In augustus bereikt het circuit van zogenaamde FUN-koersen naar goede gewoonte de belangrijkste periode van het seizoen. Het is hartje zomer, het blijft lang licht en de klassieke vakantieperiode in juli is achter de rug. Wie dat echt wil, kan zelfs zonder vergunning bijna elke dag wel ergens in België rond de kerktoren of tussen de kermisattracties een wielerwedstrijd betwisten. In een niet zo ver verleden gebeurde dat aan 40 km/u, maar deze zomer is een gemiddeld van 45 geen uitzondering meer. Want FUN-koersen zijn voor veel renners al lang geen ‘fun’ meer.


Ultieme heldenrol
Wie een beetje bekend is in het peloton, heeft het de laatste weken vast wel ergens gehoord: “Ze rijden veel te hard”. Die ‘ze’, dat zijn de amateurrenners in de FUN-wedstrijd. Dit type koers vind je heel zelden officieel terug op de kalender van Cycling Vlaanderen, want doorgaans hebben ze niets te maken met een officiële instantie. Je gaat de uitslagen echt niet raadplegen in de krant of op ProCyclingStats, als er überhaupt al een uitslag wordt gemaakt. Deze koersen vinden plaats dankzij een lokale vereniging, ter gelegenheid van de buurtfeesten of lokale kermis. Een kalender bestaat alleen in de hoofden van de renners die deze al jaren betwisten en reclame wordt nog steeds vooral gemaakt mond-aan-mond of via een flyer die op deze koersen wordt uitgedeeld.
Een vergunning is bijgevolg niet nodig, enkel inschrijvingsgeld rond de 10 euro en een ingevuld briefje voor de verzekering. Aan prijzengeld moet je je als renner ook niet verwachten. De eerste 3 renners mogen op een podium, krijgen een boeket bloemen, 3 kussen van de lokale Miss Asperge en een paar streekproducten. Niet zelden is er ook een aparte uitslag voor 35-plussers en een aparte wedstrijd voor renners die van het dorp zelf afkomstig zijn. Vergis je niet: ook hier wordt harder dan 40 gereden. Het is al lang verleden tijd dat de zwaarwichtige bakker en de ervaren slager het in deze dorpskoers onder elkaar uitmaken wie de held van het dorp wordt. Het zou ook niet de 1e keer zijn dat de domicilie van een renner voer voor discussie is. De man die altijd in Eksel heeft gewoond, maar nu in Kaulille is gevestigd en toch de dorpskoers van Eksel wint. Jongens, het is een schande die geen naam heeft.

Win maar eens een kermiskoers
Erg aantrekkelijk klinkt dit kermiskoersen misschien niet, maar je wil in Vlaanderen niet weten hoeveel mannen al maanden wakker liggen van die ene wedstrijd voor eigen volk. Er wordt minutieus getraind voor deze hoogdag, er worden stages ingelegd, intervaltrainingen uitgevoerd en ritme opgedaan in andere koersen. Om toch maar in optimale omstandigheden te kunnen starten. En dat allemaal met als opperste doel koning worden voor eigen volk. Het ingeoefende zegegebaar maken voor het uitgelaten publiek, de 3-jarige dochter mee op het podium nemen, bloemen schenken aan de 96e verjaardag van de bomma,… Kortom: de ultieme heldenrol.
‘Win maar eens een koers’, is vandaag ‘win maar eens een kermiskoers’ geworden. Bij de Elite 2 en/of de beloften zijn het quasi elke week dezelfde renners die met de prijzen gaan lopen. Dat zijn renners die vaak een profcontract waardig zijn, af en toe aansluiten in wedstrijden genre de Baloise Belgium Tour of de Druivenkoers en nog steeds dromen van een stap hogerop. Vroeger kon je dan nog afzakken naar de Elite 3 of de nevenbonden, die altijd boven de kermiskoersen stonden. Tegenwoordig is het in feite 1 pot nat. De snelheid is quasi hetzelfde, alleen de afstand verschilt. Want kermiskoersen rekenen op een uur vol suspense.
Iedereen wil winnen
Iedereen wil winnen, dus zie je ook in kermiskoersen de laatste jaren steeds vaker renners opdagen die in het recente verleden ook wedstrijden wonnen bij de Elite 2. Of die voor de prijzen reden in het gravelsegment of de Gran Fondo’s. Geef ze maar eens ongelijk. Waarom 3 uur lang als pure pelotonvulling je nikkel afdraaien voor een 27e plaats bij de Elite 2, als je ook podium kunt rijden rond de kerktoren. Denk je dat de 3-jarige dochter of de 96-jarige bomma het verschil ziet? Zij wil gewoon bloemen én hij wil die aan haar bezorgen. Het gaat niet om geld of om een profcontract, het gaat om eeuwige roem.
Het is die dubbele beweging die ervoor gezorgd heeft dat er in kermiskoersen vandaag een pak sneller wordt gereden dan enkele jaren geleden, laat ons voor het gemak ‘pre-corona’ zeggen. Enerzijds het afzakken van sterke renners vanuit het Elite 2-niveau, anderzijds het doorgedreven professionalisme van de klassieke amateur. Tegenwoordig trainen ook zij minstens 10.000 km per jaar. Laat ons daar maar gewoon 15.000 van maken of zelfs 20.000. Ze hebben een trainer of een trainingsapp en ze doen aan VO2-max training. Er lopen amateurs rond die een hoogtetent aanschaffen of toch maar duizenden euro’s betalen op zoek naar de marginal gains. Het zijn deze jongens die anno 2018 pas in april eens gingen kijken in de garage of de koersfiets er nog stond. Om dan op 2 lekke banden te stoten van die laatste regenachtige rit in oktober.


Geen fun
Moeten we ‘doping’ in deze blog nog vermelden? Uit liefde voor de sport liever niet. Maar in kermiskoersen zijn er geen dopingcontroles, dus laat ons niet onnozel doen. Als renners duizenden euro’s veil hebben om toch maar 5 Watt te winnen met een aero fiets, dan zullen er ook wel enkelingen de denkoefening maken rond verboden producten. Even de wagen naar Duitsland nemen, een willekeurige apotheek binnenstappen en de klus is geklaard. Dus ja, vast en zeker rijden er dopinggevallen rond.
Wat dan met de toekomst? Het valt maar af te wachten of het niveau op een dag ook weer zal dalen. Doordat er steeds meer Elite 2-koersen verdwijnen, lijken de kermiskoersen die plek te hebben ingenomen. Uiteindelijk blijven de inkomsten voor deze lokale organisaties dus verzekerd, want deelnemers betalen de inschrijving en hun familie spijst de kassa. Maar voor de pure amateurs is er momenteel geen plaats meer. De fulltime boekhouder met 3 kinderen die maar 5 uur per week kan trainen, kan zich beter richten op cafévoetbal of Zwift. Want in de kermiskoers gaat het niet meer gebeuren.
Tenzij er een soort watervalsysteem ontstaat waardoor renners die een bepaald aantal prestaties hebben geleverd geen startrecht meer zouden krijgen in de koersen bedoeld voor de opperste amateurs. Vergelijk het maar met het lokale tennis of padel. Maar aangezien het hele verhaal van kermiskoersen geen officiële grond heeft, lijkt dit niet voor meteen. Het is eten of gegeten worden. Koersen ‘voor de fun’, daarvoor moet je niet meer in de funkoersen zijn.