zijn vader, is natuurlijk een mooie mogelijkheid, maar ik wil koersen waar ik het team iets bijzonders kan bijbrengen. Ik moet zien waar ik mij het beste kan ontwikkelen. Als dat bij deze ploeg is, sta ik daar zeker voor open. Moeten we nog eens over onderhandelen.” (lacht)