Joakim Frafjord is een gevestigde naam in het Belgische kermiscircuit. De 26-jarige Noor van Sandnes Sykleklubb bekroonde zijn vorm deze week met een knappe solo-overwinning in Beernem. Niet evident voor een Scandinaviër. Maar vanwaar komt die liefde? En wat met de internationale rittenkoersen?


Noorse hegemonie
De finale in Beernem kende een zinderend slotstuk waarin de Noorse overmacht tactisch werd uitgespeeld. “In de laatste ronde raakten we voorop met 4 Noren en 1 Belg, maar we werden op 4 km van de streep teruggegrepen”, vertelt hjij. “Ik viel direct daarna opnieuw aan uit de voorlaatste bocht en slaagde erin de laatste 3 km solo te rijden, met Mathias Vanoverberghe in de achtervolging en mijn landgenoot Tord Wikander in zijn wiel.”
Een klinkende dubbelslag in ene deelnemersveld van 84 renners was vooraf een uitgesproken doelstelling voor de groep Scandinaviërs. “Dat een-tweetje was echt speciaal, het was daadwerkelijk iets dat we echt wilden proberen forceren. Mijn ploegmaat Sander Gysland was er in de kopgroep ook bij en zo probeerden we het volledige podium te pakken. We hadden een zeer goeie kans om daar in te slagen als hij niet onfortuinlijk ten val was gekomen.”
Dat hij frequent in België komt koersen, komt voort uit een diepgewortelde voorliefde voor het harde karakter van onze lokale wedstrijden. “Ik kom hier bijna elk jaar sinds ik als junior begon met wielrennen. Dit type wedstrijden ligt me buitengewoon goed omdat ze zo meedogenloos hard en agressief zijn. Mijn favoriete type koers is er ene waar werkelijk geen moment rust in zit. Ik houd er absoluut niet van om in een groot peloton te zitten.”


Geen bevoorrading
Ondanks zijn knappe palmares vormt het vlakke profiel van de Vlaamse omlopen eigenlijk een fysiek nadeel voor de Noor. “Eerlijk gezegd zijn de meeste koersen in Vlaanderen een beetje te vlak voor mij”, klinkt het bij Joakim Frafjord. “Ze zouden me nog beter liggen als ze wat heuvelachtiger waren, vooral omdat veel tegenstanders ruim 10 kilo zwaarder zijn. Maar omdat de wedstrijden vanaf de start zo extreem zwaar zijn, kan ik toch goed presteren. Mijn overwinningen hier in Vlaanderen komen meestal voort uit een late solo-aanval of een sprint van een klein groepje.”
De opeenvolging van wedstrijden in korte tijd blijkt telkens weer ideaal om in zijn wedstrijdritme te komen. “Mijn vorm wordt met elke wedstrijd een beetje beter. Deze koersen zijn zo fundamenteel anders dan andere koersen in Europa, dat ik altijd een paar koersen nodig heb voor mijn lichaam om te wennen aan de agressieve stijl. Na die 4e plaatsen in Beveren-Roeselare en Bekegem was het heel fijn om eindelijk die overwinning te pakken.”
De logistieke en fysieke uitdagingen zijn aanzienlijk voor buitenlandse amateurs die tijdens hun trip zonder professionele staf opereren. “Ik rijd al sinds de junioren voor Sandnes Sykleklubb en de club heeft me veel kansen gegeven. We gebruiken de koersen in Vlaanderen vaak om vorm op te bouwen. Maar we hebben hier geen begeleidende staf, dus we moeten alles zelf regelen. Het is best uitdagend om 120 km te koersen in de zomerhitte zonder bevoorrading, dus we starten met grote bidons en extra bidons in ons shirt.”


Kermiskoersen zijn zwaarder
De overstap van tactisch georganiseerde internationale etappekoersen naar het onberekenbare kermiscircuit vereist wel telkens wat mentale weerbaarheid. “Ik heb het gevoel dat de koersen in Vlaanderen veel zwaarder zijn omdat ze zo explosief en oncontroleerbaar verlopen. De grotere UCI-wedstrijden worden vaak gecontroleerd door de grote ploegen, dus die worden niet zo chaotisch. In Vlaanderen zijn er continu versnellingen en talloze aanvallen. Je moet de hele wedstrijd uiterst geconcentreerd blijven en zelfs wanneer je voelt dat je bijna doodgaat, moet je nog steeds reageren op een uitval.”
De stap naar professioneel continentaal niveau blijft een grote sportieve doelstelling die voor Frafjord bemoeilijkt wordt door de dagelijkse realiteit. “De stap omhoog zetten naar het continentale niveau is altijd een droom geweest. Maar naarmate ik ouder word, wordt het steeds moeilijker. Vooral omdat ik het wielrennen moet combineren met een deeltijdse baan thuis in Noorwegen om mijn carrière te kunnen financieren. Het is niet altijd even makkelijk om dat in balans te houden.”
De komende maanden staan volledig in het teken van prestigieuze internationale rittenkoersen ter voorbereiding op het slot van het seizoen. “Mijn verblijf in België loopt ten einde, mijn laatste wedstrijd hier rijd ik midden augustus. Ik zal proberen hier nog een goed resultaat te behalen voor mijn volgende grote doel, de Baltic Chain Tour, waar we met 5 Noren als een regionaal team samen rijden. Daarna is de Turul României mijn grote doel. Wellicht kom ik daarna nog terug naar België om het wielerjaar af te sluiten.”