
Floris Haverdings is 1 van de verrassingen van het voorseizoen. Met knappe uitslagen in Mechelen, Woerden en Heerde mengt de 20-jarige Drent zich nadrukkelijk tussen de eliterenners. Zijn progressie volgt op een zomer waarin hij de overstap maakte naar de continentale wegploeg Metec. Van deze ploeg krijgt hij genoeg steun om zijn veldritambities deze winter na te jagen. Door regelmatig te trainen in het zand van Gieten heeft Haverdings zijn vizier nu gericht op het EK voor beloften.


Tibor del Grosso
In de schaduw van Giel Lejeune is mede-belofte Floris Haverdings zijn seizoen ook verrassend sterk begonnen. De Nederlander werd 4e in Mechelen, 9e in Woerden en reed in de sterk bezette cross van Heerde lange tijd in de top 10. “Ik had deze start niet direct zien aankomen, maar ik had er wel op gehoopt”, geeft Haverdings toe. “Ik zit bij een nieuwe ploeg, heb ook op de weg een stapje hogerop gezet en draaide een supergoede zomer. Het gaat op dit moment gewoon heel erg goed.”
Die nieuwe ploeg is de continentale formatie Metec. Haverdings begon het wegseizoen bij clubteam De Jonge Renner, waarna hij halverwege het jaar de overstap kon maken. “Aan het begin van het seizoen had ik al wat contact met Metec. Na het NK op de weg werd het concreet, ben ik op gesprek geweest en kon ik direct beginnen”, vertelt hij. “Bij een clubteam ben je veel meer op jezelf aangewezen. Hier heb je veel meer mensen om je heen die je ondersteunen met materiaal, voeding en prestaties. Er hangt een leuke sfeer en we rijden een mooi programma op de weg. Dat ik het naar mijn zin heb, is belangrijk. Zo kan ik stappen blijven zetten.”
Hoewel Metec in de basis een wegploeg is, krijgt Haverdings er de ruimte om te blijven crossen. De ploeg ondersteunde in het verleden Tibor del Grosso op een vergelijkbare manier en doet dat nu voor Haverdings, hun enige veldrijder. “Dat was wel 1 van de dingen die ik heel graag wilde toen ik naar dit team ging. Ik wilde graag blijven crossen, en ploegleider Michel Megens ging daarmee akkoord. Hij wilde hetzelfde doen als hij met Tibor had gedaan”, vertelt Haverdings. “Dat is echt bijzonder.”



Jens Dekker
Gevraagd om zichzelf als renner te omschrijven, moet Haverdings even nadenken. “Dat vind ik een lastige. Ik ben heel explosief, dus ik ben een goede starter. Verder vind ik eigenlijk alle parcoursen wel leuk. Balken springen is niet mijn specialiteit, maar ik kom overal wel uit de voeten”, analyseert hij zichzelf. “Die explosiviteit helpt me op de weg trouwens ook enorm. In de cross heb je dat echt nodig, op de weg is het een handig extraatje.”
De liefde voor de fiets is pertinent aanwezig in de familie Haverdings. Zijn oudere broer David rijdt inmiddels bij Alpecin-Deceuninck, terwijl zijn jongere broertje Ruben net is begonnen als 1e jaars junior. “We rijden heel vaak dezelfde wedstrijden, vooral Ruben en ik. Het is echt mooi om uit een wielerfamilie te komen waar we allemaal dezelfde passie delen”, vindt Haverdings.
Die onderlinge band zorgt ook voor extra scherpte tijdens de trainingsuren. “We tillen elkaar op training echt naar een hoger niveau. Zeker in het noorden van Nederland is het crosswereldje niet heel groot, dus het helpt echt dat we veel aan elkaar hebben.” Voor de wekelijkse veldrittrainingen zoekt hij steevast het zand van Gieten op. “Daar train ik onder leiding van Jens Dekker. Hij pakt dat echt heel goed aan. We hebben een leuk groepje en de trainingen zijn goed. De locatie is ook erg mooi. We trainen op dezelfde plek als waar in 1991 het WK gehouden werd.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]

Lejeune en Sparfel
Tot de Koppenbergcross reden de beloften al hun wedstrijden tussen de eliterenners. Toch ziet Haverdings dat zijn generatie, met onder andere Lejeune en Sparfel, nu al nadrukkelijk zijn stempel drukt. “Het is lastig te zeggen hoe groot het gat met de elite precies is. Het seizoen is nog jong”, tempert hij de vergelijkingen. “Maar ik denk wel dat we als beloften echt beter zijn geworden. We doen volop mee in de mix voorin, en ik geniet ervan om op dat niveau te koersen. Zoals ik al aangaf: ik had erop gehoopt, maar het is toch onverwachts.”
Voorafgaand aan de winter had de Drent geen resultaatdoelen opgesteld. “Het doel was eigenlijk gewoon om er direct in te vliegen. Elk crossseizoen begint iedereen weer op nul, dus je weet van tevoren nooit precies waar je staat. Het draaide erom me zo goed mogelijk voor te bereiden en snel vertrouwen te tanken”, legt hij uit.
Nu het seizoen op gang is, groeien de ambities. Een top 10-notering in een Wereldbeker acht hij later deze winter haalbaar, al ligt de focus eerst op een ander piekmoment. “Ik wil er echt vol voor gaan op het Europees kampioenschap voor beloften”, klinkt Haverdings resoluut over de naderende titelstrijd. “Dat is voor mij het 1e grote doel van deze winter, en het is al bijna zover.”

