
Het Pajottenland staat bekend om zijn vergezichten en korte, pittige hellingen. Maar valt er tussen 3 hellingen ook voldoende echt goede gravel te vinden? Met die vraag bouwden we vanuit Roosdaal een trainingsronde die rit na rit bleef groeien. Het resultaat: 74 km, 500 hoogtemeters en verrassend mooi knisperend grind.


Zo snel mogelijk het grind op
Een goede trainingsroute begint voor ons dicht bij huis. We willen zo weinig mogelijk tijd verliezen aan de aanloop en liefst al na enkele minuten de eerste leuke stroken induiken. Ze moeten lang genoeg zijn om minstens 2 uur stevig door te rijden, maar ook haalbaar blijven na een lange werkdag. De ondergrond mag uitdagend zijn, zolang de energie naar het fietsen gaat en niet naar het ontwijken van modderpoelen en diepe putten.
Met dit in het achterhoofd vertrekken we in Borchtlombeek, een deelgemeente van Roosdaal. Na minder dan 5 minuten bereiken we de eerste gravelstroken. In de schaduw van de kerktorens van Strijtem en Pamel warmen we de benen op over wegen die de deelgemeenten verbinden. Veel opwarmtijd wordt ons evenwel niet gegund want eens buiten Pamel volgt een eerste van vele korte maar pittige klimmetjes die het Pajottenland rijk is. Eens boven duikt de NI9-bunker op, een restant van de verdedigingslinie Waterloo-Halle-Ninove. Voor het eerst krijgen we hier ook waar voor onze hoogtemeters: een weids uitzicht met de abdijkerk van Ninove aan de horizon.
Veel tijd om van het zicht te genieten is er niet. In de afdaling blijft focus aangewezen: een stukje holle weg eindigt onderaan in een partij grote, losse stenen. Een beetje parcourskennis helpt. Altijd. We vervolgen de route langs de westelijke rand van het Pajottenland richting Neigembos. Omdat het bos zelf verboden terrein is voor fietsers, draai en we eromheen en beginnen we aan de klim van de Woestijn. Op de grens tussen Roosdaal en Gooik liggen talrijke gravelpaden en singletracks. Omdat vrijwel alles met elkaar verbonden is, kan je er naar hartenlust improviseren. We rijden enkele lussen en zonder ver af te wijken zijn we zo 5 km verder. We passeren ook de Hertboommolen, bij oudere lezers misschien beter bekend als de woonplaats van Kapitein Zeppos. Even later volgt alweer de beloning: een breed panorama dat bij een lage avondzon moeilijk te kloppen is.





Hoogtemeters stapelen in sneltempo
Via Gooik en Oetingen duiken we dieper het Pajottenland in over een oude trambaan richting Brussel. Het pad ligt er met zijn fijne, donkere gravel uitnodigend bij. Maar schijn bedriegt: het voelt alsof iemand ons liever ter plaatse wil houden. Hier zitten de subtiele hoogtemeters voor iets tussen. Het moet gezegd: deze route mag dan wel geen al te lange beklimmingen bevatten, de kuitenbijters volgen elkaar in sneltempo op en dat laat zich voelen.
Vanaf km 38 is van subtiele hoogtemeters even geen sprake meer. In 5 km verzamelen we bijna 100 hoogtemeters, met Kesterheide als scherprechter. Het is het hoogste punt van de route en hoewel de klim nergens extreem wordt, kan je hier op een slechte dag behoorlijk parkeren.
Halverwege de beklimming zorgt het NAVO-communicatiestation voor een wat bevreemdend decor, maar onze aandacht gaat al snel naar het panorama. Richting noordoosten doemt Brussel op. Het blijft verbazen hoe groen het hier nog is, zo dicht bij de hoofdstad. Intussen hebben we al heel wat mooie gravel gehad, maar het beste moet nog komen.



[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]

Dubbel bubbels
We steken de Edingsesteenweg in Leerbeek over en knallen snel naar de eerstvolgende gravelstroken. In de buurt van de imposante vierkantshoeve van Bree-Eik gaat het tempo spontaan de hoogte in. Bij iedere passage over deze fijne gravelpaden verdwijnt elke neiging tot doseren. Het grind knispert, het stof waait op, gas geven en genieten! De term champagnegravel wordt onder gravelaars nogal gemakkelijk gebruikt. Maar rond Elingen mag je dit bijna letterlijk nemen. We rijden over een brede, vrijwel vlakke strook met fijn grind, terwijl links van ons de wijnranken voorbijflitsen. Ze behoren toe aan Bruut Winery, producent van Belgische schuimwijn. Dichter bij echte champagnegravel komen we vandaag vermoedelijk niet.
Als we goed gedoseerd hebben, zit er nog voldoende energie in de tank voor de laatste 15 km. Na een pittige klim in Sint-Laureins-Berchem naderen we het Kasteel van Gaasbeek, waar opnieuw enkele mooie gravelstroken wachten. Een koffie of ijsje lonkt, maar vandaag rijden we door. Via Lennik zetten we koers naar ons vertrekpunt. De mooiste stroken liggen inmiddels achter ons, al volgt kort voor het einde nog een laatste verrassing. Een korte gravelweg die relatief recent werd vernieuwd en waarop de fiets nog 1 keer heerlijk vrijuit rolt.
Een route is nooit helemaal af. Elek keer vragen we ons af of er nog een betere verbinding bestaat, nog een kilometer asfalt kan verdwijnen of ergens een extra stukje champagnegravel wacht. Tot die tijd doen we het met deze ronde. Zonder echte champagne achteraf, doorgaans…
Download GPX WielerVerhaal Fietsroute: 74 km lang op zoek naar champagnegravel en Pajotse panorama’s!



