Toen Marc Hirschi in 2020 zijn grote doorbraak beleefde, leek hij in eendagswedstrijden de grote uitdager van Tadej Pogačar te worden. Nu de Sloveen er 6 jaar later niet bij is op het WK, is er echter niemand die over de Zwitser praat. Slechts weinig renners zijn zo grillig als de poulain van Fabian Cancellara. Op het WK en het EK is het aan hem om zijn seizoen te redden.


Van alle mark(t)en thuis
Het levensverhaal van Hirschi is inmiddels wel verteld. Hij werd verliefd op de koers door samen met zijn vader meermaals naar een etappe in de Tour te gaan kijken. Net als Fabian Cancellara groeide hij zelf op in Bern, dus droomde hij ook van de koersen waar Spartacus schitterde. Later werd de krachtpatser de manager van zijn jongere landgenoot. Zoals wel meer Zwitsers combineerde Hirschi ook lange tijd de weg met het mountainbiken, veldrijden en zelfs baanwielrennen.
Zijn doorbraak volgde op het WK van 2018 in Innsbruck. Nadat hij eerder al Europees kampioen was geworden, slaagde hij er die dag in om de betreurde Bjorg Lambrecht bergop te volgen en in de finale af te maken. Dat hij 2 jaar later ook een etappe won in de Tour was bijgevolg geen verrassing. Hij was eerder die maand al 2e en 3e geworden in een rit. Ook de 3e plaats op het WK, de winst in de Waalse Pijl en de 2e plaats in Luik-Bastenaken-Luik kwamen haast op bestelling.
Nog diezelfde winter verliet Hirschi per direct Team DSM in een vrij mysterieus verhaal. Bij UAE Team Emirates kon de Zwitser echter niet verder op het elan van 2020. Toch ging het elk jaar weer beter, met in 2023 een straf najaar en vooral in 2024 een fenomenaal 2e deel van het seizoen. Enkel de kers op de taart ontbrak, al had dat zomaar anders kunnen lopen.


Flying Hirschi
Hirschi had in 2024 een doel gemaakt van het WK in eigen land. Richting Zürich kuiste hij alles op: hij won achtereenvolgens de Clásica San Sebastián, de Bretagne Classic, de GP Industria & Artigianato, de Coppa Sabatini en de Memorial Marco Pantani. De sterren leken gunstig te staan richting de regenboogstrijd. Dit was terug de Flying Hirschi van de Tour van 2020.
Toen Pogačar op Zwitserse wegen zijn tweetrapsraket lanceerde op 100 km van de finish, wachtte Hirschi zijn moment nog af. Pas in de diepe finale speelde hij zijn troefkaarten uit. Op de Bergstrasse ging hij voor het uitzinnige thuispubliek op zoek naar de vluchters. In zijn eentje reed hij toen een halve minuut dicht op de Sloveense leider. Uiteindelijk kwamen er nog een paar renners terug uit de achtergrond en werd hij ‘pas’ 6e. Vandaag beschouwt iedereen dat WK als een gemiste kans, omdat Pogačar mits een geoliede achtervolging te pakken leek.
2 jaar later heeft Hirschi eenzelfde wonderdag nodig om zijn seizoen te redden. Hij kende een ongelukkig seizoen met onder meer een valpartij in de Waalse Pijl, waarbij hij een sleutelbeenbreuk opliep. Hij reed vervolgens wel de Tour, maar het is niet jouw fout dat je dat ook al lang vergeten bent. Daarna werd hij wel 8e in San Sebastián en 3e in de Deutschland Tour. Er zit toch enige progressie in zijn vormcurve. In de Canadese voorbereidingswedstrijden was het echter niet indrukwekkend wat hij op de mat bracht. Misschien moet het beste nog komen.


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]
Mads Pedersen
Nochtans had Hirschi veel van dit seizoen verwacht. Hij koos er in 2025 voor om na 4 jaar UAE te verlaten voor Tudor. Het werd uiteindelijk een aanpassingsjaar. Daarom veranderde hij zijn opbouw richting dit seizoen, laste hij een extra hoogtestage in tijdens het voorjaar en deed hij minder kilometers met het oog op meer explosiviteit. Dat leverde echter niet het gewenste resultaat op. Afgelopen winter had hij al 1 groot doel voor ogen. Volgens de Zwitser past Montréal bij hem en is het een geweldige kans op een titel.
Wordt Hirschi straks in Montréal wereldkampioen, zou het de 1e verrassende winnaar zijn sinds Mads Pedersen in 2019 als 23-jarig talent in de Britse regen naar de titel reed. Ook hij had toen geen geweldig seizoen achter de rug, maar wist zijn dag wel uit te kiezen. De Zwitser zal er alleszins zijn werk van maken. Zoals Hall & Oates in Maneater zingen: “Oh oh, Hirschi comes”.

