Jérôme Baugnies is intussen 39, maar de drang om te koersen is er nog steeds sterk bij de voormalige profrenner van de Wanty-ploeg. Toch laten de leeftijd en een zware valpartij uit 2018 in Circuit de Wallonie, waarbij met een traumahelikopter werd afgevoerd, zich steeds vaker voelen op de ochtend na een koers. “De chemie bij Cibel was weg, maar ik kreeg een kans om dit jaar individueel te rijden.”


Nasleep van zware rugblessure
De ochtend na een koersdag voelt de 39-jarige Oost-Vlaming steevast de fysieke impact op zijn geteisterde lichaam. “De benen op zich doen wel pijn, maar ik denk dat vooral het verleden met mijn rug een beetje bepaalt hoe ik mij daags nadien voel”, vertelt hij. “Soms lukt het wat moeilijker, is het effectief wel een dag dat je voelt dat je lichaam toch redelijk wat heeft afgezien. Het hangt wat af van de periode, het weer en het type koers.”
De oorzaak van die rugklachten ligt bij een dramatische valpartij in de regenachtige Grand Prix Wallonie van eind 2017. “Als ik me goed herinner heb ik in 2017 aan het einde van het seizoen een zware val gehad in Circuit Wallonië, die koers op de Citadel. Ik ben toen terechtgekomen tegen een paaltje met mijn rug exact waar mijn zender zat. Ik heb toen 2 ruggenwervels gebroken maar kan me van de val zelf niets herinneren. Ik ben toen met een spoedhelikopter naar het ziekenhuis afgevoerd. Daar zijn die problemen met mijn rug begonnen.”
Het medische herstel verliep aanvankelijk voorspoedig, maar een latere ingreep zorgde voor een gigantische terugslag. “Op zich was het inderdaad snel hersteld, want een maand nadien was ik al terug op de been en zat ik ook relatief snel op de fiets. Ze hadden 2 of 3 ruggenwervels aan elkaar bevestigd met pinnen en vijzen. Ik heb daar in 2018 mee verder gekoerst en dat ging relatief goed. Na het seizoen heb ik die laten verwijderen en toen werd 2019 mijn minste jaar dat ik bij de profs gereden heb. Blijkbaar hadden de spieren rond mijn rug zich anders gezet, waardoor de verwijdering precies voelde als een nieuwe breuk. Wat dan weer maakte dat ik die winter niet voluit kon trainen.”

Mentale vermoeidheid
Ondanks de fysieke ongemakken en de concurrentie van een jongere generatie, blijft Baugnies vol overgave zijn rugnummer opspelden. “Waarschijnlijk doe ik het nog te graag, anders zou ik het niet meer doen”, lacht hij. “Maar inderdaad, je voelt wel dat onze koersen wel redelijk explosief zijn. De wedstrijden die ik nu gereden heb bij de elite hadden zo’n 1.500 hoogtemeters, dan voel ik dat ik nog altijd meedoe voor de prijzen. Ik was vroeger ook wel een renner die het moest hebben van lastige koersen en dat is absoluut niet veranderd.”
De vergelijking met amateurrenners van zijn leeftijd die geregeld nog koersen winnen, gaat volgens Baugnies niet op als je de bredere context bekijkt. “Je hebt gasten van mijn leeftijd die bij de elites nog veel koersen winnen. Maar goed, je moet ook de geschiedenis bekijken. Als je zoveel jaren prof bent geweest, dan heeft je lichaam ook veel meer afgezien dan mannen die alleen bij de elite zonder contract hebben gereden. Want dat is alles bij mekaar toch een hobby.”
Die jaren in het profpeloton verklaren volgens hem perfect waarom veel ex-profs competitie definitief links laten liggen na hun carrière. “Het is pas als je echt prof geweest bent dat je weet dat het niet alleen koersen is. De koersen zelf zijn het plezantste deel, maar al het gedoe dat erbij komt kijken, kost vooral veel mentale kracht. Als het dan stopt, heb je niet veel zin meer om nog te koersen.”

Onvermijdelijk vertrek
Eind vorig jaar 2025 besloot Baugnies om Cibel-Cebon achter zich te laten. “Laat ons zeggen dat de chemie een beetje weg was”, bekent hij. “Mijn laatste jaar heb ik me ook niet meer zo geamuseerd. We reden veel vlakke interclubs die vaak uitdraaien op een sprint. Dat zijn wedstrijden waar ik niet veel aan heb. Dan is het beter om iets anders te zoeken.”
Zijn overstap naar een individueel statuut bracht hem uiteindelijk de nodige rust en vooral het hernieuwde plezier op de koersfiets. “Ik ben nu denk ik 10 keer gestart bij de eliterenners zonder contract en ik ben bijna niet uit de eerste 10 geweest. Voor mij is dat voldoende. Of dat ik dan win of niet, op zich maakt dat voor mij in dit stadium niet veel meer uit.”
Baugnies heeft een bijzondere band met de familie De Nil én een eigen kijk op het Elite 2-circuit. Dat lees je in deel 2 van dit interview.