De Trek Domane is alweer aan zijn 5e generatie toe. Het model dat ooit groot werd dankzij een revolutionaire technologie, keert terug naar de basis. Daarmee laat Trek een cruciaal onderdeel los die de Domane jarenlang onderscheidde van andere racefietsen: IsoSpeed. Waarom vindt Trek de Domane opnieuw uit zonder die technologie? En vooral: wat betekent dat voor het comfort waarmee het model groot werd?


Goodbye IsoSpeed
Je 1e racefiets heeft iets magisch. Voor ondergetekende was dat de Trek Domane, de 1e ‘echte’ koersfiets die we zelf bezaten na de afdankertjes die vader al had ‘gedragen’. In oorsprong werd de Domane gemaakt voor de kasseien, precies wat ons toen aantrok voor we richting de cols opschoven. Sindsdien is het een model dat we met interesse blijven volgen.
Comfortabel, toegankelijk, maar toch een echte racefiets. Dát leidde ons indertijd naar de Domane. Ook de 5e generatie behoudt dat DNA, alleen verdwijnt een cruciaal element. Het model werd immers groot met IsoSpeed als speerpunt. Het systeem moest trillingen uit het frame filteren zonder de fiets als een klassieke endurancefiets te laten aanvoelen. De technologie werd daarmee een belangrijk onderdeel van de identiteit van de Domane. Ook latere generaties bouwden verder op dat idee en koppelden comfort aan snelheid.
Die technologie die de Domane ooit onderscheidde, vindt Trek vandaag niet langer noodzakelijk. Niet omdat comfort minder belangrijk is geworden, wel omdat de fietsindustrie intussen andere manieren heeft gevonden om hetzelfde doel te bereiken. Volgens Trek wijkt de nieuwe generatie qua trillingsabsorptie nauwelijks af van de vorige. De standaardbanden van 35 mm (met ruimte voor banden tot 40 mm), de flexibele 27,2 mm carbon zadelpen en het aangepaste carbonframe moeten het wegvallen van IsoSpeed compenseren.




Klant is koning
Comfort blijft dus belangrijk, alleen hoeft daarvoor geen ingewikkeld mechanisme meer in het frame te zitten. Het is geen geheim dat de fietsindustrie vaak een nood creëert bij consumenten. Trek draait dat om door te luisteren naar de feedback van de Domane-eigenaars. Zij verlangden een lichtere fiets, een iets meer opgerichte positie en de mogelijkheid tot een lagere instapprijs. Opvallend genoeg vonden klanten het prima om IsoSpeed op een racefiets te schrappen. Waar het in andere disciplines zijn meerwaarde blijft houden, hoeft dat op de weg volgens hen niet noodzakelijk zo te zijn.
Op het verlanglijstje om te behouden stond dan weer de toegankelijke geometrie, ruimte voor all-roadbanden, hoge prestaties en bevestigingspunten voor bagage. De 5e generatie van de Domane lijkt bijna letterlijk het antwoord op die wensenlijst. Het stuur komt een 20-tal mm hoger uit, wat voor een meer comfortabele positie zorgt. Opvallend is ook de gewichtsbesparing: de SLR-frameset is 305 gram lichter dan de vorige generatie. Dat is voor een belangrijk stuk te wijten aan het loslaten van de IsoSpeed-technologie. Het topmodel komt uit op een indrukwekkende 6,63 kg. Daarmee schuift de Domane qua gewicht opvallend dicht richting de cijfers die je vroeger vooral bij pure klimfietsen zag.
Trek kiest niet voor comfort ten koste van prestaties. Het frame moet tegelijk verticaal kunnen meeveren en voldoende stijf blijven voor een directe, responsieve rijervaring. Daarvoor voorzagen ze een nieuwe carbonlay-up: 900 Series OCLV voor het SLR-model en 500 Series OCLV voor het SL-model. Zoals aangegeven worden brede banden deel van het comfortverhaal, met 35 mm als standaard. Met ruimte tot 40 mm schuift de Domane verder op richting all-road, zonder officieel een gravelbike te worden. Trek positioneert de fiets dus voor asfalt, slechte wegen, lichte gravel en langere ritten waarbij comfort en vertrouwen belangrijk zijn.




35 mm als standaard
In hun communicatie benadrukt Trek dat brede banden niet trager hoeven te zijn. De fabrikant testte de nieuwe 35 mm banden tegenover de 32 mm configuratie van de vorige generatie. Aerodynamisch gezien zijn de bredere banden 0,9 Watt trager, maar op vlak van rolweerstand presteren ze dan weer 1,5 Watt sneller. Netto zijn ze volgens Trek dus even snel. Comfort en snelheid hoeven tegenwoordig dus niet noodzakelijk tegenover elkaar te staan.
Alles samen kan je stellen dat Trek met de Domane meer focust op de basis, minder op ingewikkelde technologie. Dat is eigenlijk opvallend in een markt waarin nieuwe fietsen vaak worden gepresenteerd met nog meer technologie. De consument krijgt bovendien bevestigingspunten voor onder andere frametassen en een UDH-ophanging. Daarnaast voorziet Trek ook de mogelijkheid voor kortere cranks met 160 mm als ondergrens.
Het is misschien niet de meest exotische fiets en niet de meest aerodynamische. Maar wel een fiets waar je lange ritten mee kunt maken, snel kunt rijden, slechte wegen niet hoeft te vermijden en een stukje gravel kan meepikken. Bovendien moet je dankzij het lage gewicht de bergpassen zeker niet vermijden. Trek heeft de Domane dus niet radicaal veranderd, maar eerder weggesneden wat niet langer noodzakelijk was. De IsoSpeed verdwijnt, gewicht gaat omlaag, de positie wordt toegankelijker en de bandenbreedte vergroot. Dat alles moet er voor zorgen dat het comfort vrijwel gelijk blijft. De eenvoudigere Domane is daardoor paradoxaal genoeg tegelijk de meest veelzijdige en 1 van de lichtste uit de modelreeks ooit. Daarmee bewijst Trek dat het op zijn 50e volwassen genoeg is om te weten welke onderdelen het opnieuw kan missen.